de geschiedenis van een paard –
Lev Tolstoj
Naam: Thomas Blok
Studennummer:
Vak: Inleiding Russische Letterkunde
Docent: Dr. O.F. Boele
Datum: 26 oktober 2024
, In 1863 begon Lev Tolstoj aan de novelle “Linnenmeter – de geschiedenis
van een paard”. Pas in 1886 voltooide hij het verhaal. In de tijd hiertussen,
rond 1870, maakte Tolstoj een morele crisis door. Een morele crisis die,
naast een sterkere band met Jezus, ook leidde tot een meer uitgesproken
liefde voor dieren; Tolstoj werd vegetariër. De toenadering tot het
Christendom had als gevolg dat Tolstoj in zijn werk een meer expliciete
moraal aanbracht. Voor Tolstoj uit 1886 is de Linnenmeter, hoewel uniek
binnen zijn oeuvre, daarom wel logisch te plaatsen. Voor Tolstoj uit 1863
zou het werk minder logisch zijn geweest. Het is een didactisch verhaal,
verteld vanuit het perspectief van een paard met een moraal die in lijn is
met Tolstoj na zijn morele crisis. Wat deze moraal precies omhelst wordt
eerst besproken aan de hand van inhoudelijke voorbeelden hiervan.
Vervolgens wordt verklaard waarom de novelle en het hoofdpersonage
Linnenmeter heten. Tot slot worden enkele literaire kenmerken van het
boek en de schrijver besproken.
In de novelle is Linnenmeter het hoofdpersonage. Een alwetende verteller
introduceert het paard als een majestueus maar doorleefd dier.
Linnenmeter maakt deel uit van een kudde paarden die geleid wordt door
Nestjor. Het verhaal speelt zich af in een landelijk gebied van Rusland,
tussen de weides, korenvelden en bossen. Door zijn eigenaar wordt
Linnenmeter niet goed behandeld, maar daar lijkt hij weinig erg in te
hebben. Hoewel de verteller alwetend is, geeft hij ook aan dat het zich
laat raden wat er omgaat in het hoofd van Linnenmeter. Het is dus niet
helemaal zeker hoe betrouwbaar de verteller is. In het
volgende deel van het verhaal wordt in vijf nachten door Linnenmeter via
een ik-perspectief verteld hoe hij uiteindelijk bij zijn huidige eigenaar
terecht is gekomen. Dat de alwetende verteller niet altijd precies weet wat
er in het paard omgaat, sluit aan op de vertelling vanuit het ik-perspectief.
Linnenmeter weet zelf namelijk ook dingen vaak niet te plaatsen. Hij
begrijpt zijn eigen gemoedstoestand niet en heeft een onverklaarbaar
gevoel van ondergeschiktheid. Iets anders dat hij niet begrijpt is hoe
mensen gebruik maken van het woord ‘mijn’. Linnenmeter begrijpt niet
dat mensen denken een paard, de grond of de lucht zich toe te kunnen
eigenen. Hij realiseert zich wel dat mensen bezit boven daden stellen, en
dat dat bezit vaak niks meer inhoudt dan het opscheppen over wat
iemand allemaal bezit. Dit is één van de lessen die Tolstoj in het verhaal
heeft verwerkt: de mens is te materialistisch. Naar aanleiding van deze
constatering, verklaart Linnenmeter dat paarden een hoger wezen zijn
dan mensen. Gezien Tolstoj zijn eigen liefde voor dieren zou het goed
kunnen dat dit ook Tolstoj zijn eigen overtuiging was.
Na de vijf nachten waarin Linnenmeter
zijn levensverhaal aan de andere paarden heeft verteld, gaat het verhaal
weer verder met een alwetende verteller. In dit deel komt bij de heer des
huizes1 een gast op bezoek. Deze gast, Nikita Serpuchowskij, blijkt een
voormalig eigenaar van Linnenmeter te zijn. Sterker nog, in de passages
waar Linnenmeter vertelt over zijn verleden, geeft hij aan dat hij zijn
1
De eigenaar van Linnenmeter, wordt verder niet bij naam genoemd.