Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Basiscoschap Veterinaire Volksgezondheid (BVV) Overzicht

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
40
Geüpload op
26-06-2026
Geschreven in
2024/2025

Dit is een overzicht voor het vak Basiscoschap Veterinaire Volksgezondheid (BVV) uit het uniforme deel van de master diergeneeskunde.

Voorbeeld van de inhoud

​Week 1​
​Vaccinologie​
​Vaccineren heeft 3 belangrijke doelen:​
​●​ ​Ziektelast verlagen (aantal zieken + ernst van de ziekte)​
​●​ ​Transmissie verlagen (dier-mens en dier-dier)​
​●​ ​Economisch verlies minimaliseren​

​Let op: met vaccineren kan je infecties niet voorkomen, alleen beperken!​

​ iektelast verlagen​
Z
​Een belangrijke manier om ziektelast te verlagen is door groepsimmuniteit op te bouwen.​
​Door te vaccineren zullen er minder dieren ziek worden, degene die wel ziek worden zullen​
​over het algemeen een mildere variant van de ziekte krijgen. Door veel dieren te vaccineren​
​kunnen ook de niet-gevaccineerde dieren beschermd worden, als er minder dieren ziek zijn,​
​is de kans op overdracht naar een niet-gevaccineerd dier kleiner​

​ ransmissie verlagen​
T
​De mate van transmissie kan onderzocht worden mbv onderzoek. Hierbij wordt er gekeken​
​naar het verschil tussen een gevaccineerde groep en een niet-gevaccineerde controlegroep.​
​Dit kan gedaan worden obv serologisch onderzoek, ziekteverschijnselen (klinische​
​observatie) of een antigeentest. Bij vogelgriep kan bijvoorbeeld een keelswab genomen​
​worden, waar mbv PCR of virusisolatie bepaald wordt of het dier geïnfecteerd is.​

​Transmissie kan bepaald worden mbv de volgende parameters:​
​●​ ​De duur van de infectieuze periode​
​●​ ​Het aantal kiemen dat nodig is voor een infectie van vatbare individuen​
​●​ ​De hoeveelheid kiemen die tijdens contact worden overgedragen​
​●​ ​Het aantal contacten tussen individuen per tijdseenheid​
​●​ ​Het aantal verschillende individuen waarmee contact is.​

​ e R-waarde is belangrijk voor de bepaling van transmissie. Deze waarde staat gelijk aan​
D
​het aantal individuen dat gemiddeld door 1 infectieus individu besmet worden tijdens de​
​infectieuze periode. Om de transmissie te verlagen moet R < 1, 1 persoon besmet dan​
​gemiddeld minder dan 1 persoon, waardoor de infectiedruk afneemt. De R-waarde verandert​
​tijdens een epidemie. R​​0​ ​is de standaardwaarde voor​​een infectieziekte, dit is theoretisch​
​bepaald. R​​e​ ​is de waarde op een bepaald moment in​​de epidemie.​

​ IR model​
S
​Om de effectiviteit van een vaccinatie te bepalen wordt het SIR model gebruikt:​

​ : gevoelige dieren​
S
​I: infectieuze dieren​
​R: herstelde dieren​
​β: R-waarde per tijdseenheid​

, ​𝐼​
​𝑆𝑛𝑒𝑙ℎ𝑒𝑖𝑑​​​𝑣𝑎𝑛​​​𝑖𝑛𝑓𝑒𝑐𝑡𝑖𝑒​ = β · ​𝑆​ · ​ ​
𝑁
​ ​ ​Dit is dus de snelheid waarmee gevoelige dieren infectieus worden​

​𝑆𝑛𝑒𝑙ℎ𝑒𝑖𝑑​​​𝑣𝑎𝑛​​​ℎ𝑒𝑟𝑠𝑡𝑒𝑙​ = α · ​𝐼​
​●​ ​Dit is dus de snelheid waarmee infectieuze dieren herstellen (en dus niet meer​
​infectieus zijn)​

​ accinatie heeft oa. invloed op ⍺. Vaccinatie zorgt ervoor dat ⍺ hoger wordt, waardoor de​
V
​snelheid van herstel sneller wordt en de infectieuze periode dus ingekort wordt.​

​ ok heeft vaccinatie invloed op β. Vaccinatie zorgt ervoor dat β lager wordt. Dit komt​
O
​doordat er een hogere dosis nodig is om geïnfecteerd te raken. Ook geven gevaccineerde​
​geïnfecteerde dieren een lagere dosis door aan gevoelige dieren. Doordat ze een lagere​
​dosis krijgen, maar een hogere dosis nodig hebben, zullen ze minder snel ziek worden.​

​ ffectiviteit van een vaccin​
E
​Mogelijke parameters:​
​●​ ​Mortaliteit (sterfte)​
​●​ ​Abortus​
​●​ ​Gewichtstoename en voederconversie (productiekenmerken)​
​●​ ​Transmissiesnelheid​
​●​ ​Shedding van zoonotische pathogenen​
​●​ ​Morbiditeit (aanwezigheid van ziekte) in nakomelingen​
​●​ ​Bescherming tegen foetale infectie (in utero)​

​ accinatie-challenge studies​
V
​Vaccinatie-challenge studies zijn studies die de transmissie van een agens meten na​
​vaccinatie door een groep dieren actief bloot te stellen aan dit agens​




​Tijdens een studie zijn er 2 ruimtes:​
​1.​ ​Gemarkeerde gevaccineerde dieren + niet-gemarkeerde ongevaccineerde dieren​
​2.​ ​Ongevaccineerde dieren​

