Economie hoofdstuk 6
Leerdoelen
Leerdoelen 6.1
Je kan uitleggen welke productiefactoren je nodig hebt om te produceren
Je weet hoe je de waardevermindering van kapitaalgoederen berekent
Je kan uitleggen wat een bedrijfskolom is
Leerdoelen 6.2
Je kan uitleggen wat een markt is
Je kan uitleggen hoe vraag en aanbod invloed hebben op de prijs
Je kan uitleggen waarom het marktaandeel voor een bedrijf belangrijk is
Leerdoelen 6.3
Je kan uitleggen hoe je de brutowinst en nettowinst uitrekent
Je kan uitleggen wat het verschil is tussen verkoopprijs en consumentenprijs
Je kan uitleggen welke btw-tarieven er zoal zijn
Leerdoelen 6.4
Je kan uitleggen hoe je de productie per werknemer berekent
Je kan uitleggen op welke manieren de bedrijven meer kunnen produceren
Je kan uitleggen wat productie voor de samenleving oplevert
Samenvattingen
Samenvatting 6.1
Bedrijven en overheid produceren in de formele sector. Je noemt dat ook wel productie in
enge zin. In de informele sector vind je onbetaalde of ongeregistreerde productie. On te
produceren heb je productiefactoren nodig. De vier productiefactoren zijn natuur, arbeid,
kapitaal en ondernemerschap. Als er naar verhouding veel machines worden gebruikt, is de
productie kapitaalintensief. De jaarlijkse waardevermindering van kapitaalgoederen noem je
afschrijving. Die bereken je door de aanschafprijs min de restwaarde te berekenen en de
uitkomst te delen door het aantal gebruiksjaren. In een bedrijfskolom staan bedrijven die elk
zorgen voor toegevoegde waarde zodat het product steeds meer geschikt is voor
consumptie.
Samenvatting 6.2
Als je het bij economie hebt over een markt, bedoel je meestal niet een concrete maar een
abstracte markt. Voorbeelden daarvan zijn de oliemarkt en de huizenmarkt. Op de markt
hebben bedrijven te maken met concurrenten. Dat zijn bedrijven die in dezelfde behoeften
van consumenten voorzien. Het aantal producten dat wordt verkocht als vraag en aanbod
aan elkaar gelijk zijn, noem je de evenwichtshoeveelheid. De prijs die daarbij hoort, is de
evenwichtsprijs. De afzet van een bedrijf als percentage van de totale afzet in die markt is
zijn marktaandeel.
Leerdoelen
Leerdoelen 6.1
Je kan uitleggen welke productiefactoren je nodig hebt om te produceren
Je weet hoe je de waardevermindering van kapitaalgoederen berekent
Je kan uitleggen wat een bedrijfskolom is
Leerdoelen 6.2
Je kan uitleggen wat een markt is
Je kan uitleggen hoe vraag en aanbod invloed hebben op de prijs
Je kan uitleggen waarom het marktaandeel voor een bedrijf belangrijk is
Leerdoelen 6.3
Je kan uitleggen hoe je de brutowinst en nettowinst uitrekent
Je kan uitleggen wat het verschil is tussen verkoopprijs en consumentenprijs
Je kan uitleggen welke btw-tarieven er zoal zijn
Leerdoelen 6.4
Je kan uitleggen hoe je de productie per werknemer berekent
Je kan uitleggen op welke manieren de bedrijven meer kunnen produceren
Je kan uitleggen wat productie voor de samenleving oplevert
Samenvattingen
Samenvatting 6.1
Bedrijven en overheid produceren in de formele sector. Je noemt dat ook wel productie in
enge zin. In de informele sector vind je onbetaalde of ongeregistreerde productie. On te
produceren heb je productiefactoren nodig. De vier productiefactoren zijn natuur, arbeid,
kapitaal en ondernemerschap. Als er naar verhouding veel machines worden gebruikt, is de
productie kapitaalintensief. De jaarlijkse waardevermindering van kapitaalgoederen noem je
afschrijving. Die bereken je door de aanschafprijs min de restwaarde te berekenen en de
uitkomst te delen door het aantal gebruiksjaren. In een bedrijfskolom staan bedrijven die elk
zorgen voor toegevoegde waarde zodat het product steeds meer geschikt is voor
consumptie.
Samenvatting 6.2
Als je het bij economie hebt over een markt, bedoel je meestal niet een concrete maar een
abstracte markt. Voorbeelden daarvan zijn de oliemarkt en de huizenmarkt. Op de markt
hebben bedrijven te maken met concurrenten. Dat zijn bedrijven die in dezelfde behoeften
van consumenten voorzien. Het aantal producten dat wordt verkocht als vraag en aanbod
aan elkaar gelijk zijn, noem je de evenwichtshoeveelheid. De prijs die daarbij hoort, is de
evenwichtsprijs. De afzet van een bedrijf als percentage van de totale afzet in die markt is
zijn marktaandeel.