Sociale psychologie:
Inleiding
Geeft antwoord op de vraag hoe individuen reageren in sociale situaties.
Welke invloed heeft de aanwezigheid van anderen op het gedrag van een individu
“Je kan niet niet beïnvloed worden”: aanwezigheid van anderen beïnvloedt
denken, gedrag (verbaal/non-verbaal), emoties, motivatie, …
Wij zijn kuddedieren: de mens heeft anderen nodig om te overleven, om zich
veilig te voelen, om taken te verdelen, om ideeën uit te voeren, om bij te leren,
om steun te vinden, om te zorgen en verzorgd te worden…
Het belang van ons sociale leven
- Sociale behoeften en huidhonger
- Sociale verbondenheid als basisbehoefte in motivatietheorieën
- Introvert/extravert?
- Empathie en spiegelneuronen
Hulpverlenend gedrag
Altruïstisch gedrag
Altruïstisch gedrag:
o Gedrag waarbij je de ander centraal stelt
o “Maximalisatie van de opbrengst voor anderen”
o Zelfopofferend, je wint er niets bij
Moeder zal kinderen redden met risico op eigen leven
Op stap met vrienden en trakteren om op goed blaadje te staan
Is helpen ‘zelfopofferend’, of is er ook een egoïstische component…?
o Tegenpool altruïsme
– agressie: streven naar minimum aan opbrengsten voor ander, ongeacht
opbrengst voor jezelf
o Helpend gedrag kan belonend zijn voor de helper (bv dankbaarheid)
o Niet helpen kan negatieve gevolgen hebben (bv reacties v anderen,
schuldgevoel, straf wegens schuldig verzuim)
,De empathie/altruïsme hypothese (Batson)
- Kan hulpverlener perspectief van ander
aannemen?
- Wat is motief, doel gedrag?
- Wanneer bereik je het doel?
Kern: In welke mate kunnen we ons
empathisch inleven in ander, kunnen we
perspectief van ander aannemen?
Je kan pas van altruïsme spreken wanneer
men in staat is om zichzelf in ander in te
leven en gedrag dus vanuit empathie werd
ingegeven
Doel van altruïstisch gedrag: lijden van ander verminderen
Hulpverlenend gedrag vanuit egoïstisch vertrek:
Gestuurd vanuit persoonlijke bezorgdheid- ontbreekt empathisch vermogen om
perspectief van ander aan te nemen
Verminderen van eigen lijden (schuldgevoel) centraal
Mensen die zowel reageren vanuit empathische bezorgdheid als mensen die
reageren vanuit persoonlijke bezorgdheid zullen hulpverlenend gedrag vertonen,
maar dit wordt bepaald door mate waarin ze geconfronteerd worden met persoon
in nood.
Mensen die hoofdzakelijk emotionele respons vertonen vanuit persoonlijke
bezorgdheid
- Zullen enkel helpen wanneer ze blijven geconfronteerd worden met leed
van ander dit bezorgd negatieve ervaringen (schuldgevoel, shock,
onbehagen)
- Wanneer ze lijden van hulpbehoevende persoon kunnen negeren zal nood
om in actie te komen verdwijnen
Mensen met empathische bezorgdheid
- Zullen wanneer ze ontsnappen uit probleemsituatie nog steeds ander
helpen voor hen ligt bezorgdheid bij behoeften v noodlijdende, niet bij
verminderen van het eigen onbehagen
Psychologen spreken over altruïstisch gedrag
- Gedrag beoogt is ander te helpen
Person situation interaction: vaak geneigd om gedrag te verklaren vanuit
persoonlijkheid
, De case “Kitty Genovese”: In welke omstandigheden gaan
mensen niet helpen? Welke factoren remmen helpend gedrag
af?
- 38 mensen zagen Kitty genovese vermoord worden en grepen niet in of wel
- 911 opgericht kort na dit voorval
- Bystander-effect
Diffusie van verantwoordelijkheid
Het omstaanderseffect (bystander apathy):
o Hoe meer omstaanders er bij een noodsituatie zijn, hoe minder kans dat het
slachtoffer zal geholpen worden
o ‘Er is volk genoeg om te helpen’
o Hoe meer potentiële hulpverleners, hoe lager men de eigen
verantwoordelijkheid inschat
o Slachtoffer heeft meer kans om geholpen te worden indien er één
voorbijganger is dan wanneer er meerdere zijn
o Schuldgevoel bij niet helpen is kleiner (‘de anderen hebben ook niet
geholpen’)
o Exp Darley & Latané: reactie op geësceneerde epileptische aanval (p61-62)
Studenten werden uitgenodigd voor een onderzoek over de intercom in
verschillende kamers, iemand (acteur) ‘kreeg’ epileptische aanval de ander
gaat direct hulp zoeken, 85% van mensen gaan wanneer zij de enige zijn in
de kamer onmiddellijk helpen- indien groepsconditie percentage daalt --> hoe
meer personen er waren hoe minder mensen hielpen/niemand hielp
o Exp Darley & Latané 2: reactie op rookwolk (p63-64)
Iedereen (indien meerdere personen aanwezig) werkt gewoon door
waardoor proefpersoon ook gewoon verder doet --> spiegelen
Factoren van invloed op hulpverlenend gedrag
Bekendheid van de medegetuigen
Wanneer de proefpersonen in een
experiment elkaar kennen, zullen ze vaker
overgaan tot helpend gedrag dan wanneer
ze elkaar niet kennen
Minder angst om zich belachelijk te
maken
, Betere communicatie/overleg
Competentie van de omstaanders
Ga je wel helpen wanneer je de enige bent die kan helpen, alhoewel je niet
de enige getuige bent?
