HC Systeemtherapie (bij het mammacarcinoom)
Normale en zieke celdeling
De cellen van het lichaam zijn voortdurend aan het delen en aan het afsterven,
dit gaat in evenwicht. Cellen die schade oplopen worden normaal gesproken
afgebroken door het lichaam. Een tumor ontstaat als er meer celaanmaak is of
dat er minder celafbraak (apoptose) is, hierdoor ontstaat een zwelling
(goedaardig). Als deze tumor zal gaan infiltreren en de neiging heeft om te gaan
verspreiden, wordt het een kwaadaardige tumor.
Klinische karakteristieken van kanker:
1) Infiltrerende groei -> vaak presentatie met (pijn)klachten
2) Neiging tot verspreiden (bloed/lymfe/holten)
Kanker is dus een ziekte van abnormale en ongecontroleerde groei van
infiltrerende cellen, die de neiging hebben tot verspreiding.
In de afbeelding hierboven zie je een mogelijke pathway van het ontstaan van
een invasief carcinoom. Het carcinoma in situ is dus nog niet invasief, de cellen
hebben een verstoorde architectuur en atypie. Een carcinoma in situ heeft dus
wel een hoger risico op het ontstaan van kanker. Bij invasie kunnen cellen via o.a.
de bloedbaan verspreiden, de meeste cellen overleven het transport door de
lymfe of de bloedbaan niet. De afstandsmetastasen ontstaan op plekken met een
geschikt micro-environment voor de tumorcellen. Uitzaaiingen kunnen dus lokaal
of op afstand zijn. Deze metastasen worden beoordeeld m.b.v. de TNM
classificatie.
Systeemtherapie
,Bij kanker wordt er ook lokale therapie gestart, deze kan bestaan uit chirurgie
en/of radiotherapie. De systeemtherapie wordt alleen gegeven bij patiënten die
daar een indicatie voor hebben.
De systeemtherapie kan in een curatieve of palliatieve setting gegeven worden.
Dit doel van tevoren bepalen is belangrijk voor de intensiteit van de
behandelingen, hierbij zijn ook de morbiditeiten belangrijk.
Chemotherapie
= behandeling met celdodende/celremmende middelen, cytostatica. Deze
therapie bereikt de (snel) delende cellen. De cellen die in de G0 fase zitten,
kunnen niet bereikt worden. daarom wordt de therapie op verschillende
momenten gegeven, in de hoop dat zo elke tumorcel een keer in de
(snel)delende fase zit. Er zijn 6 typen cytostatica:
o Alkylerende middelen -> maken kruis/dwarsverbindingen in het
DNA, waardoor DNA niet kan verdubbelen
Cyclofosfamide
Temozolomide
o Antimetabolieten -> bouwen een verkeerde metabolieten in, in de
DNA streng. Deze medicatie is met name actief in de S-fase.
Capecitabine
5Fu
MTx
o Anti-mitotische stoffen -> verstoren de aanmaak van bepaalde
eiwitten waardoor de metafase niet over kan gaan in de anafase.
Bijwerkingen: alopecia, neuropathie, beenmergtoxiciteit
Taxanen
Docetaxel
Paclitaxel
Vinorelbine
Vincristine
o Anti-tumor antibiotica (radicaal en superoxide vormers) ->
remmen de aanmaak van nieuw DNA en kunnen DNA breuken
veroorzaken.
Bijwerkingen: hartklachten (cardiaal falen)
Mitomycine
Bleomycine
Verticillus
o Topo-isomeraseremmers -> blokkeren het oprollen en opvouwen
van het DNA
Bijwerkingen: laat optreden van diarree
Irinotecan
o Overige cytostatica -> niet goed in te delen onder een groep.
Carboplatin
Cisplatinum
Eribuline
Oxaliplatin
Chemotherapie kan per os, subcutaan of intraveneus toegediend worden.
Patiënten die veel aangeprikt moeten worden, kunnen soms ook een PICC-
lijn krijgen voor een permanente infusie. Een andere optie is een Volledig
Implanteerbaar Toedieningssysteem (VIT).
, Na ongeveer 2 weken na het toedienen van de chemotherapie, krijgt de
patiënt een “dip”. Op dit punt is het aantal cellen verlaagd, dus ook de
bloedcellen. Dit is ook vaak het moment waar bloedarmoede of
ontstekingen opdoen.
Algemene bijwerkingen van chemotherapie:
o Misselijkheid, braken -> meestal vertraagd optreden, acuut is gek
(veel anti-emetica medicatie al gekregen? Psychologisch?)
Afname kwaliteit van leven
Verslechtering van de voedingstoestand
Uitstel/weigering van de behandeling door de patiënt
o Haarverlies -> tijdelijke bijwerking
Coldcap? Door koeling van de hoofdhuid, vasoconstrictie en
minder chemo bij de haarvaten -> behoud van het haar.
o Vermoeidheid
Vaak andere factoren, bijv. bloedarmoede
Intensiteit en duur zeer wisselend
o Invloed op de bloedaanmaak (lage witte bloedcellen -> let op! bij
koorts)
Anemie -> behandeling bij laag Hb (bloedtransfusie, EPO)
Trombopenie -> transfusie bij een bleoding of een sterk
verlaagd trombocytengetal.
Leucopenie (m.n. neutropenie)
o Slijmvliesbeschadiging (mond, darm)
o Orgaanbeschadiging (hart, long, nier, blaas, geslachtsorganen,
zenuwen)
Immuuntherapie (nieuw)
Bij tumoren is er een continue strijd tussen het immuunsysteem en de
tumorcellen. Het immuunsysteem probeert de tumor op te ruimen, maar
tumorcellen kunnen het immuunsysteem ook ontwijken. Immuuntherapie
stimuleert het eigen afweersysteem, zodat deze weer in staat wordt
gebracht om de kwaadaardige cellen te herkennen en op te ruimen. Een
bijwerking van deze therapie is dat het immuunsysteem overactief kan
worden en zich tegen eigen organen kunnen richten. Bij ernstige (graad III)
bijwerkingen wordt er prednison gestart, om het immuunsysteem weer te
onderdrukken -> verminderd de werking van de immuuntherapie.
Doelgerichte therapie / targeted therapy
Dit is een therapie die alleen gericht op tumoren die de specifieke
kenmerken hebben. Een voorbeeld daarvan is de HER2-mutatie. Dit is een
therapie die zich beperkt tot de cellen met enkel en alleen dit kenmerk.
Het is te geven in tablet of infuusvorm. Het grootste verschil met
chemotherapie is dus dat niet alle snel delende cellen worden getarget,
wel kunnen deze therapieën in combinatie worden gegeven.
o HER2-positiviteit -> er is amplificatie van transmembraanreceptoren
die groeifactoren binden en een delingssignaal geven.
-> Transtuzumab (herceptin) heeft een hoge affiniteit en specificiteit
(5% muis) voor de HER2 receptor en blokkeert deze.
Bijwerking: daling LV functie, “gekke” bijwerkingen, niet zoals bij
chemotherapie
Anti-hormonale therapie