Disclaimer: ik heb de samenvatting en de flashcards samen gebruikt. Deze zijn los van elkaar niet volledig. Ook heb ik de
diagnosekaarten toegevoegd.
Inhoud
Hoofdstuk 1: Diagnostiek en classificatie ........................................................................................ 2
Hoofdstuk 2: Het kwetsbaarheid-stressmodel ................................................................................. 4
Hoofdstuk 3: Psychose .................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 4: Depressieve stemmingsstoornissen .......................................................................... 8
Hoofdstuk 5: Bipolaire stoornissen ................................................................................................ 10
Hoofdstuk 6: Angststoornissen ...................................................................................................... 12
Hoofdstuk 7: Dwangstoornissen .................................................................................................... 14
Hoofdstuk 8: Drangstoornissen en stoornissen in de impulscontrole ........................................... 15
Webinars Dwang en drang ............................................................................................................ 16
Hoofdstuk 9: Eetstoornissen .......................................................................................................... 18
Hoofdstuk 10: trauma- en stressorgerelateerde stoornissen ........................................................ 19
Hoofdstuk 11: Dissociatieve stoornissen ....................................................................................... 21
Hoofdstuk 12: psychologische en psychiatrische problemen bij lichamelijke symptomen ........... 22
ME/CVS ...................................................................................................................................... 23
Psychiatric diagnosis and chronic fatigue syndrome: controversies and conflicts .................... 23
Hoofdstuk 13: seksuele problemen en genderdysforie. ................................................................ 25
Is verslaving erfelijk? .................................................................................................................. 27
Psychische problematiek, verslaving en een lvb. ...................................................................... 27
Hoofdstuk 14: middelen gerelateerde en verslavingsstoornissen ................................................. 28
Persoonlijkheidsstoornissen ....................................................................................................... 30
Narcisme – hoe ontstaat narcistische persoonlijkheidsstoornis? .............................................. 30
Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis… wat is dat? .................................................................. 30
Hoofdstuk 15: Neurocognitieve stoornissen .................................................................................. 31
Hoofdstuk 16: Persoonlijkheidsstoornissen ................................................................................... 34
Hoofdstuk 17: Suïcide en suïcidaal gedrag ................................................................................... 36
Hoofdstuk 18: Behandelaspecten .................................................................................................. 39
Psychopathologie aanvullende info ............................................................................................... 42
Gebruikte Flashcards ................................................................................................................. 44
Diagnosekaarten ............................................................................................................................ 94
,Hoofdstuk 1: Diagnostiek en classificatie
1.1 Van zot naar ziek
Door de eeuwen heen is getracht “anders” zijn te begrijpen, te verklaren en te classificeren.
• Hippocrates: Onevenwicht 4 lichaamssappen;
• Paracelsus: wordt verklaard door giftige stoffen of zelfs demonologie;
• Sydenham: medische nosologie
Wed verder sterk beïnvloed door:
1. Het verband dat werd gezien tussen bepaalde klinische ziekten en Post-mortem
afwijkingen;
2. Pasteur: microbe-theorie
1.2 van opsluiting naar behandeling
Reil gebruikt als eerst de term psychiatrie-> voor die tijd wordt men nauwelijks behandeld.
Tot midden 19e eeuw worden mensen met afwijkend gedrag opgesloten in gekkenhuizen.
Pinel is de uitzondering. Hij zorgde voor een morele behandeling, waarbij contact met patiënten
en observatie centraal stond. Hij beschrijft 5 categorieën in nosographie phylosophique. (1798)
Guislain bouwt het eerste gesticht in 1857.
1.3 Van inventariseren naar classificeren.
• 1844 VS 1e classificatie: Statistical Classification of Institutionalized Mental Patiënts
• 1883: Compendium der Psychiatrie
• 1948: WHO: Internationale classificatie van ziekten, heeft toegevoegde psychiatrische
ziekten
• 1952: DSM 1 American Psychiatric Organisation
• 1968: DSM-II
• 1980 DSM-III, 1987 Revised
• 1994 DSM-IV, 2000 Revised
• 2013 DSM-V, 2022 Revised
1.4 Van symptoom naar syndroom
Je hebt 2 soorten symptomen:
• Kernsymptomen
• Facultatieve symptomen
Er kan sprake zijn van een syndroomdiagnose of een structuurdiagnose. Zo worden symptomen
in homogene syndromen geordend in de psychopathologie. Culturele normen en waarden hebben
ook invloed op diagnostiek.
Het stellen van een psychiatrische diagnose is subjectief.
1.5 Classificatie en haar gebreken
Classificatie is idealiter gebaseerd op etiopathogenese en prognose van een ziektebeeld. Echter
berust het huidige systeem op syndroomdiagnosen.
DSM- diagnosen zijn geen vast te stellen ziekte met eenduidige oorzaak, maar constructen. Het
toepassen van een diagnose op afwijkingen is sociale controle. De diagnostische criteria zijn niet
gebaseerd op onderzoek.
,Het ideaalbeeld voor een goede classificatie is een monothetisch systeem. Dit is in de psychiatrie
niet toepasbaar, dus gebruiken we een polythetisch systeem. Daarnaast is het prototypisch. Omdat
de grenzen tussen ziek en gezond en diagnosen onderling minder duidelijk is, wordt er gepleit voor
een dimensionale classificatie. Overlappingen zorgen voor diagnostisering van comorbiditeit. Ook
is er diagnostiek in de restcategorie. Comorbiditeit vergroot diagnostische precisie en de meeste
aandoeningen bevinden zich op een spectrum.
