Casus
Wachtkamer: bloedend tandvlees, koorts & in buitenland geweest. Hele straat is afgezet.
Kan deze persoon dengue hebben?
Nee, Dengue is niet besmettelijk van mens op mens (maar via mug) → niet hele straat afzetten
- Net als malaria, gele koorts, zika, chikunguya, west-nile
→ verdenking virale hemoragische koorts
- Krim-Congo – teek
- Marburgvirus - fruitvleermuizen
- Ebolavirus - fruitvleermuizen
- Lassakoorts – knaagdieren
- Ernstige vormen van Dengue
Overdracht: bloed, lichaamsvloeistoffen of weefsel van besmetten personen/dieren → virus dringt
binnen in monocyten/macrofagen/dendritische cellen → cytokinestorm → endotheelschade (>
capillaire permeabiliteit) & DIC (door activeren stolling raken trombocyten/stollingsfactoren op) →
trombose & bloedingen → MOF
Incubatietijd = tijd tussen infectie (pathogeen in lichaam) & symptomen
o Minimaal: 2 dagen
o Maximaal: 21 dagen
→ dus > 21 dagen terug geen VHK
Diagnostiek
(1) Symptomen:
- Koorts > 38.5 graden
- Hoofdpijn, spierpijn, verwardheid, buikpijn, misselijk, diarree
- Slijmvliesbloedingen (bloedneus, tandvleesbloeding)
(2) Epidemiologische link: in gebied van infectie + iets gedaan met verhoogd risico infectie - bv
- Begrafenisrituelen
- Bushmeat - wilde dieren uit jungle eten
- Uitwerpselen knaagdieren → via stof
Prognose: mortaliteit: 1% lassa, 50% ebola, 50% marburg, 40% krim-congo
- Lastig vaststellen/bijhouden → altijd schattingen
Wanneer moet iemand in quarantaine?
- Van mens op mens overdraagbaar
- Geen effectieve bescherming/behandeling OF kwetsbare mensen in omgeving
→ bv griep (in ZH)/COVID-19, tuberculose, diarree (norovirus – diarree/braken), schurft (scabiës)
Mate van isolatie hangt af van:
- Hoe besmettelijk een infectie is – lucht erger dan huidcontact
- Hoe dodelijk een infectie is
Gewone griep of COVID-19 → chirurgisch mondneusmasker
Tuberculose → veel beter afsluitend masker met kleinere gaatjes
Hoe gaat zo’n quarantaine in zijn werk?
- Beveiliging begeleidt de patient naar kamer
- Verpleging maakt isolatiekamer klaar op IC
- Beschermende kleding voor artsen en verpleegkundigen moet klaarliggen
- 2 infectiologen (1 bij patient, 1 buiten kamer)
- Diagnostisch lab op de hoogte (speciale veiligheidsprotocol) > bloed onderzoeken op
virussen etc
Verpleegkundige controleert BD, temperatuur en neemt bloed af
Arts neemt anamnese af en doet LO (voor zover dat kan)
Anamnese
• Waar ben je geweest?
• Wanneer ben je daar geweest?
• Wat heb je daar gedaan?
• Wat heb je daar gegeten? – gecontamineerd voedsel/water
, • Heb je daar onbeschermde seks gehad?
• Ben je bij arts/ziekenhuis geweest? – MRSA = resistente s. aureus
• Ben je in contact geweest met zieke mensen?
• Waartegen ben je gevaccineerd?
• Heb je malariapillen genomen?
Tropen
Tropen = landen rond de evenaar
Hoe kan je op reis een infectie krijgen?
