Jurisprudentie
Inhoudsopgave
Leereenheid 1...........................................................................................................................................................3
Zalco II......................................................................................................................................................................3
Dépex/Curatoren.....................................................................................................................................................4
Portacabin................................................................................................................................................................6
Woonark...................................................................................................................................................................7
Havenkranen............................................................................................................................................................9
Leereenheid 2.........................................................................................................................................................11
Teixeira de Mattos.................................................................................................................................................11
Leereenheid 3.........................................................................................................................................................13
Zalco I.....................................................................................................................................................................13
Teixeira de Mattos.................................................................................................................................................14
Love Love...............................................................................................................................................................14
Hollander’s Kuikenbroederij...............................................................................................................................16
Breda/Anonius.......................................................................................................................................................18
Leereenheid 4.........................................................................................................................................................20
Uitslag/Wolterink...................................................................................................................................................20
Leereenheid 5.........................................................................................................................................................21
Spaarbank Rivierenland/Gispen q.q....................................................................................................................21
Leereenheid 6.........................................................................................................................................................23
Blaauboer/Berlips..................................................................................................................................................23
Leereenheid 8.........................................................................................................................................................25
Spaarbank Rivierenland/Gispen q.q....................................................................................................................25
Feenstra q.q./ING..................................................................................................................................................25
Oryx/Van Eesteren................................................................................................................................................27
Dix q.q./ING...........................................................................................................................................................29
Coface/Intergamma...............................................................................................................................................30
Onoverdraagbare vordering is ook onverpandbaar..........................................................................................31
Rabobank/Ten Berge q.q......................................................................................................................................31
1
, Goederenrecht
Leereenheid 9.........................................................................................................................................................32
Rabobank/Reuser..................................................................................................................................................32
Hoogovens Matex...................................................................................................................................................33
Leereenheid 10.......................................................................................................................................................35
Ontvanger/De Jong q.q.........................................................................................................................................35
2
, Goederenrecht
Leereenheid 1
Bestanddeel beschadigingscriterium
Zalco II
Rechtsvraag
Is het aluminium dat na het faillissement van Zalco gestold is in de ovens van een elektrolysefabriek,
op grond van art. 3:4 lid 2 BW bestanddeel geworden van die ovens of van de fabriek als geheel?
Essentie van het arrest
De HR vernietigt het oordeel van het hof dat het aluminium géén bestanddeel is geworden van de
ovens, omdat het hof bij de toepassing van art. 3:4 lid 2 BW een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd.
Het hof had zich moeten richten op de fysieke gevolgen van afscheiding, en niet op de economische
of vermogensrechtelijke waarde van de zaken.
Rechtsregel
Bij de beoordeling of een zaak bestanddeel is geworden van een hoofdzaak op grond van art. 3:4 lid 2
BW, is beslissend of de zaak fysiek zodanig is verbonden met de hoofdzaak dat zij daarvan niet kan
worden afgescheiden zonder beschadiging van betekenis aan een van beide zaken. De beoordeling
draait om de fysieke verbondenheid en fysieke gevolgen van de afscheiding en niet om de
economische waarde of wenselijkheid van de afscheiding.
Eventueel mogen ook situaties waarin afscheiding technisch mogelijk is maar onevenredig veel
inspanning of kosten vereist, worden gelijkgesteld met ‘beschadiging van betekenis’.
Inhoud arrest
Feiten:
o Bij Zalco werd aluminium geproduceerd in elektrolyse-ovens. Na faillissement werd het
productieproces stilgelegd; aluminium stolde in 417 ovens. UTB Holding kocht later de
fabriek inclusief het gestolde aluminium. Glencore had een pandrecht op de voorraden
van Zalco, waaronder het aluminium.
Kernpunt:
o Glencore vordert een verklaring voor recht dat haar pandrecht op het aluminium is blijven
bestaan en dat het aluminium geen bestanddeel is geworden van de elektrolysefabriek
(waardoor het zou zijn nagetrokken en het pandrecht vervallen).
Hof Amsterdam oordeelde:
o Aluminium is geen bestanddeel geworden, want afscheiding leidde niet tot economische
schade; de ovens waren waardeloos zolang het aluminium erin zat.
o HR vernietigt dit oordeel. Het hof baseerde zich ten onrechte op economische argumenten
i.p.v. op de fysieke criteria uit art. 3:4 lid 2 BW. De HR benadrukt dat bij de vraag naar
bestanddeelvorming de fysieke schade en verbondenheid doorslaggevend zijn.
o De zaak is verwezen naar het Hof Den Haag om alsnog vast te stellen of het aluminium
daadwerkelijk fysiek verbonden was met de ovens en zo ja, of die verbinding alleen met
beschadiging van betekenis kon worden verbroken.
3
, Goederenrecht
Bestanddeel verkeersopvatting
Dépex/Curatoren
Oefententamen
Voor de beantwoording van de vraag of de beregeningsinstallatie op grond van de in art. 5:14 lid 2 BW
genoemde verkeersopvatting bestanddeel is geworden van het kassencomplex.
Rechtsvraag
Is de door Dépex geleverde distillatieapparatuur door natrekking onderdeel (bestanddeel) geworden
van het fabrieksgebouw van Bergel, waardoor het eigendomsvoorbehoud van Dépex is vervallen?
Essentie van het arrest
De HR vernietigt het arrest van het hof omdat dit onvoldoende inzicht geeft in de vraag of de
apparatuur naar verkeersopvatting een bestanddeel is van het gebouw. Het hof heeft onduidelijk
gelaten wat het als hoofdzaak beschouwde (gebouw of productie-inrichting) en is mogelijk van een
onjuiste rechtsopvatting uitgegaan.
De HR formuleert voor het eerst criteria voor bestanddeelvorming naar verkeersopvatting bij
fabrieksinstallaties: niet enkel de technische functie is bepalend, maar ook of gebouw en installatie
constructief op elkaar zijn afgestemd en/of het gebouw zonder de installatie als onvoltooid moet
worden beschouwd.
Rechtsregel
Een zaak is bestanddeel van een andere zaak in de zin van art. 3:4 lid 1 BW als zij daarmee naar
verkeersopvatting een eenheid vormt.
Bij beantwoording van de vraag of een installatie bestanddeel is van een gebouw, is niet
doorslaggevend of de installatie essentieel is voor het productieproces.
Wel zijn relevant:
a) Of gebouw en installatie constructief op elkaar zijn afgestemd, en
b) Of het gebouw zonder de installatie als onvoltooid moet worden beschouwd, vanuit het oogpunt
van geschiktheid voor gebruik.
Inhoud van het arrest
Feiten:
o Dépex had een waterdistillatie-installatie aan Bergel geleverd onder
eigendomsvoorbehoud.
o Na het faillissement van Bergel wilde Dépex de installatie terughalen.
o De curatoren weigerden medewerking, stellend dat de apparatuur onroerend was
geworden en daardoor door natrekking eigendom van Bergel was geworden.
Oordeel hof:
o De installatie is onroerend geworden omdat zij volgens het hof behoort tot het ‘wezen’ van
de fabriek (essentieel voor het productieproces).
o Het hof vond doorslaggevend dat de apparatuur noodzakelijk was voor het functioneren
van de fabriek.
Cassatie:
o De HR oordeelt dat het hof niet duidelijk heeft gemaakt wat de hoofdzaak is: het gebouw
of de productie-inrichting.
o De HR verwerpt de redenering dat de functie in het productieproces beslissend is.
o In plaats daarvan introduceert de HR twee toetsingsmaatstaven:
Constructieve afstemming tussen gebouw en apparatuur.
4