niPPT 1:
Vlakke projectie: 2D tekening van een 3D object
Vlakke projectie: Plattegrond: een plattegrond is 1 meter boven de vloer getekend, want ze
willen zoveel mogelijke relevante info geven
Deuren:
Doorsnede: verticale snede door een gebouw
- Een doorsnede wordt door de tekenaar zelf bepaald. De plek moet zoveel mogelijk relevante
info weergeven
Nokhoogte: hoogste punt van het dak
Peil 0: bovenlag vd beganegrond vloer
Bouwstyle oude Egypte wordt mesopotamië genoemd
Griekse bouwstyle: Zuilen en achitraaf
Rome bouwstyle: baksteen + beton + bogen en gewelven
Middeleeuws Romaans: dikke muren, kleine vensters, kruisrib- en tongewelven
- Aanleiding Romaans: ze wilde meer brand bestendigheid
Romano gotisch: geschilderde decoraties in de muur en steunberen voor de hoge gevel
Gotiek (1150-1500): spitsboog ipv rondboog, lucht bogen en steunberen, rijke decoratie
hoge glas-in-loodramen en roosvensters.
Renaissance (1515-1630): wedergeboorte Romeinse bouwkunst. Natuursteen afgewisseld
met baksteen + symmetrie was belangrijk.
, Barok (1600-1800): Oorsprong Rome klassieke elementen, gebruik van bladgoud, vrije
fantasie en overdadige vormen
Classicisme (1600-1750): terug naar klassieke bouwvorm + symetrie + niet heel uitbundig
Electicisme (1800-1900): combinatie van verschillende stylen + drukke compositie + nieuw
materialen
De Style (1917-1932): Moderne stylen. Primaire kleuren, vlakken architectuur + natuur door
grote grasvlakken naar binnen te halen
Post modernisme: nieuwe gebouwen met oude kenmerken zoals zuilen en timpanen. Het
zijn klassieke of historische kenmerken.
PPT 2:
Utiliteitsbouw: alle gebouwen zonder woon bestemming
Laagbouw: max 3 woonlagen
etagebouw: 3 of 4 woonlagen, lift niet verplicht
Hoogbouw: meer dan 4 verdiepingen, lift wel verplicht
Geschakelde woning: een berging of garage vormt de overgang/schakel naar de volgende
woning
Maisonnetes: een woning in een grootgebouw met meerdere verdiepingen
Wet Ruimtelijke ordening (1962): evenwichtige verdeling vd grond
Nota Ruimtelijke ordening (1968): planologisch beleid
- Belangrijk instrument: bestemmingsplan
Sinds 2008 zijn gemeentes verplicht om structuurvisies op te stellen.
Welstandscomissie zorgt voor de mate waarin bouwplan architectonisch past in de
omgeving, dus dat alle huizen in een omgeving op elkaar lijken
Bouwbesluit bevat voorschriften voor veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid,
energiezuinigheid en milieu
Alle bouwwerken moeten hier aan voldoen
Er staan eisen in voor slopen, verbouwen en gebruiken Dit zijn technische voorschriften
Voorschriften bouwbesluit:
Per kamer van nieuwbouwwoning moet minimaal 5 m2 zijn
Verder moet elke kamer minimaal 1,8 m breed zijn en 2,6 m hoog
Dit geld voor kamers van nieuwbouw woningen
Verblijfsgebied: minimaal 55% van het GO van een gebruiksfunctie moet aangemerkt
worden als verblijfsgebied
Vlakke projectie: 2D tekening van een 3D object
Vlakke projectie: Plattegrond: een plattegrond is 1 meter boven de vloer getekend, want ze
willen zoveel mogelijke relevante info geven
Deuren:
Doorsnede: verticale snede door een gebouw
- Een doorsnede wordt door de tekenaar zelf bepaald. De plek moet zoveel mogelijk relevante
info weergeven
Nokhoogte: hoogste punt van het dak
Peil 0: bovenlag vd beganegrond vloer
Bouwstyle oude Egypte wordt mesopotamië genoemd
Griekse bouwstyle: Zuilen en achitraaf
Rome bouwstyle: baksteen + beton + bogen en gewelven
Middeleeuws Romaans: dikke muren, kleine vensters, kruisrib- en tongewelven
- Aanleiding Romaans: ze wilde meer brand bestendigheid
Romano gotisch: geschilderde decoraties in de muur en steunberen voor de hoge gevel
Gotiek (1150-1500): spitsboog ipv rondboog, lucht bogen en steunberen, rijke decoratie
hoge glas-in-loodramen en roosvensters.
Renaissance (1515-1630): wedergeboorte Romeinse bouwkunst. Natuursteen afgewisseld
met baksteen + symmetrie was belangrijk.
, Barok (1600-1800): Oorsprong Rome klassieke elementen, gebruik van bladgoud, vrije
fantasie en overdadige vormen
Classicisme (1600-1750): terug naar klassieke bouwvorm + symetrie + niet heel uitbundig
Electicisme (1800-1900): combinatie van verschillende stylen + drukke compositie + nieuw
materialen
De Style (1917-1932): Moderne stylen. Primaire kleuren, vlakken architectuur + natuur door
grote grasvlakken naar binnen te halen
Post modernisme: nieuwe gebouwen met oude kenmerken zoals zuilen en timpanen. Het
zijn klassieke of historische kenmerken.
PPT 2:
Utiliteitsbouw: alle gebouwen zonder woon bestemming
Laagbouw: max 3 woonlagen
etagebouw: 3 of 4 woonlagen, lift niet verplicht
Hoogbouw: meer dan 4 verdiepingen, lift wel verplicht
Geschakelde woning: een berging of garage vormt de overgang/schakel naar de volgende
woning
Maisonnetes: een woning in een grootgebouw met meerdere verdiepingen
Wet Ruimtelijke ordening (1962): evenwichtige verdeling vd grond
Nota Ruimtelijke ordening (1968): planologisch beleid
- Belangrijk instrument: bestemmingsplan
Sinds 2008 zijn gemeentes verplicht om structuurvisies op te stellen.
Welstandscomissie zorgt voor de mate waarin bouwplan architectonisch past in de
omgeving, dus dat alle huizen in een omgeving op elkaar lijken
Bouwbesluit bevat voorschriften voor veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid,
energiezuinigheid en milieu
Alle bouwwerken moeten hier aan voldoen
Er staan eisen in voor slopen, verbouwen en gebruiken Dit zijn technische voorschriften
Voorschriften bouwbesluit:
Per kamer van nieuwbouwwoning moet minimaal 5 m2 zijn
Verder moet elke kamer minimaal 1,8 m breed zijn en 2,6 m hoog
Dit geld voor kamers van nieuwbouw woningen
Verblijfsgebied: minimaal 55% van het GO van een gebruiksfunctie moet aangemerkt
worden als verblijfsgebied