- BTC: Basale TemperatuurCurve
Temperatuurmetingen om het moment van ovulatie te detecteren. Temp wordt
dagelijks rectaal gemeten. Na ovulatie is een stijging van de temp van enkele tienden,
die na menses weer daalt. VOORWAARDEN VOOR EEN NORMALE MENSTRUATIECYCLUS ÉN SUCCESVOLLE
ZWANGERSCHAP
- OFO: Oriënterend FertiliteitsOnderzoek. Serumanalyse, Ovulatie onderzoek, Luteale fase en 1. Hormonale cyclus met ovulatie
Tubapathologie Voorwaarde: goed functionerende HPO-as (hypothalamus – hypofyse – ovaria). LH-piek moet
- CAT: Chlamydia-Antilichamen Test leiden tot eisprong.
Gericht op anti-chlamydia-IgG-antilichamen, en niet geschikt om infectie aan te tonen Problemen: PCOS, POI, hyperprolactinemie, hypogonadotroof hypogonadisme.
in de acute infectie. O.a. geïndiceerd bij verdenking op tubapathologie door een 2. Goede kwaliteit van het endometrium
mogelijk doorgemaakte chlamydia-infectie. Voorwaarde: Genoeg oestradiol (follikelfase) en progesteron (luteale fase) voor opbouw en
o ELISA: Enzyme-Linked Immunosorbent Assay rijping van het baarmoederslijmvlies.
- HSG: HysteroSalpingoGrafie Problemen: Luteale insufficiëntie, corpus luteum-defect, afwijkende hormoonspiegels.
Röntgenonderzoek waarbij (jodiumhoudend)contrastvloeistof via de baarmoederhals 3. Doorgankelijke cervix en slijmproductie
in de baarmoeder en eileiders wordt gespoten. Voorwaarde: Cervixslijm moet op moment van ovulatie dun en doordringbaar zijn voor
o HyFoSy: HysteroSalpingo-Foam Sonografie = echo met contrastvloeistof in sperma.
schuimvorm Problemen: Antilichamen, cervixafwijkingen, post-chirurgische schade.
- TAE: TransAbdominale Echo 4. Kwalitatief en kwantitatief goed semen
- TVE: TransVaginale Echo Voorwaarde: Voldoende zaadcellen met goede motiliteit en morfologie.
- SIS-/GIS-echo: Saline/Gel Infusion Sonography Echo Problemen: Azoöspermie, oligospermie, asthenospermie, DNA-schade, varicocele.
Water-/gelcontractecho. Uterus wordt gevuld met contrastmiddel (water of gel) om 5. Bevruchting in de ampulla van de eileider
intracavitaire afwijkingen gemakkelijker te visualiseren. Indicaties oa verdenking op Voorwaarde: Spermacellen moeten eicel kunnen bereiken en bevruchten.
intracavitaire afwijkingen (poliep, uterus myomatosus, niche (inham waar bijv bloed Problemen: Slechte zaadkwaliteit, antistoffen tegen sperma, eicelafwijkingen.
achter kan blijven zitten; vaak na sectio)), AVB, sub-/infertiliteit zonder duidelijke 6. Goede eileiderfunctie / transport van de bevruchte eicel
oorzaak en habituele abortus. Voorwaarde: Eileiders moeten open en functioneel zijn voor transport naar de uterus.
- MOH: Matige Ovariële Hyperstimulatie Problemen: Chlamydia-schade, endometriose, adhesies, EUG-risico.
Milde vorm van ovariele hyperstimulatie, bijwerking van vruchtbaarheidsbehandeling 7. Innesteling in receptief endometrium (implantatie)
waarbij de eierstokken te sterk reageren op hormonale stimulatie (buikpijn, Voorwaarde: Endometrium moet 'window of implantation' hebben en progesterongevoelig
misselijkheid en vochtophoping). De menstruele cyclus begint op 1e dag vd menses. Wordt gereguleerd via de hypothalamus-
o OHSS: Ovarian HyperStimulation Syndrome hypofyse-ovarium-as (HPO-as).
