Jurisprudentie rechtsregels
Inhoudsopgave
Leereenheid 1................................................................................................3
Aortaperforatie arrest....................................................................................3
Haarlemse doodslag arrest.............................................................................3
Niet-behandelde longinfectie arrest................................................................3
Hevige emoties II arrest.................................................................................3
Bloedvergiftiging arrest.................................................................................4
Groninger HIV arrest......................................................................................4
Dreigbrief arrest............................................................................................ 5
Leereenheid 2................................................................................................6
Aanmerkelijke kans arrest..............................................................................6
HIV I arrest.................................................................................................... 6
Bumperkleven arrest......................................................................................6
Beschieting woning arrest..............................................................................7
Lekkanaal arrest............................................................................................ 7
Laag schieten arrest.......................................................................................7
Voorbedachte rade arrest...............................................................................8
Onverlichte brommer arrest...........................................................................9
Apothekersstagiaire arrest.............................................................................9
Blackout arrest..............................................................................................9
Vinkeveense plassen arrest..........................................................................11
Handrem arrest............................................................................................ 11
Leereenheid 3.............................................................................................. 13
Culpa in causa arrest....................................................................................13
Opticiën arrest............................................................................................. 14
Motorpapieren arrest...................................................................................15
In de steek gelaten vrouw arrest...................................................................16
Gezochte confrontatie arrest........................................................................17
1
, Materieel strafrecht
Blijf van mijn auto! arrest.............................................................................17
Blijf daar weg! arrest....................................................................................17
Koevoet arrest............................................................................................. 18
Overzichtsarrest (putatief) noodweer(exces).................................................18
Thijs H. arrest.............................................................................................. 20
Leereenheid 4.............................................................................................. 21
Vrijwillige terugtred arrest...........................................................................21
Poging tot verwurging arrest........................................................................21
Voorbereiding 1 arrest..................................................................................22
Voorbereiding 2 arrest..................................................................................22
Poging gevangenisuitbraak arrest.................................................................23
Leereenheid 5.............................................................................................. 24
Containerdiefstal arrest................................................................................24
Bacchus arrest............................................................................................. 24
Overzichtsarrest medeplegen.......................................................................25
Opzet en medeplegen arrest.........................................................................26
Opzet en medeplichtigheid arrest.................................................................27
M.nt. Röling examen arrest...........................................................................28
Veearts arrest.............................................................................................. 29
Melk en water arrest....................................................................................30
Verpleegster arrest......................................................................................30
Porsche arrest.............................................................................................. 30
Uitzendbureau Cito arrest.............................................................................32
Grenswisselkantoor arrest............................................................................32
2
, Materieel strafrecht
Leereenheid 1
Causaliteit
Aortaperforatie arrest
Rechtsregel:
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Voor de
causaliteit was beslissend dat de dood een redelijkerwijs toe te rekenen gevolg was van de messteek
die op zichzelf al tot de dood zou hebben geleid.
Haarlemse doodslag arrest
Rechtsregel:
Om tot een veroordeling voor doodslag te komen, moet er sprake zijn van causaal verband tussen de
gedraging van de verdachte en het overlijden van het slachtoffer. Het overlijden van het slachtoffer
moet te wijten zijn aan de handelingen van de verdachte.
Bij opzettelijke delicten kan het overlijden van het slachtoffer in redelijkheid toe te rekenen zijn aan de
gedragingen van de verdachte. Oftewel, op grond van de leer van redelijkheid kan worden gekeken of
de gevolgen bij een opzettelijk delict te wijten zijn aan de gedragingen van de verdachte.
De Hoge Raad stelt dat de gedraging van de verdachte gericht was op de dood van het slachtoffer.
Het neersteken van het slachtoffer was dus opzettelijk. Al was er sprake van medisch falen, dan nog
kan de dood aan verdachte toegerekend worden. Zonder de gedragingen van verdachte was er
immers helemaal geen medische hulp nodig geweest. De Hoge Raad verwerpt derhalve het
cassatieberoep en veroordeelt de verdachte voor doodslag.
Bij opzettelijke delicten kunnen de gevolgen op grond van de leer van redelijke toerekening eenvoudig
aan de verdachte worden toegerekend.
Niet-behandelde longinfectie arrest
Rechtsregel:
Volgens het medisch rapport dat voor bewijs is gebruikt was de complicatie van de longinfectie aan te
merken als een rechtstreeks gevolg van het letsel dat door de verdachte aan het slachtoffer is
toegebracht. Daaraan doet niet af dat het slachtoffer zelf heeft besloten om een op zichzelf technisch
mogelijke behandeling van die infectie niet meer toe te staan, aangezien die behandeling, als die al tot
enige levensverlenging zou hebben geleid, naar verwachting geen menswaardig bestaan had
opgeleverd.
De beslissing om de door de schotwond veroorzaakte longinfectie niet te behandelen staat er daarom
niet aan in de weg, dat de als gevolg van die infectie ingetreden dood aan de handelswijze van
verdachte wordt toegerekend.
Hevige emoties II arrest
Rechtsregel
Een overlijden ten gevolge van een hevige emotionele en fysieke ervaring (zoals een overval) bij een
kwetsbaar slachtoffer (oud en ziek), kan aan de dader worden toegerekend, mits het overlijden het
voorzienbare gevolg is van diens gedragingen. Voor toerekening is voldoende dat het gevolg (de
3
, Materieel strafrecht
dood) redelijkerwijs aan de gedraging van de verdachte kan worden toegerekend, ook als de
precieze doodsoorzaak medisch niet exact vast te stellen is.
Rechtbank en Hof:
Het is de verdachte redelijkerwijs toe te rekenen omdat het een feit van algemene bekendheid is dat
hevige emoties bij bejaarden dikwijls fatale gevolgen hebben (het hebben van een hartziekte speelt
geen rol; you have to take the victim as you find them)
Hoge Raad:
De RB, het Hof en de HR oordelen dat hier naar de leer van de redelijke toerekening een causaal
verband kan worden aangenomen. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat hevige
emoties bij bejaarden dikwijls fatale gevolgen hebben. Op grond daarvan alsmede op grond van het
deskundigenrapport van de patholoog-anatoom kon de dood van de vrouw redelijkerwijze als gevolg
van het door de dader gepleegde feit aan de verdachte worden toegerekend.
Bloedvergiftiging arrest
Rechtsregel:
Een hoogst onwaarschijnlijke mogelijkheid van een alternatieve gang van zaken staat niet aan de
bewezenverklaring van het causaal verband in de weg.
De Hoge Raad formuleert echter een andere maatstaf. Volgens de Hoge Raad sluit het feit dat de
infectie de directe doodsoorzaak is geweest niet uit dat er een zodanig verband is geweest tussen de
messteek en de daardoor noodzakelijk ondergane medische behandelingen enerzijds en de infectie
anderzijds. Daardoor kan de dood van het slachtoffer redelijkerwijs als gevolg van het toebrengen
van de messteek aan de verdachte worden toegerekend.
Het oordeel van het hof over een mogelijkheid ‘hoe klein en onwaarschijnlijk ook’ kan dan ook
bezwaarlijk anders worden verstaan dan dat ook een hoogst onwaarschijnlijke mogelijkheid dat een
andere omstandigheid heeft geleid tot het overlijden, aan een bewezenverklaring van het causaal
verband in de weg staat. De Hoge Raad formuleert daarbij de volgende maatstaf: een hoogst
onwaarschijnlijke mogelijkheid van een alternatieve gang van zaken staat niet aan de
bewezenverklaring van het causaal verband in de weg.
Groninger HIV arrest
Rechtsregel
Wanneer het CSQN -verband niet met zekerheid kan worden vastgesteld zijn er op basis van het
Groninger HIV arrest nadere criteria in het leven geroepen om toch tot redelijke toerekening te kunnen
komen:
Vastgesteld moet worden dat de gedraging van de verdachte een onmisbare schakel in de
gebeurtenissen die tot het delictsgevolg hebben geleid kan hebben gevormd; én
Aannemelijk moet zijn dat het gevolg met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door de
verdachte is veroorzaakt.
Of sprake is van een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid hangt af van de concrete
omstandigheden van het geval.
4