Classificatie van psychiatrische stoornissen moeten valide en betrouwbaar zijn. Een diagnose is
betrouwbaar bij interbeoordelaarsbetrouwbaarheid en test-hertestbetrouwbaarheid. Field trials
tonen aan dat verschillende diagnoses onbetrouwbaar zijn. Uitgedrukt in Kappa:
• >0,60 goede betrouwbaarheid
• 0,41-0,60 matige betrouwbaarheid
• 0,20-0,40 lage betrouwbaarheid
Stigmatisering en zelfstigmatisering zijn risico’s bij het labelen van een persoon en kan resulteren
in het ‘why-try-effect’.
1.6 Diagnostiek verbeteren
Subtypering lijkt alleen zinvol ingeval er sprake is van ziekte-entiteiten in de klassieke zin van het
woord.
Geïndividualiseerde diagnostiek houdt momenteel in dat een individu in een categorie ingedeeld
wordt met het uitzetten van verschillende symptomen op een ernstschaal. (Gedimensionaliseerde
categorieën). Het kan beter longitudinaal in kaart gebracht worden, waarbij de interactie met de
context betrokken wordt.
1.7 DSM goed gebruiken
Bij de komst van de DSM-V zijn criteria hier en daar minder strikt geworden. Dit is niet gebaseerd
op stevig wetenschappelijk onderzoek. Bij diagnostiek moet er terughoudendheid zijn. Het is
minder gevaarlijk te onder diagnosticeren dan over diagnosticeren. Advies over omgaan met de
DSM door Frances:
• Diagnose is geen momentopname
• Intensieve samenwerking met patiënt is cruciaal
• Semigestructureerd interview met een mix van open en gesloten vragen
• Er moet bijzondere aandacht zijn voor klinische significantie. Dit moet voldoen aan 2
voorwaarden:
o Moeten op een kenmerkende manier samenhangen en een cluster vormen;
o Symptomen hebben significante beperking op sociaal of beroepsmatig
functioneren.
Alle voorgaande generaties die op enigerlei verwant zijn met de patiënt, vallen onder genetische
voorbelasting.
, Hoofdstuk 2: Het kwetsbaarheid-stressmodel
2.1 Erfelijkheid
Psychiatrische aandoeningen worden voor een groot deel mee veroorzaakt door genetische
factoren.
Het risico om zelf een psychiatrische aandoening te hebben is hoger naarmate de verwantschap
met de aandoening groter is (eeneiig >twee eiig) en naarmate meer mensen in de familie de
aandoening hebben.
2.2 Heritabiliteit
Geschatte heritabiliteit van psychiatrische aandoeningen:
• 75% ASS
• 65% BPS, ADHD, Schizofrenie
• 40% Middelenmisbruik, MDD, AN
• 30% OCS, Paniekstoornis, fobie
• 25% PTSS
2.3 Polygenetische overerving
Bij psychiatrische stoornissen zijn diverse genen betrokken. Dit betekent dat er geen sprake is van
monogenetische, maar polygenetische overerving. Dit verklaar waarom de heritabiliteit niet per se
de overerfbaarheid bepaald. Dit wil ook wel zeggen dat (een deel van) de kwetsbaarheid
overgeërfd wordt en niet de ziekte zelf.
2.4 Kwetsbaarheid-stressmodel
Dit model stelt dat een psychiatrische aandoening begrepen kan worden als het resultaat van een
combi tussen erfelijke, biologische kwetsbaarheid en multiple stressfactoren
Iedereen heeft een bepaalde kwetsbaarheid voor psychiatrische aandoeningen. Het genetische
materiaal kan tijdens het leven gewijzigd worden door externe omstandigheden, zoals (extreme)
honger, verwaarlozing of trauma.
Stress, zowel acute stress als chronische stress speelt een rol in het ontstaan van psychiatrische
aandoeningen. Om ziek te worden moet iemand over een drempel, wat gebeurt door opstapeling
van stressfactoren. De ene persoon heeft een hogere kwetsbaarheid dan een andere en zal dus
minder stressfactoren nodig hebben om over die drempel te gaan.
Door acute stress wordt de HHB-as geactiveerd. Vanuit de hypothalamus en hypofyse wordt CRH
en ACTH afgegeven. Dit zorgt ervoor dat de bijnierschorsas cortisol in de bloedbaan brengt.
Hierdoor reageren we onbewust en automatisch. Bij psychiatrische stoornissen raakt dit verstoord.
Het lichaam reageert alsof er continu stress is. De neurotoxische effecten hiervan verhoogt de
kwetsbaarheid. Vroegkinderlijk trauma kan de HHB-as verstoren.
2.5 Gen-omgevingsinteractie
Onderzoek toont aan dat de invloed van genetica en trauma afhankelijk is van elkaars
aanwezigheid.
2.6 Kindling en sensitisatie
Stress speelt niet alleen een rol bij het ontstaan, maar ook het verloop van een psychiatrische
stoornis. Dit wordt verklaard in het Kindling-fenomeen.