Wft Basismodule 2026 – Complete Samenvatting
Complete samenvatting van de Wft Basismodule: de klant en economische kringloop,
juridische en fiscale positie, marktpartijen, financiële producten, verzekerbare risico's en
zorgplicht — inclusief uitgewerkte voorbeeldcasussen, 60 oefenvragen met uitleg en
examenstrategie.
Examenoverzicht
Examenorgaan: College Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD)
Aantal vragen: 40 meerkeuzevragen
Examenduur: 65 minuten
De Wft Basismodule is de verplichte basis voor alle overige Wft-modules (Consumptief
Krediet, Hypothecair Krediet, Schadeverzekeringen, Vermogen, etc.)
Eindtermen worden periodiek herzien door het Ministerie van Financiën / CDFD
1. De klant en de economische kringloop
De economische kringloop
• De economische kringloop laat zien hoe geld stroomt tussen huishoudens, bedrijven,
de overheid en financiële instellingen.
• Huishoudens leveren arbeid en ontvangen daarvoor inkomen; met dit inkomen kopen
zij goederen en diensten bij bedrijven en betalen zij belasting aan de overheid.
Inkomen en uitgaven per levensfase
• Starter: vaak lager inkomen, focus op eerste woning, studieschuld en opbouw van
vermogen.
• Gezinsfase: hogere vaste lasten (woning, kinderen), behoefte aan risicobeperking
(overlijdensrisico, arbeidsongeschiktheid).
• Pensioenfase: inkomen daalt vaak, vermogen wordt aangesproken, aandacht voor
erfenisplanning.
Sparen en betalen
• De betaalrekening wordt gebruikt voor dagelijkse geldzaken; de spaarrekening voor
het opbouwen van een buffer of vermogen.
• Veelgebruikte betaalmiddelen: pinpas, contant geld, mobiel betalen en automatische
incasso.
Pagina 1 van 21
,Wft Basismodule 2026 Stuvia
2. Juridische en fiscale positie van de klant
Samenlevingsvormen
• Huwelijk (in gemeenschap van goederen of op huwelijkse voorwaarden): bepaalt hoe
bezittingen en schulden verdeeld worden.
• Geregistreerd partnerschap: juridisch grotendeels gelijk aan een huwelijk.
• Samenwonen (met of zonder samenlevingscontract): zonder contract heb je minder
automatische rechten, bijvoorbeeld bij overlijden van de partner.
Erfrecht en erfbelasting
• Bij overlijden zonder testament geldt de wettelijke verdeling: de partner erft in
beginsel alles, kinderen krijgen een vordering.
• Met een testament kan hiervan worden afgeweken, bijvoorbeeld door specifieke
legaten toe te kennen.
• Over een erfenis is erfbelasting verschuldigd, met vrijstellingen die afhangen van de
relatie tot de overledene (partner, kind, overig).
Eigendom en de rol van de notaris
• De notaris is verplicht betrokken bij onder andere de overdracht van onroerend goed,
het opstellen van testamenten en huwelijkse voorwaarden.
Inkomstenbelasting: box 1, 2 en 3
Box Waarover wordt belasting geheven
Box 1 Inkomen uit werk en woning (loon, winst,
eigenwoningforfait)
Box 2 Inkomen uit aanmerkelijk belang (5% of meer van
de aandelen in een vennootschap)
Box 3 Inkomen uit sparen en beleggen (vermogen boven
het heffingvrije vermogen)
Pagina 2 van 21
, Wft Basismodule 2026 Stuvia
3. Marktpartijen
Aanbieders van financiële producten
• Banken: bieden betaal- en spaarrekeningen, kredieten en beleggingsproducten aan.
• Verzekeraars: bieden schade- en levensverzekeringen aan en dragen risico's van
klanten over.
• Pensioenfondsen: beheren pensioenvermogen namens werknemers en werkgevers.
Distributiekanalen
• Intermediairs (financieel adviseurs/bemiddelaars): adviseren en bemiddelen tussen
klant en aanbieder.
• Direct writers: aanbieders die rechtstreeks aan de klant verkopen, zonder
tussenpersoon.
• Vergelijkingssites: bieden overzicht van producten van verschillende aanbieders,
maar geven meestal geen persoonlijk advies.
Toezichthouders
• De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt gedragstoezicht: zij controleert of
financiële dienstverleners zich netjes gedragen richting klanten.
• De Nederlandsche Bank (DNB) houdt prudentieel toezicht: zij controleert de
financiële soliditeit van instellingen (hebben ze genoeg buffers?).
Pagina 3 van 21