Geschiedenis van het publiekrecht
Het moderne staatsbegrip – les 1
Handboek: deel 1, hoofdstuk 1 p. 20 -42
Deel I
INLEIDING
Vertrekken vanuit een collectief die zich afvragen hoe we onszelf gaan
besturen regels nodig
Gemeenschappelijke elementen in bestuur van staten
1) Legitimiteit: onderscheid tussen wie mag besturen en bestuurt vs
iemand die niet bestuurt of niet mag besturen
- Verschilt van staat tot staat verschillende staten vullen zelf in hoe
ze de staat besturen en wat legitimiteit is
- Bestuurders gaan wel altijd naar manieren zoeken om zichzelf en
hun bestuur te legitimeren
2) Representatief regime
- Iemand die iemand anders zal vertegenwoordigen
- Niet vast verschillende gradaties en vormen en hangt af van de
periode waarin het zich afspeelt
Essentiële problematiek publiekrecht: hoe onszelf besturen zodat we vrij blijven
Hoe zorgen we ervoor dat minderheden niet worden onderdrukt door de
machtige meerderheid?
- Meerderheid en wie minderheid is veranderlijk door verkiezingen
kan de eerdere meerderheid nu de minderheid worden
- Vraag is: hoe kunnen we die vraag waarborgen?
2. idee van ‘de staat’
Uitgangspunt:
Iets/iemand nodig om samenleven te waarborgen chaos en geweld
voorkomen
Iets/iemand = persoon/instelling met macht die bevelen kan opleggen +
maakt wet (=op iedereen van toepassing) + geweldmonopolie (enige die
geweld kan inzetten om wil af te dwingen)
, We hebben hier een theorie voor nodig stillaan theorieën en ideeën over
wat de staat is en wat die moet inhouden hangt sterk af van de periode
Het idee van de moderne staat kan naar keuze worden teruggevoerd naar
de vroege 19e eeuw (moderne geschiedenis) of de 17e eeuw
(vroegmoderne geschiedenis) of de middeleeuwen
Er wordt een opdeling gemaakt
1) Tussen moderne/hedendaagse geschiedenis (start bij Amerikaanse en
Franse revolutie)
2) En tussen de vroegmoderne/nieuwe geschiedenis (start bij val van
Constantinopel in 1453 of Columbus)
Het hangt af van in welke periode je begint:
- Als je in de 17e eeuw begint, dan kijk je naar de soevereiniteit van
de wetgever
- Als je in de 19e eeuw begint, dan kijk je naar de liberale staat (voor
zover die al liberaal is in die tijd)
Dus er zijn verschillende visies op de moderne staat en waar die zijn oorsprong
heeft
2.1 middeleeuwen
Volgens sommigen is de moderne staat een erfgenaam van de
middeleeuwse standenvertegenwoordiging
Samenleving opgebouwd uit standen dragen elk op eigen manier bij aan
maatschappij
Clerus (bidden) + ridders (vechten) + derde stand (werken)
Vertegenwoordiger van die groepen staan voor de natie
- De autonomie van die vertegenwoordigers verschilt tussen gebieden
en tussen steden
Vorst: regeert bij gratie Gods, maar wel volgens een contract met de 3
standen de standen zijn de uitdrukking van de orde die God wil
o Als de vorst het contract verbreekt kunnen de standen samen beslissen
om de vorst af te zetten = weerstandsrecht van de standen
Soort contract – tirannie = verbreken van contract = recht op weerstand
= contractuele opvatting
- Idee van het contract zijn terug te brengen tot de relatie tussen
leenheer en de leenman bepaald sterk de samenleving in de
middeleeuwen
- Gaat zich gaandeweg beginnen ontwikkelen naar publiekrechtelijke
relatie
Vb meer leenheren bij elkaar en samenwerken om meer druk te
kunnen uitoefenen en mee relaties te kunnen bepalen
,Gevolg: allemaal aparte kleine koninkrijkjes die onderling verbanden hebben
2.2 vroegmoderne/ nieuwe geschiedenis
De liberale staat van de 19e eeuw is de opvolger van de vroegmoderne
staat
Daar wordt mee bedoeld dat de verkozenen van het volk (parlement,
regering) de plaats in nemen van de soevereine vorst
Eerste impulsen naar liberale staat
Van een vorstelijke machtsconsolidatie naar een centrale staat
In die periode (16e – 17e eeuw) veel geweld en chaos
Onder andere religieuze oorlogen in bv Spanje
Oorlogen tussen protestanten en katholieken, want er verschillende
protestantse confessies (Luther, Calvijn) die zich afsplitsen
Veel scheuringen in katholieke kerk in 16e – 17e eeuw en dat zorgt voor veel
religieuze spanningen. De macht van de Koning zal minderen, want die moet
toegevingen doen aan ofwel de protestanten of de katholieken.
