Jeugdhulp 2
Hoorcollege 2.1: Kindermishandeling
Kindermishandeling
Kindermishandeling = elke vorm van fysiek, psychisch of seksueel geweld of
verwaarlozing tegenover een minderjarige, door iemand van die het kind afhankelijk is,
waardoor het kind schade oploopt of kan oplopen.
Pedagogische tik verboden -> in de verzorging en opvoeding van het kind passen de
ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling
toe.
In 2017 zijn in Nederland tussen de 90.000 en 127.000 kinderen en jongeren van 0 tot 18
jaar blootgesteld aan een vorm van kindermishandeling. Dit is ongeveer 3% van alle
kinderen in Nederland. Aangezien niet alle gevallen van kindermishandeling
gesignaleerd worden geldt 3% als ondergrens.
Vijf vormen van kindermishandeling
Fysieke mishandeling = Het kind wordt lichamelijk pijn gedaan, zoals slaan, schoppen
of hardhandig vastpakken.
Fysieke verwaarlozing = Het kind krijgt niet de basiszorg die het nodig heeft, zoals
voeding, kleding, hygiëne of medische zorg.
Psychische/ emotionele mishandeling = Het kind wordt gekleineerd, bedreigd,
afgewezen of continu bekritiseerd.
Psychische/ emotionele verwaarlozing = Het kind krijgt te weinig aandacht, liefde,
steun of veiligheid.
Seksueel misbruik = Het kind wordt betrokken bij seksuele handelingen die het niet
begrijpt of niet wil.
Risicofactoren kindermishandeling
- Verslaving = Ouders/ verzorgers die verslaafd zijn (bv. aan alcohol of drugs)
kunnen minder goed voor een kind zorgen of onvoorspelbaar gedrag vertonen.
- Psychische problemen = Problemen zoals depressie, angst of agressie kunnen
het opvoeden moeilijk maken en zorgen voor onveiligheid.
- Financiële armoede = Geldproblemen geven stress en kunnen ervoor zorgen dat
basisbehoeften of aandacht voor het kind tekortschieten.
Signalen kindermishandeling
- Emotionele/ psychische signalen = Het kind is bijvoorbeeld angst,
teruggetrokken, somber, snel boos of heeft weinig zelfvertrouwen.
- Fysieke signalen = Het kind heeft bijvoorbeeld blauwe plekken, verwondingen,
slechte hygiëne of ziet er vaak onverzorgd uit.
Gevolgen kindermishandeling
, - Directe gevolgen = blauwe plekken, angst voor volwassenen, plots
teruggetrokken gedrag (letsel, angst, gedrag).
- Ontwikkeling onder druk = Moeite met vertrouwen, concentratieproblemen
leerachterstand (Hechting, brein, leren).
- Lange termijn Littekens = Depressie, moeite met relaties, hogere kans op
verslaving of chronische ziekten (psychisch, sociaal, gezondheid).
Als je als pedagoog vermoedens hebt van kindermishandeling moet je de meldcode
gebruiken.
De meldcode in een notendop
- Stap 0 -> Alert en buikgevoel = Wees alert en je onderbuikgevoel. Vraag je af of
er mogelijk sprake is van kindermishandeling of huiselijk geweld.
- Stap 1 -> Situatie in kaart brengen = Verzamelen en noteer signalen. Kijk wat je
ziet, hoort en weet, en maak een eerste inschatting van de risico’s.
- Stap 2 -> Overleg en werk samen = Bespreek je zorgen met collega’s of een
deskundige (zoals een Veilig Verder Team) om je beeld te checken en advies te
krijgen.
- Stap 3 -> In gesprek = Ga in gesprek met de cliënt (en/of ouders/ verzorgers) en
bespreek je zorgen op een open en respectvolle manier.
- Stap 4 -> Overwegen = Weeg alle informatie: hoe ernstig is de situatie en hoe
groot is het risico op (verdere) schade?
- Stap 5 -> Samen beslissen = Neem een besluit: organiseer passende hulp of
doe een melding. Je kunt altijd advies vragen bij Veilig Thuis.
Inzetten van interventies bij kindermishandeling en seksueel misbruik
Interventie: preventie bij risicofactoren (1/3)
Hierbij grijp je vroeg in, nog voordat er sprake is van kindermishandeling. Je biedt
laagdrempelige hulp en ondersteuning aan het gezin, bijvoorbeeld door advies,
begeleiding of praktische hulp. Het doel is om risicofactoren te verminderen en
problemen te voorkomen voordat ze erger worden.
Interventie: bevorderen van veiligheid (2/3)
Als er zorgen zijn of een vermoeden van kindermishandeling, is het belangrijkste doel
om het kind direct veilig te maken. Dit kan betekenen dat je ingrijpt, hulp inschakelt of
een melding doet. De veiligheid van het kind staat altijd op de eerste plaats.
