Nederlands samenvatting spelling blok 1 t/m 4
Werkwoordspelling:
Verleden tijd:
Als de stam eindigt op één van de medeklinkers uit ‘t fokschaap of ‘t kofschip schrijf je stam + te(n).
Anders schrijf je altijd de(n).
Bij zwakke werkwoorden als verven en verbazen verandert de v en z aan het eind van de stam in
een f of een s: ik verf, ik verbaas. In de verleden tijd krijgen ze echter de(n) (ik verfde, ik
verbaasde) omdat in het hele werkwoord een z en een v staan.
Tegenwoordige tijd:
enkelvoud stam ik loop, loop ik? loop jij?
enkelvoud stam + t jij/u loopt, hij/zij/het loopt
meervoud hele werkwoord wij lopen, jullie lopen, zij lopen
Engelse werkwoorden:
krijgen in de verleden tijd stam plus -de(n).
Meervoudsvormen:
De -s schrijf je er aan vast als dat geen probleem voor de uitspraak oplevert: sektes, tantes, printers,
loges en bureaus.
Als je een fout bij de uitspraak kunt maken schrijf je ‘s : auto’s, piano’s, alinea’s, baby’s, jury’s en
ski’s.
woorden op -ik
Je schrijft 2 k’s als de klemtoon op ik valt: snikken, blikken, likken en tikken.
Je schrijft 1 k als de klemtoon niet op ik valt: monniken, viezeriken en leeuweriken
woorden op -ie of -ee
Je schrijft –ën erbij als de klemtoon op de ie of ee valt: feeën, genieën en reeën.
Je schrijft –n en een trema erbij als de klemtoon er niet op valt: bacteriën, poriën en oliën.
woorden op -f of -s
De f wordt meestal een v en de s vaak een z : kloven, staven, laarzen en kluizen.
Maar: fotografen, parafen en kaarsen!
Let op:
Sommige woorden hebben (ook) een Latijns meervoud: politici, medici , mediums/media,
museum/musea.
Verkleinwoorden:
Meestal -je, -tje of -pje
De meeste verkleinwoorden zijn eenvoudig te maken, zie eventueel de eenvoudige uitleg over de
verkleinwoorden.
de bank - het bankje
de film - het filmpje
de tafel - het tafeltje
de slang - het slangetje
Soms een dubbele klinker
Bij verkleinwoorden die eindogen op een -a, -é, -o of -u wordt de klinker verdubbeld.
de auto - het autootje
het café - het cafeetje
de opa - het opaatje
de kano - het kanootje
de accu - het accuutje
Werkwoordspelling:
Verleden tijd:
Als de stam eindigt op één van de medeklinkers uit ‘t fokschaap of ‘t kofschip schrijf je stam + te(n).
Anders schrijf je altijd de(n).
Bij zwakke werkwoorden als verven en verbazen verandert de v en z aan het eind van de stam in
een f of een s: ik verf, ik verbaas. In de verleden tijd krijgen ze echter de(n) (ik verfde, ik
verbaasde) omdat in het hele werkwoord een z en een v staan.
Tegenwoordige tijd:
enkelvoud stam ik loop, loop ik? loop jij?
enkelvoud stam + t jij/u loopt, hij/zij/het loopt
meervoud hele werkwoord wij lopen, jullie lopen, zij lopen
Engelse werkwoorden:
krijgen in de verleden tijd stam plus -de(n).
Meervoudsvormen:
De -s schrijf je er aan vast als dat geen probleem voor de uitspraak oplevert: sektes, tantes, printers,
loges en bureaus.
Als je een fout bij de uitspraak kunt maken schrijf je ‘s : auto’s, piano’s, alinea’s, baby’s, jury’s en
ski’s.
woorden op -ik
Je schrijft 2 k’s als de klemtoon op ik valt: snikken, blikken, likken en tikken.
Je schrijft 1 k als de klemtoon niet op ik valt: monniken, viezeriken en leeuweriken
woorden op -ie of -ee
Je schrijft –ën erbij als de klemtoon op de ie of ee valt: feeën, genieën en reeën.
Je schrijft –n en een trema erbij als de klemtoon er niet op valt: bacteriën, poriën en oliën.
woorden op -f of -s
De f wordt meestal een v en de s vaak een z : kloven, staven, laarzen en kluizen.
Maar: fotografen, parafen en kaarsen!
Let op:
Sommige woorden hebben (ook) een Latijns meervoud: politici, medici , mediums/media,
museum/musea.
Verkleinwoorden:
Meestal -je, -tje of -pje
De meeste verkleinwoorden zijn eenvoudig te maken, zie eventueel de eenvoudige uitleg over de
verkleinwoorden.
de bank - het bankje
de film - het filmpje
de tafel - het tafeltje
de slang - het slangetje
Soms een dubbele klinker
Bij verkleinwoorden die eindogen op een -a, -é, -o of -u wordt de klinker verdubbeld.
de auto - het autootje
het café - het cafeetje
de opa - het opaatje
de kano - het kanootje
de accu - het accuutje