Samenvatting H7.1&2
Een geluidsbron is een voorwerp dat geluid maakt.
De meeste geluidsbronnen zijn door mensen gemaakt.
Zoals muziekinstrumenten, luidsprekers, motoren en machines.
Geluid is eigenlijk een trilling die door de lucht heen gaat.
Denk aan je stem, dan zijn het je stembanden die trillen.
Bij een luidspreker is het de conus die trilt.
Bij een instrument met snaren (viool) zijn het de snaren die trillen.
Je kunt alleen geluid horen als er een tussenstof is (een stof waar trillingen zich door kunnen
verplaatsen, van de geluidsbron naar je oren.) Meestal is de tussenstof luch ,maar geluid kan
zich ook verplaatsen door een vloeistof of vaste stof.
De geluidssnelheid in de lucht is ongeveer 340 meter per seconde (1225 km/h).
Als de trillingen bij het oor komen gaat het trommelvlies ook trillen.
Het trommelvlies beweegt naar buiten als de luchtdruk lager wordt.
En als de luchtdruk lager is beweegt het naar binnen.
Zo beweegt het trommelvlies mee met de trillingen in de lucht.
Zintuigcellen nemen deze beweging waar en geven dat door aan de hersenen.
De hoogte van een toon hangt af van 3 dingen;
-hoe dik de snaar is.
-hoe lang de snaar is.
-hoe strak de snaar is.
Een snaarinstrument moet worden gestemd. De snaren krijgen dan de juiste spanning.
Om zo de juiste toonhoogte te maken.
Het aantal trillingen per seconden noem je de frequentie van de trilling.
Geluid met een hele hoge of hele lage frequentie kan je niet horen. Jongen mensen kunnen
meestal tonen horen tussen de 20 en 20000 hz. Deze tonen liggen dan binnen je
frequentiereik. Bij dieren is dit anders, honden kunnen bv veel beter hoge tonen horen dan
wij.
Als je ouder word veranderd je frequentiebereik ook. Vooral hoge tonen kun je dan niet
goed meer horen.
Een geluidsbron is een voorwerp dat geluid maakt.
De meeste geluidsbronnen zijn door mensen gemaakt.
Zoals muziekinstrumenten, luidsprekers, motoren en machines.
Geluid is eigenlijk een trilling die door de lucht heen gaat.
Denk aan je stem, dan zijn het je stembanden die trillen.
Bij een luidspreker is het de conus die trilt.
Bij een instrument met snaren (viool) zijn het de snaren die trillen.
Je kunt alleen geluid horen als er een tussenstof is (een stof waar trillingen zich door kunnen
verplaatsen, van de geluidsbron naar je oren.) Meestal is de tussenstof luch ,maar geluid kan
zich ook verplaatsen door een vloeistof of vaste stof.
De geluidssnelheid in de lucht is ongeveer 340 meter per seconde (1225 km/h).
Als de trillingen bij het oor komen gaat het trommelvlies ook trillen.
Het trommelvlies beweegt naar buiten als de luchtdruk lager wordt.
En als de luchtdruk lager is beweegt het naar binnen.
Zo beweegt het trommelvlies mee met de trillingen in de lucht.
Zintuigcellen nemen deze beweging waar en geven dat door aan de hersenen.
De hoogte van een toon hangt af van 3 dingen;
-hoe dik de snaar is.
-hoe lang de snaar is.
-hoe strak de snaar is.
Een snaarinstrument moet worden gestemd. De snaren krijgen dan de juiste spanning.
Om zo de juiste toonhoogte te maken.
Het aantal trillingen per seconden noem je de frequentie van de trilling.
Geluid met een hele hoge of hele lage frequentie kan je niet horen. Jongen mensen kunnen
meestal tonen horen tussen de 20 en 20000 hz. Deze tonen liggen dan binnen je
frequentiereik. Bij dieren is dit anders, honden kunnen bv veel beter hoge tonen horen dan
wij.
Als je ouder word veranderd je frequentiebereik ook. Vooral hoge tonen kun je dan niet
goed meer horen.