- IUI: Intra Uterine Inseminatie 1. Hypothalamus & Hypofyse
Vruchtbaarheidsbehandeling waarbij speciaal bewerkte zaadcellen direct in de - De hypothalamus scheidt GnRH (Gonadrotropin-Releasing Hormone) pulserend af.
baarmoeder worden ingebracht. (1. Stimulatie 2. Punctie, 3. Lab en 4. Terugplaatsing). - Dit stimuleert de adenohypofyse tot afgifte van:
- IVF: In-VitroFertilisatie a. FSH (follikelstimulerend hormoon)
Vruchtbaarheidsbehandeling waarbij eicellen buiten het lichaam in het lab worden b. LH (luteïniserend hormoon)
bevrucht met zaadcellen. De bevruchte eicel wordt daarna weer teruggeplaatst in de 2. Follikelfase (dag 1–14)
baarmoeder - FSH stimuleert de rijping van follikels in de ovaria.
- ICSI: IntraCytoplastmatische Sperma-Injectie - Rijpende follikels produceren oestradiol, wat zorgt voor:
Variant van IVF, waarbij één enkele zaadcel rechtstreeks in een eicel wordt a. Verdikking van het endometrium
geïnjecteerd. Wordt vooral gebruikt bij mannelijke vruchtbaarheidsproblemen (zaadcel b. Negatieve feedback op FSH (inhibine helpt hierbij)
probleem) - LH stimuleert thecacellen en draagt bij aan oestrogeenproductie.
3. Ovulatie (rond dag 14)
- ASA: Anti-Sperma Antistoffen - Een plotselinge LH-piek (getriggerd door hoge oestrogeenspiegels) veroorzaakt
Mixed antiglobuline reaction (MAR)-test, het bloed wordt onderzoek op de de eisprong (ovulatie).
aanwezigheid van antistoffen (vaak door trauma of OK). - De rijpe follikel barst en laat een eicel vrij.
- MESA/PESA/TESA: Methoden voor het verkrijgen van zaadcellen bij obstructieve 4. Luteale fase (dag 14–28)
azoöspermie. - Na ovulatie vormt de lege follikel het corpus luteum (gele lichaam).
Deze technieken worden gebruikt als er geen zaadcellen in het sperma zitten door - Dit produceert:
a. Progesteron (voorbereiding endometrium op innesteling)
MENSTRUATIECYCLUS. Elke cyclus duurt ongeveer 28 dgn; de secundaire oöcyt wordt b. Oestradiol
gereedgemaakt voor de eisprong en het baarmoederslijmvlies voor mogelijke innesteling. c. Inhibine (remt FSH)
De cyclus wordt onderverdeeld in 3 fasen. d. Relaxine (in geringe mate, remt baarmoedercontracties)
EIERSTOKFASE BAARMOEDERCYCLUS - Als géén bevruchting optreedt, degeneert het corpus luteum → daling
Dag 1-5 Follikelfase Menstruatiefase progesteron/oestradiol → menstruatie.
Dag 6-13 Follikelfase Proliferatiefase
Dag 14 Eisprong . SAMENGEVAT: 1. GnRH → 2. FSH/LH → 3. Follikelrijping → 4. Oestradiolstijging → 5. LH-
Dag 15-28 Luteale fase Secretoire fase piek → 6. Ovulatie → 7. Corpus luteum → 8. Progesteronproductie →
- Menstruatie fase. Wordt gekenmerkt door verlies van baarmoederslijmvlies en bloed. 9. Endometriumvoorbereiding → 10. Menstruatie (als geen zwangerschap)
- Proliferatiefase. Verdubbeling dikte baarmoederslijmvlies, toename hoeveelheid Feedbackmechanismen