Profielkennis ggz leertaak 2
,2.1 Je moet in eigen woorden kunnen omschrijven wat verstaan wordt onder herstel in de
psychiatrie (en wat niet).
Wat herstel wél is:
Een persoonlijk en uniek proces waarbij iemand leert omgaan met de gevolgen van een
psychische aandoening of ontwrichtende levenservaring.
Het draait om weer grip en regie krijgen over je leven en eigen doelen kunnen nastreven.
Focus ligt op mogelijkheden, sterke kanten en zingeving, niet alleen op klachten of
symptomen.
Herstel betekent niet dat de aandoening verdwijnt, maar dat de persoon er zo goed
mogelijk mee kan leven en een betekenisvol leven kan opbouwen.
Wat herstel niet is:
Het is geen medische genezing of symptoomvrij maken van de persoon.
Het is geen standaardbehandeling of één programma dat voor iedereen hetzelfde werkt.
Het is niet afhankelijk zijn van hulpverleners of vastzitten in een patiëntrol.
Het gaat niet alleen om het behandelen van klachten, maar om het hele leven en de
mogelijkheden van de persoon.
Herstel = weer zelf richting en betekenis geven aan je leven, met of zonder blijvende psychische
klachten.
2.2 De notie dat herstel een persoonlijk en uniek proces is (en geen hulpverleningsactiviteit) is
essentieel.
Herstel is een voortdurend proces, niet een eindresultaat. Je bent nooit “volledig hersteld”; er komen
altijd nieuwe aspecten voorbij.
Het verloopt volstrekt persoonlijk en uniek: wat voor de één werkt, kan voor de ander nutteloos of
zelfs belemmerend zijn.
Herstel verloopt vaak onvoorspelbaar, met ups en downs, vooruitgang en terugval.
Eigen regie: Herstel is het eigendom van de herstellende zelf. Hulpverleners, familie en naasten
kunnen ondersteunen of stimuleren, maar nooit het herstelproces overnemen.
Herstel begint op verschillende manieren voor verschillende mensen:
o Ontmoeting met ervaringsdeskundige
o Positief effect van medicatie
o Opnieuw oppakken van een oude bezigheid
Geduld en begrip zijn essentieel: herstel verloopt traag en kan frustrerend lijken voor hulpverleners
die snelle resultaten verwachten.
Herstel = persoonlijk, uniek, eigendom van de herstellende, met ondersteuning van anderen maar niet iets
dat anderen voor je kunnen doen.
2.3 De fasen van herstel volgens Spaniol e.a. moet je kennen en kunnen toelichten.
Fase Kenmerken Focus / Wat gebeurt er
Aandoening ontwikkelt zich Signaleren van vroege tekenen;
Aanloopfase
geleidelijk voorbereiding op overweldiging
Klachten overheersen leven;
Functioneren is geblokkeerd; geen
Overweldigd angst, machteloosheid,
verbinding met zelf of omgeving
verwarring
Worstelen Proberen grip te krijgen; Zelfvertrouwen laag; schaamte en angst
vragen: “Wat is er gebeurd?” voor terugval; voorzichtig dagelijkse
, Fase Kenmerken Focus / Wat gebeurt er
activiteiten oppakken
Leren leven met de klachten; Rollen en relaties opnieuw opnemen;
Leven met de
verbinding met zichzelf en mogelijkheden en beperkingen leren
aandoening
anderen hersteld kennen
Eigen doelen, relaties en betekenisvolle
Leven voorbij de Aandoening bepaalt niet meer activiteiten centraal; psychische
aandoening het leven kwetsbaarheid aanwezig maar beter
beheersbaar
2.4 De vier aspecten van herstel moet je kennen en kunnen toelichten.
,2.5 Je moet de factoren die in herstelprocessen een belangrijke rol spelen kunnen noemen en
toelichten.
2.6, Je moet de kenmerken van herstel ondersteunende hulpverlening kunnen noemen en
2.6.1 toelichten. Het gaat hier over de houding van en de bejegening door de hulpverlener.
,2.6.2 Deze paragraaf geeft praktische aanwijzingen om herstelgerichte hulpverlening concreet te
maken.
2.6.3 De vraag ‘hoe begin je met herstelgerichte hulpverlening?’ moet je kunnen beantwoorden.
1. Herstelproces onderzoeken
o Ga in gesprek met de hulpvrager (en zo nodig met naasten) om te ontdekken:
Of er al herstelprocessen aan de gang zijn.
Welke factoren herstel bevorderen of belemmeren.
In welke fase van herstel de persoon zich bevindt.
Welke wensen, dromen en ideeën de hulpvrager heeft voor de toekomst.
2. Levensverhaal centraal
o Verdiep je in het levensverhaal, niet alleen de “ziektegeschiedenis”.
o Vraag naar positieve ervaringen en sterke kanten:
Hoe heeft de persoon het volgehouden?
Welke vaardigheden of eigenschappen zijn ontwikkeld?
Wie of wat heeft geholpen om grip op het leven te krijgen?
3. Herstelassessment
o Verzamel de informatie systematisch om inzicht te krijgen in wat herstel bevordert of
belemmert.
o Dit vormt de basis voor het stellen van persoonlijke doelen en het bedenken van
interventies.
4. Persoonlijke en unieke aanpak
o Herstel is persoonlijk en uniek, hulpverlening moet daarom afgestemd zijn op de individuele
situatie, mogelijkheden en wensen van de hulpvrager.
2.7 Deze paragraaf kun je bestuderen samen met 1.6. Belangrijk: je moet kunnen verwoorden
wat het van jou als hulpverlener vraagt om mensen met een migratieachtergrond te kunnen
, begeleiden.
2.8 Stigmatisering heeft grote negatieve invloed op mensen met psychische aandoeningen en erg
herstel belemmerend is. De termen zelfstigma, publiek stigma, structureel stigma, geanticipeerd
stigma en associatief stigma moet je kunnen uitleggen.
Stigmatisering is het proces waarbij een persoon of groep wordt geassocieerd met negatieve
eigenschappen of gedrag.
Het leidt tot discriminatie, uitsluiting en verminderde kansen en is een van de belangrijkste herstel
belemmerende factoren.
Hulpverleners in de GGZ stigmatiseren helaas niet minder dan de algemene bevolking, ondanks
hun kennis van psychische problematiek.
Zelfstigma
Interne negatieve overtuigingen van de persoon zelf.
Gevolgen: laag zelfvertrouwen, angst, depressie, vermijden van hulp, verminderd maatschappelijk
functioneren.
Publiek stigma
Vooroordelen van de samenleving over een groep.
Voorbeeld: mensen met verslaving worden gezien als “te zwak om te stoppen” of psychisch
kwetsbare mensen als “niet geschikt voor werk”.
Structureel stigma
Belemmering door systemen en organisaties.
Voorbeeld: weigering door verzekeraars of hogere premies voor mensen met psychische
aandoeningen.
Geanticipeerd stigma
Verwachting dat men negatief beoordeeld zal worden.
Gevolg: vermijden van sociale situaties of hulpverlening.
Associatief stigma