Tentamenstof
Kernbegrippen kunnen uitleggen
Vertegenwoordigers van theorieën kennen
Bestaat uit twee delen: 40 meerkeuzevragen en 5 korte essayvragen
Wat is een benadering?
Een wijze van aanpakken, dus kunsthistorisch gezien is dat het wetenschappelijk aanpakken van iets
(onderzoek doen naar kunst)
De benadering die we nu al hebben aangeleerd is iconografie (panofsky) --> onderzoekt de
onderliggende betekenis/ symboliek
Kijken naar kunst is door de jaren heen heel erg verandert:
Het is nu voor een algemeen publiek
Is nationaal bezit
In museumcollecties
Ander publiek stelt andere vragen in andere tijden. Wij kijken ook weer anders, en we kijken naar
andere dingen. Wat voor vragen kunnen we stellen? (schema)
Je leert in deze cursus hoe je kunsthistorisch onderzoek kunt doen en vanuit welke benadering en
theorie (een manier van kijken)
Theorie
De oorsprong van de term theorie wordt gevonden in het Griekse theoria
Kunsthistorisch onderzoek:
De vragen die je stelt zijn afhankelijk van een benadering—een wijze van aanpakken—en van
een manier van kijken—een theorie.
In deze cursus leer je de belangrijkste theorieën in de kunstgeschiedenis vandaag.
Die heb je nodig voor je scriptie, maar ook voor jouw carrière als kunsthistoricus.
Olympia van Manet is zo'n bekend werk omdat er zo ontzettend veel benadering toepasbaar zijn op
dit schilderij. Er blijft dus ook nog steeds veel over geschreven worden, omdat er telkens weer
nieuwe dingen worden gevonden. Ze werd er bijvoorbeeld eerst geen aandacht geschonken aan de
vrouw op de achtergrond en nu wel, is dus een andere benaderingswijze en theorie!
Turns in the humanities - focus van debat in de geesteswetenschappen
1. Linguistic turn/ poststructuralisme jaren 80 - nadruk op hoe betekenis wordt gegenereerd
door taalsystemen. Kunst is een visuele taal. Semiotiek is de leer der tekens
2. Material turn sinds 2000 - nadruk niet op afbeelding, maar op materiaal waar het van
gemaakt is. Shift in kunstgeschiedenis van schilderkunst naar materiele cultuur
3. Gender en queer turn - nadruk op seksualiteit en identiteit, en kritiek op binaire gender
opposities
4. Postcolonial/ decolonial turn sinds 2010 - kritiek op dominante positie van Europa
5. Environmental turn 21e eeuw - hoe geesteswetenschappen nadenken over ecologie
Als kunstgeschiedenis als discipline een vorm van geschiedschrijving is, van wat precies is het dan een
geschiedenis?
,Van kunstwerken? Kunstenaars? Objecten? Stromingen?
Van wie is de geschiedenis?
Door wie wordt deze verteld?
Je krijgt vaak een tijdslijn aan stromingen etc. waar dingen te zien zijn die wij belangrijk vinden en
het geeft ons de indruk dat het heel lineair loopt
Dit model gebruiken we allemaal, maar is zeker niet de enige
Gevolg van een tijdslijn: periodisering (we delen de geschiedenis in periodes en het zou allemaal
gevolg op elkaar hebben)
Het boek Art in Time gaat juist van de hedendaagse periode naar de klassieke periode (dus precies
andersom dan dat we gewend zijn)
The Story of Art - Ernst Gombrich
There is no such thing as art
Hij zag geen vooruitgang meer in de kunst --> kunstcrisis
Vasari
Geschiedenis van de kunst is de geschiedenis van kunstenaars
Er is een bepaalde opbouw in geschiedschrijving
Alois Riegl: kunst heeft de macht over de eigen interpretatie
Formalism (vormanalyse): focus op formele eigenschappen van werk, zoals compositie en
opmaak
Was geen voorstander van een echt biologisch model als kind jeugd en volwassenheid zoals
bij Vasari
Riegl was een Hegeliaan en ook idealistisch: zag de geschiedenis bewegend naar de ideale
vorm
Drie periodes, ontwikkeling naar volmaaktheid van vorm (denk aan het voorbeeld van de
groepsportretten, hoe die door de jaren heen steeds beter werden)
Georg Wilhelm Friedrich Hegel
Duitse filosoof
Schreef heel veel over kunst