- Gecontamineerd eten/drinken
- Zwemmen in zoet water – schistosomiasis
- Stromend water – leptospirose (soms ook in nederlands)
- Muggenbeet – malaria, dengue (knokkenkoorts), chicunguya, zika, gele koorts, west-nile
- Hondenbeet/likken op wond – rabiës, leshmaniasis
- Apen – rabiës
- SOA – HIV, chlamydia, gonorroe, mpox
The big five
Malaria = parasiet (plasmodium falciparum) – overdracht via muggen
Epidemiologie: Afrika, Nieuw Guinea Azië
Pathofysiologie: muggenbeet → infectie: sporozïeten in bloedbaan →
leverfase: binnendringen lever en vermenigvuldigen → erytrocytaire fase:
merozoïeten verlaten lever en infecteren erytrocyten → in erytrocyt start als jonge
trofozoïet (ringvorm) → trofozoïet: voeden met Hb → schizont: vermenigvuldigen
(bevat nieuwe merozoïeten) – deze RBC cyclus produceert allemaal stoffen waar je
koorts van krijgt (minimaal 7 dagen tussen steek & koorts)→ erytrocyt barst open
→ hemolyse → anemie → cytoadherentie: geïnfecteerde erytrocyten worden
kleverig en hechten aan endotheel → niet door milt wegvangen → microvasculaire
obstructie (diarree, hoesten, longoedeem, nierfalen, coma) → minder doorbloeding
organen → weefselschade (die laatste stap is specifiek voor plasmodium
falciparum)
- Niet alle parasieten worden schizonts een deel ook gametocyten → geen
ziekteverschijnselen maar door mug weer opzuigen → seksuele voortplanting in mug
Klinisch beeld:
- Aspecifieke griep symptomen: koorts, hoofdpijn, spierpijn, moe, malaise, buikpijn, diarree
o Ook bij ontbreken koorts kan het malaria zijn
- Als ernstig kan het leiden tot: coma, shock, bewustzijnsdaling etc
Diagnostiek:
Altijd malaria overwegen als koorts + verblijf in een malariagebied
- Dikke druppel – niet type plasmodium zien + wel heel gevoelig ook bij weinig parasieten
- Dun bloeduitstrijkje – RBC blijven intact → type plasmodium & percentage geïnfecteerd
→ RBC normaal geen kern, dus als je een kern ziet is het de malaria
Therapie
- Ongecompliceerd: artemeter-lumfefantrine
- Gecompliceerd: IV artesunaat → parasiet halveren in 3 uur (probleem: resistentie)
Bescherming
- Muggenbescherming
- Malariapillen
- Vaccinatie – alleen kinderen in endemische landen – niet voor reizigers, want (1) weinig
vaccins, (2) intensief vaccinatietraject (3) beschermt niet 100%
Prognose
- Bij vroege behandeling meestal volledig herstel en lage mortaliteit
- Als niet behandelen kan het leiden tot overlijden
- Als ernstig zelfs met optimale behandeling 10-20% mortaliteit
,Dengue – virus (denguevirus) – overdracht via muggen
Epidemiologie: 4 serotypen – infectie met 1 geeft geen immuniteit voor andere serotype
Pathofysiologie: muggenbeet → intracellulair in dendritische cellen/macrofagen → replicatie in
lymfeklieren → viremie → verspreiden door het hele lichaam → immuunreactie tegen dengue geeft
milde dengue – hoe ontstaat dan ernstige Dengue?:
- Antibody-dependent enhancement (ADE) = bij 2e infectie met ander serotype binnen oude
antistoffen wel maar neutraliseren niet → opname in monocyt/macrofaag makkelijker →
hogere virale belasting + sterkere immuunreactie → cytokinen → capillaire permeabiliteit / DIC
Klinisch beeld: koorts, gewrichtspijn (knokkenkoorts – chicunguya meer), misselijk, hoofdpijn, pijn
achter ogen, bloedende slijmvliezen (trombopenie), huiduitslag (fijnvlekkig typisch op romp, erytheem)
Diagnostiek: PCR en na 5 dagen serologie
Therapie: geen antivirale behandeling → alleen ondersteunen: vocht + pijnstilling (geen NSAID, want
verhogen het bloedingsrisico)
Beschermen: muggenbescherming + vaccinatie (alleen als eerder dengue gehad)
Prognose: meestal volledig herstel vanzelf, maar bij ernstige dengue hogere mortaliteit
Buiktyfus = bacterie (salmonella typhi) – via gecontamineerd eten/water (feco-oraal)
Inname besmet water/voedsel → maagzuur kan effectief doden (als je hier probleem hebt > risico) →
bereiken terminale ileum → penetratie via M-cellen van Peyer-platen → intracellulaire overleving
in macrofagen → primaire bacteriëmie → verspreiden naar verschillende organen → secundaire
bacteriëmie: grote aantallen bacteriën komen vrij uit lever/milt/beenmerg waar ze vermenigvuldigen
- Via gal komen bacteriën terug in darm → hoge bacteriedruk in Peyer-platen (risico
necrose/ulceratie → perforatie/bloeding)
- Reservoir = alleen de mens → sommige chronische drager (bv in gal)
- Klinisch beeld: koorts, griepsymptomen, diarree/obstipatie/buikpijn
o Faget-sign: relatieve bradycardie – HF stijgt niet evenredig met temperatuur
o Roseolae spots: licht roze maculae op romp – lokale immuunreactie cappilairen
o Klachten van darmbloeding/darmperforatie
Diagnostiek: bloedkweek
Beschermen: strikt letten op voedsel + vaccin (beschermt voor 65%)
Therapie: antibiotica – ceftriaxon (veel resistentie: sterk afhankelijk van geografie)