Gevolg: meer nagedacht over hoe we die oorlogen in de toekomst kunnen
vermijden?
Nieuw politiek model waarbij de vorst niet meer alle macht heeft
In dezelfde periode komen ook andere termen en vormen aan bod:
- Natiestaat staat die geen andere macht boven zicht heeft
- Republiek
- Natie
2.3 moderne/hedendaagse geschiedenis
Wie in de 19e eeuw kijkt naar de liberale staat wordt er de traditionele
staat bedoeld
Kenmerken
Democratisch verkozen heersers
Waarbinnen de macht wordt verdeeld tussen wetgevende,
uitvoerende en rechterlijke macht
En een staat dat zelf ook onderworpen is aan het recht, dit kan door
individuen worden afgedwongen voor onafhankelijke rechters
Dat individu beschikt over onvervreemdbare rechten en vrijheden
(daar kan geen afstand van worden gedaan)
Samen met scheiding der machten gaat dit machtsmisbruik tegen
Vandaag moet de staat minimaal democratie zijn
Via representatie (onrechtstreeks en rechtstreeks)
, Wordt vandaag ook als liberaal beschouwd en begrepen
- Want: vrijheid van individu je beschikt over een aantal rechten
waar de overheid zich niet mee mag inmengingen
- Je kan je als individu ontplooiing door vrijheid van meningsuiting
kan ideeën uitwisselen met anderen
- Ook scheiding der machten
- Essentieel: overheid gebonden aan een het recht
o Grondrechten moten gewaarborgd worden via instellingen
(buiten-constitutioneel – vb binnen systeem zelf en via
(grond)wetsbepalingen
o Overheid maakt de normen en zijn er zelf door gebonden
Conclusie: we kunnen niet alleen kijken naar de recentste geschiedenis (vanaf
19e eeuw). Begrippen die Franse of Russische revolutionairen gebruiken hebben
hun wortels in een verder verleden.
Hoofdstuk 1
Het moderne staatsbegrip
Staat en soevereiniteit
De notie soevereiniteit
BEGRIP:
Soevereiniteit veronderstelt een aantal dingen
- Staat: een bepaald grondgebied met een bevolking met
instellingen met gezag en erkenning om zo recht en wetten te
kunnen afdwingen
- Macht op een bepaald grondgebied en volk
In essentie komen de bovenstaande 3 elementen (grondgebied, bevolking,
instelling) neer op 2 aspecten interne en externe soevereiniteit
Soevereiniteit is een dubbel begrip. Externe en interne soevereiniteit horen eigenlijk
bij elkaar. Het ene kan niet zonder het andere.