Bibliotheek experiment Bickman:
Hulp wordt geboden wanneer proefpersoon de enige aanwezige is
die hulp kan bieden
Experiment met medeproefpersonen van 4 & 6 jaar oud
Sneller hulp bieden dan met volwassen medegetuigen, en sneller
dan met hulpverleners
MAAR niet zo hulpvaardig als in alleen conditie
MAW zelfs diffusie van verantwoordelijkheid naar medegetuigen die niet of
nauwelijks in staat zijn om te helpen
Kosten en baten
We maken een afweging van de kosten die het eventuele helpen met zich
meebrengt, en de baten die we erbij ondervinden
Sociale uitwisselingstheorie: er is een uitwisseling van input en output
Negatieve gevolgen van het helpen
Zelf gevaar lopen
Experiment metro Philadelphia: minder mensen gaan over tot hulp
wanneer ze bloed zien (in ex. nepbloed), en ook hogere latentietijd
(reactietijd)
Angst om de situatie erger te maken
Tijdverlies (maatschappelijke druk?)
Normconflicten (‘moeien met andermans zaken’, overtreden van normen
voor goed fatsoen), bv minder hulp bij echtelijke ruzie (ruzie tussen
mensen die elkaar kennen) dan bij onbekenden
Positieve gevolgen van het helpen
Dankbaarheid, respect, vriendschap, beloning, …
Negatieve gevolgen van het niet helpen
Schuldgevoel, teleurstelling in eigen gedrag, medelijden, besef dat
men had kunnen voorkomen
Inleiding
Geeft antwoord op de vraag hoe individuen reageren in sociale situaties.
Welke invloed heeft de aanwezigheid van anderen op het gedrag van een individu
“Je kan niet niet beïnvloed worden”: aanwezigheid van anderen beïnvloedt
denken, gedrag (verbaal/non-verbaal), emoties, motivatie, …
Wij zijn kuddedieren: de mens heeft anderen nodig om te overleven, om zich
veilig te voelen, om taken te verdelen, om ideeën uit te voeren, om bij te leren,
om steun te vinden, om te zorgen en verzorgd te worden…
Het belang van ons sociale leven
- Sociale behoeften en huidhonger
- Sociale verbondenheid als basisbehoefte in motivatietheorieën
- Introvert/extravert?
- Empathie en spiegelneuronen
Hulpverlenend gedrag
Altruïstisch gedrag
Altruïstisch gedrag:
o Gedrag waarbij je de ander centraal stelt
o “Maximalisatie van de opbrengst voor anderen”
o Zelfopofferend, je wint er niets bij
Moeder zal kinderen redden met risico op eigen leven
Op stap met vrienden en trakteren om op goed blaadje te staan
Is helpen ‘zelfopofferend’, of is er ook een egoïstische component…?
o Tegenpool altruïsme
– agressie: streven naar minimum aan opbrengsten voor ander, ongeacht
opbrengst voor jezelf
o Helpend gedrag kan belonend zijn voor de helper (bv dankbaarheid)
o Niet helpen kan negatieve gevolgen hebben (bv reacties v anderen,
schuldgevoel, straf wegens schuldig verzuim)
,De empathie/altruïsme hypothese (Batson)
- Kan hulpverlener perspectief van ander
aannemen?
- Wat is motief, doel gedrag?
- Wanneer bereik je het doel?
Kern: In welke mate kunnen we ons
empathisch inleven in ander, kunnen we
perspectief van ander aannemen?
Je kan pas van altruïsme spreken wanneer
men in staat is om zichzelf in ander in te
leven en gedrag dus vanuit empathie werd
ingegeven
Doel van altruïstisch gedrag: lijden van ander verminderen
Hulpverlenend gedrag vanuit egoïstisch vertrek:
Gestuurd vanuit persoonlijke bezorgdheid- ontbreekt empathisch vermogen om
perspectief van ander aan te nemen
Verminderen van eigen lijden (schuldgevoel) centraal
Mensen die zowel reageren vanuit empathische bezorgdheid als mensen die
reageren vanuit persoonlijke bezorgdheid zullen hulpverlenend gedrag vertonen,
maar dit wordt bepaald door mate waarin ze geconfronteerd worden met persoon
in nood.