​ et agens wordt in beide ruimtes geïntroduceerd door een geïnfecteerd dier toe te voegen.​
H
​Dit dier is actief geïnfecteerd met een gestandaardiseerde hoeveelheid agens, vervolgens is​

,​ et dier getest. Na een positieve test is het geïntroduceerd. Na een vooraf bepaalde tijd​
h
​worden de dieren in de ruimtes getest, bv mbv PCR.​

​Vaccinatie heeft directe en indirecte effecten:​
​●​ ​Om het​​directe effect​​te bepalen worden de groepen​​uit ruimte 1 met elkaar​
​vergeleken. De gevaccineerde groep heeft namelijk door de groepsimmuniteit een​
​direct effect op de ongevaccineerde groep.​
​○​ ​Een nadeel hiervan is dat er maar een bepaald aantal ongevaccineerde​
​dieren zijn, dus de R-waarde (en β) is moeilijk te bepalen.​
​○​ ​Een voordeel hiervan is dat dit goed te vergelijken is met de werkelijke​
​situatie, doordat dieren in het echt ook door elkaar lopen.​
​●​ ​Om het​​indirecte effect​​te bepalen worden beide ongevaccineerde​​groepen met​
​elkaar vergeleken (ongevaccineerde groep uit ruimte 1 vs dieren uit ruimte 2). Nu​
​kan er bekeken worden hoe verschillend de situatie is met en zonder​
​groepsimmuniteit.​
​●​ ​Om het​​totale effect​​te bepalen wordt de gevaccineerde​​groep uit ruimte 1​
​vergeleken met de ongevaccineerde dieren uit ruimte 2. Er wordt nu gekeken wat het​
​effect is van vaccineren vs de situatie waarbij er niemand gevaccineerd wordt.​
​○​ ​Het totale effect zal groter zijn dan het direct effect doordat je hiermee de​
​groepsimmuniteit niet meerekent. Vaak leidt groepsimmuniteit tot een​
​onderschatting van het effect van het vaccin omdat hierdoor ook de​
​ongevaccineerde dieren beschermd zijn​


​Arbo, Biosecurity, Zoönosen​
​ iosecurity​
B
​Biosecurity/bioveiligheid: het uitsluiten, uitroeien of effectief beheersen van​​biologische​
​gevaren (insleep van dierziekten en ziekten die volksgezondheid schaden) in het belang van​
​de economie, het milieu en de volksgezondheid​
​●​ ​Externe bioveiligheid: alle contacten met de buitenwereld​
​●​ ​Interne bioveiligheid: maatregelen om verspreiding binnen bedrijf tegen te gaan​

​ athogenen kunnen op verschillende manieren binnenkomen, dit is pathogeen afhankelijk.​
P
​Wel is er een vuistregel voor de grootte van het risico (laag naar hoog):​
​1.​ ​Voer​
​2.​ ​Huisdieren/knaagdieren (kleine dieren)​
​3.​ ​Lucht​
​4.​ ​Materiaal​
​5.​ ​Personen​
​6.​ ​Levende dieren​

​𝑛​
​Het risico kan berekend worden mbv​​𝑃​ = ​1​ − (​1​ − ​𝑝)​
​●​ ​P: risico​
​●​ ​p: kans op infectie transmissie per keer​
​●​ ​n: aantal keer​

, ​Als een transmissieroute bijvoorbeeld een 1 op 1000 kans heeft dat er een transmissie​
​50​
​plaatsvindt, en dit komt 50x per jaar voor:​​𝑃​ = ​1​ − (​1​ − ​0,​ ​001​) = ​4,​ ​88%​

​ iosecurity wordt op het bedrijf zelf beoordeeld en moet altijd onderdeel zijn van de​
B
​bedrijfsbegeleiding. Ook moet het gerelateerd worden aan het risico dat er daadwerkelijk​
​insleep plaatsvindt van biologische gevaren, waarna het SMART wordt besproken met de​
​veehouder.​

​ ygiëne is een belangrijk onderdeel van biosecurity. Mbv een hygiënisch ontwerp van​
H
​materiaal en inrichting, kan het risico op insleep van biologische gevaren verkleind worden.​
​Het is belangrijk dat de omgeving/materialen op de goede manier gereinigd en ontsmet​
​worden. Eerst het grof vuil verwijderen, dan reinigen, hierna moet er gespoeld worden,​
​waarna er ontsmet kan worden en achteraf weer gespoeld. Ook is het belangrijk om het​
​achteraf aan de lucht te drogen.Verder is persoonlijke hygiëne en bescherming van belang​
​om het risico te verlagen. Als laatste is plaagdierbestrijding ook van belang, zodat deze​
​dieren geen ziektes binnenslepen. Hier kunnen preventieve maatregelen voor ingesteld​
​worden, het gebouw kan ontworpen worden op een manier dat ze niet binnenkomen en mbv​
​hygiëneprotocollen zal de leefomgeving minder aantrekkelijk maken voor deze dieren.​
​Wanneer er wel een plaag is, is het belangrijk om de soorten te identificeren en ze​
​vervolgens te bestrijden.​

Documentinformatie

Geüpload op
26 juni 2026
Aantal pagina's
40
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING
€6,94
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
ankejesse Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
118
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
52
Documenten
137
Laatst verkocht
3 weken geleden

4,2

11 beoordelingen

5
3
4
7
3
1
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen