De normale huid
De huid bestaat uit de epidermis, dermis en het subcutaan vetweefsel. De
epidermis bevat meerlagig, verhoornend plaveiselepitheel en bestaat uit
keratinocyten. Deze cellen beginnen hun levenscyclus in het stratum basale,
waar de stamcellen zitten. Daarna groeien ze uit via het stratum spinosum en
sterven ze weer in het stratum granulosum. De kern verlaat daar de cel en de
rest van het materiaal gaat de hoornlaag in. Deze cyclus duurt ongeveer een
maand. In het stratum basale zitten ook melanocyten die pigment afgeven aan
buurcellen die dit boven in hun cel (boven de kern) leggen. Dit beschermt de
delende keratinocyten tegen UV-schade aan het DNA. Tot slot liggen er ook
langerhans cellen in de epidermis. Deze cellen zijn dendritisch en hebben een
functie in de afweer.
Onder de epidermis ligt de dermis, wat vooral bestaat uit collageen en
elastinevezels. Deze zijn, indien niet beschadigd door de zon, netjes
gerangschikt. Deze vezels worden gemaakt door de fibroblasten, die ook in de
dermis liggen. Daarnaast liggen er ook andere structuren in de dermis:
Zweetklieren: diep in de dermis, kubisch epitheel
Haarfollikels: hoog in de demis, soms zie je een haartje, soms zie je de
m. erector pili
Talgklieren: hebben vetvacuolen
Rondom de bloedvaten in de dermis kunnen een aantal ontstekingscellen liggen.
Het subcutane vetweefsel bevat grote cellen met vetvacuolen. Deze zijn in
lobben gerangschikt. Tussen de lobjes liggen bindweefselschotten met daarin
bloedvaten.
Kliniek
PROVOKE
P Plaats Strekzijde, plooien, hoofdhuid, romp, flank, handen, voeten,
nagels
R Rangschikki Gegroepeerd (“en bouquet”, gedissemineerd, diffuus,
ng discreet (van elkaar gescheiden), reticulair (netvorming),
folliculair, segmentaal
O Omvang Miliair, lenticulair, nummulair, kinderhandpalmgrootte,
handpalmgrotte
V Vorm Rond, ovaal, annulair, lineair, gestreeld, bolrond, verrucieus
O Omtrek Onscherp, matig scherp, scherp, lijnscherp
K Kleur Huidskleur, erythemateus, roze, livide, lichtbruin,
donkerbruin, zwart, gepigementeerd, geel, wit
E Efflorescenti Macula (vlek), squamae (schilfering), urtica (netelroos),
e comedo (mee-eter), papel (verhevenheid, < 1 cm), plaque
(verhevenheid, > 1 cm), nodulus (massa, < 1 cm), nodus
(massa, > 1 cm), vesicula (helder vocht, < 1 cm), bulla
(helder vocht, > 1 cm), pustula (troebel vocht, < 1 cm),
cyste (troebel vocht, eigen wand, > 1 cm).
, Farmacotherapie
Lokale medicatie heeft als voordeel dat er weinig van het geneesmiddel wordt
opgenomen in de circulatie. Het bestaat altijd uit een medicijn i.c.m. een
vehiculum (drager/basis). Elke type heeft zijn eigen voordelen:
Crème; waterbasis, met vet, emulgator en een werkende stof
Cosmetisch fijn, kan soms uitdroging geven
Zalf; vetbasis, werkzame stof een meestal geen tot weinig water
Cosmetisch storend, gaat droogheid en jeuk tegen
Lotion; waterbasis, kleine hoeveelheid vet/alcohol en een werkzame stof
Emulsie; olie in een waterbasis of water in een vetbasis (“melk en boter”)
Bij een nattende huid wil je schudmengsels (emulsie met waterbasis) gebruiken.
Bij een droge huid liever iets van crème of pasta. Bij een erg droge huid het liefst
zalf, maar crème ook mogelijk in praktische overwegingen.
De werkende stof in het vehiculum kan zijn:
Corticosteroïd Corticosteroïden zijn anti-inflammatoire medicijnen. Er
en worden 4 klassen onderscheden op basis van de
werkingssterkte:
Klasse I - hydrocortisonacetaat
Klasse II - triacinolon acetonide
Klasse III - betamethasonvaleraat
Klasse IV – clobetasolpropionaat
Antimycotica Werken tegen schimmelinfecties (dermatofyten) en gisten. Ze
worden gebruikt bij dermatomycosen of seborroïsch eczeem.
Antibiotica Werken tegen bacteriële infecties, vaak zijn deze secundair
aan het eczeem. Impetigo (krentebaard) en folliculitis zijn
daar bekende voorbeelden van.
Anti-virale Werken tegen virusinfecties, maar hebben geringe
middelen effectiviteit. Eventueel kan het gegeven worden bij herpes
labialis.
Keratolytica Verminderen de hoorn- of eeltvorming op de huid. Dit wordt
ingezet bij wratten, acne vulgaris (mee-eters) en verrucae
vulgaris. Ook kan het bevorderend werken bij
hyperkeratotisch eczeem.
Patiënten zijn vaak bang om corticosteroïden te gebruiken. Dit wordt
“corticofobie” genoemd. Langdurige bijwerkingen van steroïden kunnen zijn:
atrofie van de huid (striae, teleangiectasieën), gestoorde wondgenezing, acne,
rosacea, dermatitis perioralis, verhoogde infectie gevoeligheid, versterkte
haargroei in het gelaat. Deze treden vaak pas op bij langdurige, continue
behandeling van grotere lichaamsoppervlakten. Het treedt ook vaker op bij
hogere klassen van steroïden.
De hoeveelheid zalf/crème wordt voorgeschreven volgens de vingertopeenheid
(FTU). Een FTU is 0,5 gram en is genoeg om een hand ( voor en achter) te
voorzien van zalf/crème.
Huidpathologie
Erythemato-squameuze dermatosen zijn rode, scherp begrensde plekken op
de huid met schilfering. Bij een donkere huid kan de roodheid ook op
hyperpigmentatie lijken, als gevolg van de inflammatie.