Mensen die hoofdzakelijk emotionele respons vertonen vanuit persoonlijke
bezorgdheid
- Zullen enkel helpen wanneer ze blijven geconfronteerd worden met leed
van ander dit bezorgd negatieve ervaringen (schuldgevoel, shock,
onbehagen)
- Wanneer ze lijden van hulpbehoevende persoon kunnen negeren zal nood
om in actie te komen verdwijnen
Mensen met empathische bezorgdheid
- Zullen wanneer ze ontsnappen uit probleemsituatie nog steeds ander
helpen voor hen ligt bezorgdheid bij behoeften v noodlijdende, niet bij
verminderen van het eigen onbehagen
Psychologen spreken over altruïstisch gedrag
- Gedrag beoogt is ander te helpen
Person situation interaction: vaak geneigd om gedrag te verklaren vanuit
persoonlijkheid
, De case “Kitty Genovese”: In welke omstandigheden gaan
mensen niet helpen? Welke factoren remmen helpend gedrag
af?
- 38 mensen zagen Kitty genovese vermoord worden en grepen niet in of wel
- 911 opgericht kort na dit voorval
- Bystander-effect
Diffusie van verantwoordelijkheid
Het omstaanderseffect (bystander apathy):
o Hoe meer omstaanders er bij een noodsituatie zijn, hoe minder kans dat het
slachtoffer zal geholpen worden
o ‘Er is volk genoeg om te helpen’
o Hoe meer potentiële hulpverleners, hoe lager men de eigen
verantwoordelijkheid inschat
o Slachtoffer heeft meer kans om geholpen te worden indien er één
voorbijganger is dan wanneer er meerdere zijn
o Schuldgevoel bij niet helpen is kleiner (‘de anderen hebben ook niet
geholpen’)
o Exp Darley & Latané: reactie op geësceneerde epileptische aanval (p61-62)
Studenten werden uitgenodigd voor een onderzoek over de intercom in
verschillende kamers, iemand (acteur) ‘kreeg’ epileptische aanval de ander
gaat direct hulp zoeken, 85% van mensen gaan wanneer zij de enige zijn in
de kamer onmiddellijk helpen- indien groepsconditie percentage daalt --> hoe
meer personen er waren hoe minder mensen hielpen/niemand hielp
o Exp Darley & Latané 2: reactie op rookwolk (p63-64)
Iedereen (indien meerdere personen aanwezig) werkt gewoon door
waardoor proefpersoon ook gewoon verder doet --> spiegelen
Factoren van invloed op hulpverlenend gedrag
Bekendheid van de medegetuigen
Wanneer de proefpersonen in een
experiment elkaar kennen, zullen ze vaker
overgaan tot helpend gedrag dan wanneer
ze elkaar niet kennen
Minder angst om zich belachelijk te
maken
, Betere communicatie/overleg
Competentie van de omstaanders
Ga je wel helpen wanneer je de enige bent die kan helpen, alhoewel je niet
de enige getuige bent?
Bibliotheek experiment Bickman:
Hulp wordt geboden wanneer proefpersoon de enige aanwezige is
die hulp kan bieden
Experiment met medeproefpersonen van 4 & 6 jaar oud
Sneller hulp bieden dan met volwassen medegetuigen, en sneller
dan met hulpverleners
MAAR niet zo hulpvaardig als in alleen conditie
MAW zelfs diffusie van verantwoordelijkheid naar medegetuigen die niet of
nauwelijks in staat zijn om te helpen
Kosten en baten
We maken een afweging van de kosten die het eventuele helpen met zich
meebrengt, en de baten die we erbij ondervinden
Sociale uitwisselingstheorie: er is een uitwisseling van input en output
Negatieve gevolgen van het helpen
Zelf gevaar lopen
Experiment metro Philadelphia: minder mensen gaan over tot hulp
wanneer ze bloed zien (in ex. nepbloed), en ook hogere latentietijd
(reactietijd)
Angst om de situatie erger te maken
Tijdverlies (maatschappelijke druk?)
Normconflicten (‘moeien met andermans zaken’, overtreden van normen
voor goed fatsoen), bv minder hulp bij echtelijke ruzie (ruzie tussen
mensen die elkaar kennen) dan bij onbekenden
Positieve gevolgen van het helpen
Dankbaarheid, respect, vriendschap, beloning, …
Negatieve gevolgen van het niet helpen
Schuldgevoel, teleurstelling in eigen gedrag, medelijden, besef dat
men had kunnen voorkomen