het is moeilijk om de interne gezag en soevereiniteit te blijven behouden als je
extern heel de tijd onder bezetting staat
of omgekeerd als je intern niet het gezag hebt, dan zal een internationale
gemeenschap de staat moeilijker erkennen als soeverein
Soevereiniteit drukt uit in welke mate instellingen legitiem zijn om normen uit te
vaardigen en af te dwingen tegenover een bevolking op een bepaald
Het moderne staatsbegrip – les 1
Handboek: deel 1, hoofdstuk 1 p. 20 -42
Deel I
INLEIDING
Vertrekken vanuit een collectief die zich afvragen hoe we onszelf gaan
besturen regels nodig
Gemeenschappelijke elementen in bestuur van staten
1) Legitimiteit: onderscheid tussen wie mag besturen en bestuurt vs
iemand die niet bestuurt of niet mag besturen
- Verschilt van staat tot staat verschillende staten vullen zelf in hoe
ze de staat besturen en wat legitimiteit is
- Bestuurders gaan wel altijd naar manieren zoeken om zichzelf en
hun bestuur te legitimeren
2) Representatief regime
- Iemand die iemand anders zal vertegenwoordigen
- Niet vast verschillende gradaties en vormen en hangt af van de
periode waarin het zich afspeelt
Essentiële problematiek publiekrecht: hoe onszelf besturen zodat we vrij blijven
Hoe zorgen we ervoor dat minderheden niet worden onderdrukt door de
machtige meerderheid?
- Meerderheid en wie minderheid is veranderlijk door verkiezingen
kan de eerdere meerderheid nu de minderheid worden
- Vraag is: hoe kunnen we die vraag waarborgen?
2. idee van ‘de staat’
Uitgangspunt:
Iets/iemand nodig om samenleven te waarborgen chaos en geweld
voorkomen
Iets/iemand = persoon/instelling met macht die bevelen kan opleggen +
maakt wet (=op iedereen van toepassing) + geweldmonopolie (enige die
geweld kan inzetten om wil af te dwingen)
, We hebben hier een theorie voor nodig stillaan theorieën en ideeën over
wat de staat is en wat die moet inhouden hangt sterk af van de periode
Het idee van de moderne staat kan naar keuze worden teruggevoerd naar
de vroege 19e eeuw (moderne geschiedenis) of de 17e eeuw
(vroegmoderne geschiedenis) of de middeleeuwen
Er wordt een opdeling gemaakt
1) Tussen moderne/hedendaagse geschiedenis (start bij Amerikaanse en
Franse revolutie)
2) En tussen de vroegmoderne/nieuwe geschiedenis (start bij val van
Constantinopel in 1453 of Columbus)
Het hangt af van in welke periode je begint:
- Als je in de 17e eeuw begint, dan kijk je naar de soevereiniteit van
de wetgever
- Als je in de 19e eeuw begint, dan kijk je naar de liberale staat (voor
zover die al liberaal is in die tijd)
Dus er zijn verschillende visies op de moderne staat en waar die zijn oorsprong
heeft
2.1 middeleeuwen
Volgens sommigen is de moderne staat een erfgenaam van de
middeleeuwse standenvertegenwoordiging
Samenleving opgebouwd uit standen dragen elk op eigen manier bij aan
maatschappij
Clerus (bidden) + ridders (vechten) + derde stand (werken)
Vertegenwoordiger van die groepen staan voor de natie
- De autonomie van die vertegenwoordigers verschilt tussen gebieden
en tussen steden
Vorst: regeert bij gratie Gods, maar wel volgens een contract met de 3
standen de standen zijn de uitdrukking van de orde die God wil
o Als de vorst het contract verbreekt kunnen de standen samen beslissen
om de vorst af te zetten = weerstandsrecht van de standen
Soort contract – tirannie = verbreken van contract = recht op weerstand
= contractuele opvatting
- Idee van het contract zijn terug te brengen tot de relatie tussen
leenheer en de leenman bepaald sterk de samenleving in de
middeleeuwen
- Gaat zich gaandeweg beginnen ontwikkelen naar publiekrechtelijke
relatie
Vb meer leenheren bij elkaar en samenwerken om meer druk te
kunnen uitoefenen en mee relaties te kunnen bepalen
,Gevolg: allemaal aparte kleine koninkrijkjes die onderling verbanden hebben
2.2 vroegmoderne/ nieuwe geschiedenis
De liberale staat van de 19e eeuw is de opvolger van de vroegmoderne
staat
Daar wordt mee bedoeld dat de verkozenen van het volk (parlement,
regering) de plaats in nemen van de soevereine vorst
Eerste impulsen naar liberale staat
Van een vorstelijke machtsconsolidatie naar een centrale staat
In die periode (16e – 17e eeuw) veel geweld en chaos
Onder andere religieuze oorlogen in bv Spanje
Oorlogen tussen protestanten en katholieken, want er verschillende
protestantse confessies (Luther, Calvijn) die zich afsplitsen
Veel scheuringen in katholieke kerk in 16e – 17e eeuw en dat zorgt voor veel
religieuze spanningen. De macht van de Koning zal minderen, want die moet
toegevingen doen aan ofwel de protestanten of de katholieken.
