ALGEMEEN
Prenatale screening betreft de screening voorafgaand aan de bevalling op aanwezigheid van eventuele ziekten en congenitale-, syndromale- of chromosomale
aandoeningen.
Standaardonderzoeken die worden uitgevoerd: obstetrische echo’s, laboratoriumbepalingen en urine-analyses. Indicaties voor deze standaardonderzoeken zijn oa ter
evaluatie van de foetale groei, foetale structurele afwijkingen, het aantonen/uitsluiten van Rhesus-antagonisme en Diabetes Gravidarum (DG). Om chromosomale
aandoeningen desgewenst op te kunnen sporen worden screeningstesten ingezet (bijvoorkeur zo vroeg mogelijk).
MOMENT ONDERZOEK INHOUD
< 10 weken Intake + bloedonderzoek Bloedgroep, rhesus, antistoffen, Hb/MCV, infecties (HIV, hepatitis B, syfilis), rubella, glucose bij risico
11–14 weken NIPT (Niet-Invasieve Prenatale Test) Bloedonderzoek moeder: chromosomale afwijkingen (trisomie 21/18/13)
13 weken 13-wekenecho (ETSEO) Structureel echoscopisch onderzoek: grote structurele afwijkingen (optioneel)
20 weken 20-wekenecho (SEO) Uitgebreide structurele echo: hart, hersenen, ledematen, nieren, placenta
Vanaf 24 weken Bij indicatie Geavanceerde echo, vlokkentest, vruchtwaterpunctie
AANVULLEND ONDERZOEK PER TERMIJN
ONDERZOEK 1e TRIMESTER 18-20e WEEK 26-30e WEEK 36e WEEK - PARTUS
ECHO Bepaling termijn, vitaliteit (foetale Bepaling geslacht, controle foetale
hartactiviteit), prenatale screening hartactie, groeicontroles, structurele
Controle groei en ligging (op indicatie)
op congenitale afwijkingen echoscopisch onderzoek (SEO, 20wkn
(nekplooi) echo)
LAB Bloedgroep, HB, MCV, Rhesus D/c, OGTT op indicatie HB, MCV, HB, MCV
Irregulaire antistoffen, HbS-AG, Indien moeder Rhesus D/neg
HIV, Syfilis, Glucose. Optioneel NIPT** (herhalen), IEA en foetale Rhesus
D-antigeen
URINE Dipstick, kweek, proteïnurie (op indicatie)
PRENATALE SCREENINGSTESTEN
ONDERZOEK AANTONEN / UITSLUITEN SOORT WANNEER RISICO’s / NADELEN
NIPT Foetale chromosomale afwijkingen Bloedonderzoek ≥ 11 wkn - Nagenoeg 100% zekerheid,
Trisomie 13 – 18 – 21 NIPT: bloed wordt bij de moeder afgenomen invasieve testen zijn nodig ter bevestiging.
waarin een beetje DNA van de placenta
aanwezig is.
- Kan alleen bij monochoriale
tweeling (dus niet bij dichoriale tweeling
of bij een vanishing twin)
COMBINATIE Trisomie 13 – 18 – 21 Bloedonderzoek én echo (nekplooi) 11 – 14 wkn - Geeft een risico-inschatting, dus
TEST geen zekerheid!
(B-hCG + PAPP-A en - Kan bij alle tweelingen, maar niet bij
nekplooimeting) een vanishing twin.
VLOKKEN TEST Naald-aspiratie placentaweefsel 11 – 14 wkn - 0,5% kans op abortus
(chorion villus - Mozaiekafwijking in placenta
sampling) vruchtwaterpunctie nodig ter bevestiging
Genetische en/of chromosomale
VRUCHTWATER afwijkingen Naald-aspiratie vruchtwater Idealiter tussen 16-17 wkn - Risico op abortus ≠ 0,5%
PUNCT
(amniocentese)
NAVELSTRENG Foetomaternaal bloedgroep- Naald-aspiratie navelstrengbloed ≥ 18 wkn - Risico op abortus 1-2%.
PUNCT antagonisme en behandeling van - Kans op iatrogene schade moeder
foetale anemie door transfusie via of kind.
deze navelstrengpunctie