Speerpuntcollege: “Regenerative Medicine” van gewrichtskraakbeen
De ICRS-gradatie wordt gebruikt om de mate van kraakbeenschade te
classificeren.
o ICRS 0 – normaal
o ICRS 1 – superfisciale laesies
o ICRS 2 – laesies tot aan < 50% van het kraakbeen
o ICRS 3 – laesies tot aan > 50% van het kraakbeen
o ICRS 4 – defecten tot in het bot
Ook kan je onderscheid maken in drie typen kraakbeenschade:
o Chondraal = kraakbeenschade
o Osteochondraal = kraakbeen- + botschade
o Osteochondritis dissecans = kraakbeen- + botschade
= Een stukje botfragment dat loskomt van het bot, kraakbeen kan intact of
defect zijn.
MRI classificatie van Osteochondritis Dissecans
I Geen duidelijke randen van het fragment (kraakbeen intact)
II Duidelijke randen van het fragment, geen vocht tussen het bot
(kraakbeen intact)
II Vocht zichtbaar tussen fragment en het bot (kraakbeen defect)
I
I Vocht zit compleet rondom het fragment, fragment wel in situ
V (kraakbeen defect)
V Fragment is compleet los (kraakbeen defect)
Als er geen vocht tussen zit (graad I en II) wordt osteochondritis dissecans
conservatief behandeld. Bij een defect waar er wel vocht tussen het
fragment en het bot gezien wordt, is fixatie door een of meerdere
schroeven nodig. Mocht dit geen optie zijn kan OAT nog een oplossing
bieden.
Behandelalgoritme voor (osteo)chondraaldefecten:
o Microfractuur (MF)
o Mozaïkplastiek (Osteochondrale Autologe Transplantatie, OAT)
o Celtherapie (Autologe Chondrocyten Implantatie, ACI)
o Allografts; niet zo veel in NL
o Biomaterialen
De ACTIVE studie onderzoekt of door middel van hydrogel kraakbeendefecten
van (< 2 cm2) kan verhelpen. De hydrogel bestaat uit twee middelen die samen
een gel vormen als je het inspuit. Dit zou de groei van chrondrocyten en
mesenchymale stamcellen moeten faciliteren. Dit zou werken bij kleine defecten
en is in dierstudies bewezen effectiever dan microfracturen.
Bij een defect dat groter is dan 2 cm2, zou er Autologe Chondrocyten
Transplantatie (ACI) toegepast kunnen worden. Hierbij wordt een klein stukje
kraakbeen van de patiënt gepakt en naar een lab gestuurd om het in 6-8 weken
op te kweken. Het resultaat van de kweek kan dit teruggeplaatst kunnen worden.
De IMPACT studie onderzoekt een andere methode om een kraakbeendefect te
verhelpen. Bij het schoonmaken van het defect worden kraakbeenstukjes
, verzameld, tot chrondrocyten verkleind worden en samen met collagenase tot
een chondron. Deze worden samengevoegd met donor stamcellen en kan
dezelfde dag teruggeplaatst worden. Het nieuwe gevormde kraakbeen heeft
goede resultaten en bestaat uit eigen DNA. De donor-stamcellen hebben dus
alleen een stimulerende functie.
Hoorcollege 11: Anatomie van de rug
Embryologie
De wervelkolom is ontstaan uit de somieten van het mesoderm.
Deze somieten zijn segmentaal georiënteerd. Later ontwikkelt
elk somiet zich in een dorsaal en ventraal deel, rondom de
neurale buis. Deze segmenten moeten naar elkaar toe groeien,
zodat de neurale buis (en het notochord ventraal) omsloten
wordt. De gefuseerde ventrale delen worden het wervellichaam
en de gefuseerde dorsale delen worden de wervelboog.
Elk segment bevat een stukje neuraal weefsel (spinale zenuw), een stukje
scleroderm (wervel), een stukje myotoom (spier) en een stukje dermatoom
(huid). Het sclerotoom splitst zich in een rostraal en een caudaal deel, om zo de
doorgang van het neurale weefsel te faciliteren. Het caudale stukje sclerotoom
fuseert dan met het rostrale deel van het segment daaronder. Zo kan de spinale
zenuw mooi de vertebra passeren. Door deze splitsingen komt er in het
volwassen stadium een wervellichaam tekort. Daarom zijn er 8 cervicale spinale
zenuwen met 7 vertebra.
Aan de ventrale zijde omvatte de beide sclerotomen het notochord. Dit is een
soort staaf van cellen die heel veel druk kunnen opvangen. De notochord blijft
bestaan op de plekken waar twee wervellichamen moeten gaan articuleren, om
daar de intravertebrale discs te vormen. In het wervellichaam, zal deze gaan
verdwijnen.
Krommingen