Gevolg: meer nagedacht over hoe we die oorlogen in de toekomst kunnen
vermijden?
Nieuw politiek model waarbij de vorst niet meer alle macht heeft
In dezelfde periode komen ook andere termen en vormen aan bod:
- Natiestaat staat die geen andere macht boven zicht heeft
- Republiek
- Natie
2.3 moderne/hedendaagse geschiedenis
Wie in de 19e eeuw kijkt naar de liberale staat wordt er de traditionele
staat bedoeld
Kenmerken
Democratisch verkozen heersers
Waarbinnen de macht wordt verdeeld tussen wetgevende,
uitvoerende en rechterlijke macht
En een staat dat zelf ook onderworpen is aan het recht, dit kan door
individuen worden afgedwongen voor onafhankelijke rechters
Dat individu beschikt over onvervreemdbare rechten en vrijheden
(daar kan geen afstand van worden gedaan)
Samen met scheiding der machten gaat dit machtsmisbruik tegen
Vandaag moet de staat minimaal democratie zijn
Via representatie (onrechtstreeks en rechtstreeks)
, Wordt vandaag ook als liberaal beschouwd en begrepen
- Want: vrijheid van individu je beschikt over een aantal rechten
waar de overheid zich niet mee mag inmengingen
- Je kan je als individu ontplooiing door vrijheid van meningsuiting
kan ideeën uitwisselen met anderen
- Ook scheiding der machten
- Essentieel: overheid gebonden aan een het recht
o Grondrechten moten gewaarborgd worden via instellingen
(buiten-constitutioneel – vb binnen systeem zelf en via
(grond)wetsbepalingen
o Overheid maakt de normen en zijn er zelf door gebonden
Conclusie: we kunnen niet alleen kijken naar de recentste geschiedenis (vanaf
19e eeuw). Begrippen die Franse of Russische revolutionairen gebruiken hebben
hun wortels in een verder verleden.
Hoofdstuk 1
Het moderne staatsbegrip
Staat en soevereiniteit
De notie soevereiniteit
BEGRIP:
Soevereiniteit veronderstelt een aantal dingen
- Staat: een bepaald grondgebied met een bevolking met
instellingen met gezag en erkenning om zo recht en wetten te
kunnen afdwingen
- Macht op een bepaald grondgebied en volk
In essentie komen de bovenstaande 3 elementen (grondgebied, bevolking,
instelling) neer op 2 aspecten interne en externe soevereiniteit
Soevereiniteit is een dubbel begrip. Externe en interne soevereiniteit horen eigenlijk
bij elkaar. Het ene kan niet zonder het andere.
het is moeilijk om de interne gezag en soevereiniteit te blijven behouden als je
extern heel de tijd onder bezetting staat
of omgekeerd als je intern niet het gezag hebt, dan zal een internationale
gemeenschap de staat moeilijker erkennen als soeverein
Soevereiniteit drukt uit in welke mate instellingen legitiem zijn om normen uit te
vaardigen en af te dwingen tegenover een bevolking op een bepaald