Kunst en geschiedenis zijn nauw aan elkaar verbonden
Tijdsgeest die in kunst tot uitdrukking komt
Kunst is het resultaat van een confrontatie tussen geest en materie. Kunstgeschiedenis is de
ontwikkeling van het materiele naar het immateriële: van brok steen naar marmeren beeld
naar afbeelding van mens naar afbeelding menselijkheid (liefde van moeder tot kind)
De geschiedenis is teleologisch, gaat naar een doel toe
Kunst van de Egyptenaren noemt hij symbolisch, ze betekenen iets anders dan dat ze zijn
Bij de Grieken ziet hij het doorzetten van die ontwikkeling, het menselijk lichaam komt naar
voren en heeft zich ontwikkeld vanuit de architectuur (kariatiden), maar nog wel te weinig
geestelijkheid
Eindpunt voor Hegel noemt hij romantisch zoals bij Raphael, menselijke vorm wordt
tweedimensionaal, we zien liefde terug in moeder en kind en God is voorgesteld als een
mens, balans tussen het materiële en het immateriële
Hegel samengevat:
De geschiedenis is voor Hegel een uitdrukking van de tijdsgeest. Het is progressief, teleologisch,
idealistisch
De beweging van de tijdsgeest naar zelfbewustzijn verloop van
1. Het materiele, concrete (steen, marmer) naar het immateriële, abstracte
, 2. Van architectuur, via beeldhouwkunst en schilderkunst, uiteindelijk naar poëzie en muziek
3. Van symbolisch via klassiek naar romantisch
Elke periode bereikt haar eigen volmaakte uitdrukkingsvorm. Volgens Hegel kan cultuur nooit falen,
elke cultuur werkt binnen bepaalde condities. Niet alles is mogelijk in verschillende tijden.
Giovanni Morelli
Grondlegger van conoisseurship
Kijkt niet naar hoe het verloop van de geschiedenis, maar naar het oeuvre
Wetenschapper als detective
Hij is dus een duidelijke tegenhanger van Hegel
Empirisch (anti-idealistisch)
Diachoon onderzoek ipv synchroon
Heinrich Wölfflin
Vorm is gescheiden van inhoud
Niet ontwikkeling maar radicaal verschil
Elke periode kent eigen temperament (niet progressief)
Is dus niet geïnteresseerd in de ontwikkeling maar in de concrete verschillen tussen
bijvoorbeeld renaissance en barok kunst
Hij presenteerde een kunstgeschiedenis als een geschiedenis van kijken, een geschiedenis
''zonder namen''
Met visuele analyse kun je aantonen de verschillen tussen twee periodes
Michel Foucault
Geschiedenis verloopt via epistemologische breuken
Radicale veranderingen in kennisvergaring
Duidelijke revolutionaire breuken
''het einde van de kunst'' er is een radicale breuk tussen pre-moderne en moderne kunstgeschiedenis
Heeft geleidt tot twee modellen van kunst:
1. Kunst als een vorm van geschiedenis
2. Kunst als commentaar op die geschiedenis
Modernisme: omwenteling in kunst en kunstgeschiedenis
Breuk met het cyclische model van geschiedenis
Stijlverschillen ontstonden abrupt en niet door langzame groei
Ook continuering van aspecten uit het verleden:
Nadruk op canon en verschillende stromingen
Kunst wordt zelfbewust en zelfreflexief, een commentaar op geschiedenis wil erbuiten staan
Nadruk op het leven van een indicudieel genie
Formalisme geïnspireerd op Riegl en Wölfflin staat aan de basis van analyse
Samenvattend | wat hebt je geleerd?
1. Verschillen tussen benadering, theorie, onderzoek, vragen en waarom ze relevant zijn
2. Er is een geschiedenis van de kunstgeschiedenis (zie overzicht Fernie); ‘turns’ in de
geesteswetenschappen hebben invloed op de discipline kunstgeschiedenis
, Er zijn verschillende opvattingen van geschiedenis
1. Diachrone kunstgeschiedenis bestudeert de ontwikkeling van vormen cyclisch/biografisch,
Hegeliaans & teleologisch
geschiedenis verloopt wetmatig vlgs Hegel, Wölfflin en Riegl, echter Wolfflin ziet geen
waardeverschil tussen de verschillende fases.
2. Synchrone kunstgeschiedenis bestudeert verschijnsels op specifiek moment: Giovanni
Morelli |Connoisseurschap