Uitgangspunt is dat de geesteswetenschappen fundamenteel verschilt van de natuurwetenschappen
Hoorcolleges gaan over het handboek en de werkcolleges gaan over de primaire teksten
Meerkeuzevragen over het handboek en 3 essayvragen over de reader
Wat is wetenschapsfilosofie?
Wat is filosofie?
Nadenken over het denken zelf, dat wil zeggen over de principes, structuren en de
mogelijkheden van het denken. Het gaat altijd over denken.
Wat is wetenschap?
Het systematisch, in overleg en volgens bepaalde regels verkrijgen van kennis
Wetenschapsfilosofie: is een nadenken over de bijzondere manier van denken die wij wetenschap
noemen, dat wil zeggen een nadenken over de principes, structuren en mogelijkheden van de
wetenschap
Thema's van wetenschapsfilosofie:
1. argumentatie
Geldigheid van redeneringen, drogredenen, logica, statistiek, etc.
We noemen het tegenwoordig kritisch denken
2. begripsvorming
Manier van objecten verwerven via waarneming en ervaring
Gaat over het begrijpen van dingen waarover je iets wilt zeggen
Wat heb je precies nodig om ergens uitspraak over te doen?
3. Methodiek
Ontwikkeling van onderzoeksmethouden, denken over methodes
Denk ook aan wat voor onderzoek kan je doen? Wat is maatschappelijk wenselijk?
Taken van de wetenschapsfilosofie
1. Kritisch-normatief: filosofisch rechtvaardigen van wetenschap en normen geven voor de
beoordeling van wetenschap. Jezelf rechtvaardigheden en niet zomaar iets beweren.
2. Beschrijvend: adequaat (historisch) reconstrueren wat de wetenschap doet
Wat is wetenschap?
Kennis (episteme)
o Tijdloos, noodzakelijk: waarheid
Opinie (doxa)
o Gebonden aan tijd, groep, individu: mening
Zeventiende eeuw: wetenschappelijke revolutie
Enorme vooruitgang in gemaakt
Nieuwe meetinstrumenten zoals telescoop, Royal society of London for the improvement of
Natural Knowledge, experimenten, wiskunde, etc.
Mechanisering van het wereldbeeld (titel van boek van Dijksterhuis).
Nog geen geesteswetenschappen, zoals wij het nu kennen?
Indeling van de wetenschappen
Natuurwetenschappen
, Geesteswetenschappen (rond 1800)
Sociale wetenschappen (einde 19e eeuw)
Eenheid en verscheidenheid geesteswetenschappen
Kunst- en cultuurwetenschappen
Is er dan een verschil tussen geesteswetenschappen en kunst- en cultuurwetenschappen?
o Al hebben we het over filosofie dan denken we eerder aan geesteswetenschappen, maar al
hebben we het over cultural studies dan is het raar om te verwijzen naar
geesteswetenschappen
o Er is dus niet zozeer een echt verschil, maar bij bepaalde studies klinkt het ene beter dan het
andere
Rond 1800 ontstaan dus de geesteswetenschappen, hoe is het ontstaan en waar moesten ze dan
antwoord op geven?
Structuur:
Pre-wetenschap (gaat eraan vooraf), normale wetenschap (binnen paradigma), crisis, revolutie,
normale wetenschap (binnen een nieuw paradigma)
Paradigma:
Overeenstemming over theorie, filosofische vooronderstellingen, waarden en richtinggevende
voorbeelden
Verschuiving binnen wetenschapsfilosofie:
Van accent op kritisch-normatieve taak naar accent op (historisch) reconstructie (wetenschappelijke
vooruitgang als resultaat van sociaal proces)
Foucault over episteme's (kennis)
Michel Foucault (1966)
De woorden en de dingen. Een archeologie van de menswetenschappen
Episteme, dieptestructuur, orde
Meer over het algemene denken en in tegenstelling tot Kuhn niet slechts binnen een
discipline
Drie episteme's: renaissance, klassieke tijd en moderne tijd
Rond 1800 verschijnt de mens als object van kennis (de mens: als collectief subject, niet als individu)
De mens als object van kennis
1. Hoe wast dit filosofisch mogelijk?
Kant en Hegel
2. Waarom was dit maatschappelijk wenselijk?
Cultuurhistorische achtergrond
3. Welke institutionele veranderingen maakte dit werkelijk?
Humboldts universiteitsvorming
Immanuel Kant (1724-1804)
Geesteswetenschappen presenteren de mens tegelijkertijd als subject en object
Copernicaanse wending (we draaien het om)
We richten ons verstand niet naar de werkelijkheid, de werkelijkheid richt zich naar ons verstand
, Idealisme: Het Ding an sich en zijn verschijningsvorm
Centrale stelling Kants kentheorie:
Alle kennis hangt af van de aanschouwing en het verstand
Aanschouwing: lever zintuiglijke indrukken geplaatst in ruimte en tijd
Verstand: ordent de indrukken door middel van 12 categorieën. Voorbeelden van
categorieën: noodzakelijkheid, eenheid, etc.