Rickettsiose = bacterie (rickettsia spp.) – via teken/luizen/vlooien/mijten (zuid-afrika)
Via vector → vermenigvuldigen intracellulaire endotheelcellen → vasculitis → kapotte
endotheelcellen → capillaire permeabiliteit & DIC (trombose/bloedingen)
- Klinisch beeld: (1) koorts (2) hoofdpijn (3) exantheem
o Escar = zwarte necrotische korst op plaats beet
o Exantheem = maculopapuleus → petechiën (van extremiteiten naar romp)
o Ernstige complicaties: encefalitis, pneumonitis, hepatitis, nierfalen, myocarditis
Beschermen: beten van vector voorkomen (DEET helpt ook bij teken)
Therapie: antibiotica – doxycyline
Leptospirose = bacterie (leptospira spp.) – via urine geïnfecteerde dieren (vooral rat)
- In Nederland komt het voor: mudrace (zwemmen in zoet water/overstromingen)
→ binnendringen via wondjes/slijmvliezen → extracellulair in bloedbaan vermenigvuldigen →
cappliaire permeabiliteit & DIC (trombose/bloedingen) → antistoffen verwijderen bacterie, maar wel
immuungemedieerde schade → toxinen leiden ook tot orgaanschade vooral lever/nier/long/hersenen
- Klinisch beeld: griep, SPIERPIJN KUIT, conjunctivale suffusie (rood oog/geen pus) → later
kan koorts terugkomen en kan je de orgaanschade zien (bv meningitis etc) - bifasisch
koorts
- Ernstig: ziekte van well = icterus, nierfalen, bloedingen
Beschermen: zoetwatercontact vermijden
Therapie: antibiotica – doxycyline of penicilline
Algemene termen
Endemie = altijd aanwezig laagdrempelig
Epidemie = uitbraak in 1 of een paar landen
Pandemie = wereldwijde uitbraak
Muggen verspreiden door klimaatverandering → grens schuift omhoog
- Autochtoon in Zuid-AF: dengue, west Nile, chikungunya, Zika
- Nog geen gele koorts/malaria
, Amoebedysenterie = parasiet (entamoeba histolytica) – via gecontamineerd eten/water (feco-oraal)
Cysten inname via voedsel/water → in dunne darm: trofoziet vrij → koloniseren in colon → hechten
aan darmepitheel + produceren cytotoxische enzymen → destructie mucosa → flesvormige ulcera
→ v. portae → leverabces (soms long/brein, maar zeldzaam)
- Meestal asymptomatisch
- Intestinaal: bloederige/slijmerige diarree, buikkrampen, tenesmen (loze aandrang)
- Systemisch: koorts/malaise/gewichtsverlies
- Leverabces: pijn RBB, koorts, hepatomegalie, chocolade pus bij drainage
Beschermen: strikt letten op voedsel
Therapie: metronidazol – soms drainage bij groot abces
Schistosomiasis = parasiet (trematoden) – via zoet water via geïnfecteerde zoetwaterslakken
1. Cercariën penetreren de huid → jeukende huiduitslag door penetratie
2. Volwassen wormen in bloedvaten
3. Productie eieren in darmwand of blaas
4. Granulomateuze ontstekingsreactie – voornamelijk deze immuunrespons tegen de eieren
geeft weefselschade – katayama syndroom: hoesten, malaise, koorts, utricaria
- S. haematobium – blaas → hematurie, dysurie → risico blaascelcarcinoom
- S. mansoni/s. japonicum – darmwand → buikpijn, diarree, bloedverlies darm
Trypanosomiasis = parasieten (trypanosoma) – via insectenbeet
- Afrikaans/slaapziekte: tseetseevliegbeet → chancre (pijnlijke huidlaesie) → bloed/lymfe →
periodieke antigenvariatie: ontsnappen immuunsysteem → BHB → hersenen
o Hemolymfatisch: koorts, hoofdpijn, malaise, lymfadenopathie
o Neurologisch: slaapstoornis, verward, persoonlijkheidsverandering, coma → zonder
behandeling overlijden
- Amerikaans/ziekte van chagas: roofwants → feces in wond of slijmvlies →
hartspiercellen/zenuwcellen (bepaalde plexus geeft verminderde peristaltiek) → intracellulaire
vermenigvuldigen → orgaanschade
o Acuut: koorts, lokale zwelling
§ Romana teken – unilateraal ooglidoedeem
o Chronisch: dilaterende cardiomyopathie, ritmestoornis, hartfalen, megaoesofagus,
megacolon
Hepatitis A = viraal (hepatitis A) – via gecontamineerd eten/water (feco-oraal)
Via mond binnen → opname in darm → v. portae → lever → hepatocyten infecteren (zelf niet
schadelijk) → T-cel immuunrespons tegen levercellen
- Prodromale fase: griepachtig met koorts
- Icterische fase: icterus, donkere urine, ontkleurde ontlasting, hepatomegalie
A tov B/C: self-limiting, geen chronische infectie – meestal volledig herstel
Acute HIV-infectie = viraal (HIV) – via onbeschermde (anale) seks, veel sekspartners & injectienaald
→ slijmvliezen (seks) of bloedbaan (injectie) → virusreplicatie in CD4 T-cellen/macrofagen/
dendritische cellen → verspreiden door heel het lichaam → CD4 cellen worden vernietigd → CD8 T-
cellen en antistoffen → viral load daalt + CD4 stijgt weer (niet helemaal terug oude niveau)
- Antistoffen duren tijdje om te maken dus negatief sluit HIV infectie niet uit
- Klinisch beeld: griepsyntomen, faryngitis/keelpijn/lymfadenopathie (waldeyer rijk aan CD4),
maculopapuleus exantheem, spierpijn/gewrichtspijn, GI-klachten (heel veel CD4)