Homeostase
Je lichaam handhaaft veel factoren rondom een bepaalde waarde: de normwaarde.
Geldt voor: - zuurstofconcentratie
- glucoseconcentratie in je bloed
- osmotische waarde van lichaamsvloeistoffen en temperatuur
• Deze waarden zijn niet altijd constant, maar mag niet veel afwijken van de
normwaarde: dynamisch evenwicht
• Factoren zoals de omgevingstemperatuur en lichamelijke activiteiten
beïnvloeden je lichaamstemperatuur continu
• Regelkring zorgt dat een waarde van een bepaalde factor rondom de
normwaarde schommelt
• Het in stand houden van een dynamisch evenwicht in het inwendige milieu
van organismen noem je homeostase
• Homeostase is een voorbeeld van zelfregulatie van een organisme
Regelkringen
constant houden d.m.v centrale verwarming
systeem bestaat uit: -thermostaat
-Verwarmingsketel
-Radiatoren
Deze delen samen vormen een regelkring: -sensor
-controle centrum
-effector = uitvoerder (thermostaat)
Thermostaat meet temperatuur –temp onder normwaarde? - thermostaat geeft
signaal af aan verwarmingsketel (het controlecentrum) - verwarmingsketel verwarmt
en pompt het naar de radiatoren (effectoren) - wanneer normwaarde is bereikt, geeft
de thermostaat geen signaal meer af aan de verwarmingsketel- stopt met
verwarmen –temp daalt & thermostaat begint dus weer signalen af te geven, zo blijft
het in een kring rondlopen.
• negatieve terugkoppeling (negatieve feedback, zie ook BiNaS tabel 89C)=
regelkring waarin een toename van het resultaat een remming van het proces
, veroorzaakt; een afname van het resultaat veroorzaakt een stimulering van
het proces
• positieve terugkoppeling (positieve feedback). = regelkring waarin een
toename van het resultaat het proces versterkt
In- en uitwendig milieu
Uitwendige milieu= omgeving van een organisme
Inhoud van longen, darmen en blaas hoort bij uitwendig milieu
Bij meercellige organismen hebben de meeste cellen geen direct contact met het
uitwendige milieu, doordat ze worden omgeven door andere cellen
Het bloed en weefselvloeistof van een organisme vormt samen het inwendige milieu
Tussen het in- en uitwendige milieu zit ten minste 1 cellaag
Homeostatische regelkringen in je lichaam zorgen ervoor dat de omstandigheden in het
inwendige milieu niet te veel veranderen.
LEERDOELEN 7.1
7.1.1 Je kunt uitleggen wat homeostase is.
7.1.2 Je kunt uitleggen hoe regelkringen een rol spelen bij het handhaven van de
homeostase bij de mens.
7.2 hormonale regulatie
,Voor homeostase in meercellige organismen is communicatie tussen cellen nodig.
Communicatie vindt via signaalstoffen tussen cellen plaats.
De signaalstoffen die cellen van hormoonklieren afgeven zijn hormonen. -> worden
afgegeven aan bloed dat langs hormonklieren stromen.
Via bloed, hormonen door hele lichaam verspreid -> vanuit bloedvaten gaan hormonen
naar andere cellen.
Hormonen zijn alleen werkzaam in organen (of weefsels), waar de cellen receptoren
bezitten. Hormonen kunnen binden aan receptoren. Dit noem je het doelwitorgaan
(orgaan waarvan de cellen receptoren bezitten waaraan bepaalde hormonen kunnen
binden)
De binding kan een reactie op gang brengen of stopzetten. De mate van reactie van
doelwitorgaan wordt o.a bepaald door de hormoonconcentratie(hormoonspiegel) in
het bloed & door het aantal hormoonreceptoren voor een bepaald hormoon op/in de
cellen van het doelwitorgaan. --- hormonen zijn lang aanwezig in bloed/weefsel van
doelwitorganen, waardoor de effecten lang zijn (groei en ontwikkeling, stofwisseling en
voortplanting)
Endocrien: type klier dat zijn product rechtstreeks aan het bloed afgeeft;
hormoonklieren zijn endocriene klieren
Exocrien: type klier dat zijn product via een afvoerbuis afgeeft
Zweetklieren en speekselklieren geven hun product af via een afvoerbuis. = uitscheiding
(excretie).
, 1 endocriene klier
2 exocriene klier
De werking van hormonen
De meeste hormonen brengen een reactie in een cel opgang door te binden aan
receptoren in het cytoplasma of celmembraan. (zie BiNaS tabel 89B)
Steroïdhormonen: hormonen die vaak worden gevormd uit cholesterol en
eigenschappen van vetten hebben --> doordat ze in vet oplosbaar zijn, kunnen ze het
celmembraan passeren.
• Door te binden aan receptoren in het cytoplasma: receptor die zich in het
cytoplasma bevindt; wanneer een hormoon zich aan een receptor in het
cytoplasma bindt, ontstaat een hormoon-receptorcomplex.
1 de
2 de werking van een peptidehormoon werking van een steroïdhormoon
• Het hormoon-receptorcomplex komt via kernporie in kernplasma en kan dan
bepaalde genen in het DNA aan- of uitzetten. Wanneer een gen aanstaat, kan de
cel eiwitten maken die bijv. kunnen dienen als enzym, hormoon of als
receptoreiwit.
Peptide- of eiwithormonen: hormonen die goed in water oplosbaar zijn en het
celmembraan niet kunnen passeren; binden aan een receptor in het celmembraan.