Interventie: herstel (na trauma) (3/3)
Nadat de situatie veilig is, richt je je op het verwerken van wat er is gebeurd. Het kind (en
soms ook de ouders) krijgt hulp om traumatische ervaringen te verwerken, vertrouwen
te herstellen en weer gezond verder te kunnen ontwikkelen.
Inzetten interventies – Drie vormen
1. Preventie bij risicofactoren
a. Home-Start: Getrainde vrijwilligers die thuis ondersteuning bieden.
b. Schuldhulpverlening of hulp bij vinden van goede huisvesting.
2. Bevorderen van veiligheid
a. Ambulante hulpverlening: Ondersteuning thuis, gezin versterken.
, b. Opvoedcursus: Cursus voor ouders, positieve opvoedvaardigheden leren
en oefenen.
3. Herstel (na trauma)
a. CGT (Cognitieve Gedragstherapie) = Therapie gericht op veranderen van
negatieve gedachten en gedrag.
b. EMDR (Eye Moment Desensitization and Reprocessing) = Trauma
verwerken door herinneringen op te halen met afleidende stimulans
(oogbewegingen).
Doel: Veiligheid kind waarborgen
Alles draait om het kind veilig houden en risico’s op mishandeling verminderen of
stoppen.
- Oplossingsgericht werken: Je focust niet alleen op problemen, maar vooral op
wat wél goed gaat en wat kan helpen om de situatie te verbeteren.
o Signalen van veiligheid -> Je kijkt naar dingen die laten zien dat het kind
(weer) veilig is of steun ervaart.
o Uitzonderingen, sterke kanten, hulpbronnen: Je onderzoekt wat er al goed
gaat, welke talenten of krachten het gezin heeft en wie of wat kan helpen
(zoals familie, vrienden of hulpverlening).
- Netwerk (bijeenkomst): Mensen uit de omgeving van het gezin (familie, vrienden
en professionals) werken samen om te helpen en afspraken te maken.
o Veiligheidsplan: Een concreet plan met duidelijke afspraken om het kind
veilig te houden en risico’s te verminderen.
- Specifieke hulpmiddelen: Praktische methoden of ondersteuning die helpen
om de veiligheid te verbeteren.
o Drie Huizen: Een methode om gevoelens en situaties zichtbaar te maken:
▪ House of worries: Waar maak je je zorgen over?
▪ House of good things: Wat gaat er goed of voelt veilig?
▪ House of dreams: Hoe zou de ideale, veilige toekomst eruitzien?
Seksueel misbruik
Seksueel misbruik = Het bestaat uit seksuele aanrakingen of handelingen waarbij de
betrokkenen een ongelijkwaardige relatie hebben.
De pleger heeft een machtspositie, bijvoorbeeld doordat die sterker of ouder is of
doordat het slachtoffer afhankelijk is van de pleger.
Waarom het vlaggensysteem?
, Het vlaggensysteem wordt gebruikt om gedrag bij (seksuele) situaties objectief te
beoordelen en er op dezelfde manier over te praten. Het zorgt ervoor dat iedereen
dezelfde basis heeft en voorkomt misverstanden of dat gesprekken alleen op
persoonlijke meningen worden gebaseerd. Zo kun je beter en duidelijker inschatten of
gedrag oké is of niet.
Doelgroep: Kinderen en (professionele) opvoeders
Doel: ‘’Het vlaggensysteem stimuleert gezond seksueel gedrag en draagt bij aan het
voorkomen en terugdringen van seksueel grensoverschrijdend gedrag onder kinderen en
jongeren.
Toestemming = Wederzijdse toestemming, je wilt het allebei. Er zijn geen twijfels.
Gelijkwaardigheid = Beide partijen hebben evenveel te zeggen. De een overheerst de
ander dus niet.
Context = Passend bij de context of omgeving. Het gebeurt op de juiste plek. Het stoort
of choqueert niemand.
Vrijwilligheid = Er is geen sprake van dwang of (sociale) druk.
Leeftijd of ontwikkeling = Passende bij de leeftijd of ontwikkeling. Het past bij de
leeftijd. Een of beide zijn er niet te jong voor.
Impact = Je doet jezelf of een ander geen pijn of verdriet. Je brengt jezelf niet in gevaar.
Soorten vlaggen:
Groene vlag --> gezond seksueel gedrag = Dit past voor alle betrokkenen. Seksueel
gedrag is helemaal oké!
Gele vlag --> Licht overschrijdend seksueel gedrag = Over de grens. Niet helemaal oké!
Volgende keer beter opletten!
Rode vlag --> Ernstig grensoverschrijdend seksueel gedrag = Flink over de grens, niet
oké! Stoppen!
Zwarte vlag --> Zwaar overschrijdend seksueel gedrag = Hier wordt iemand pijn gedaan.
Dit kan echt niet. Stoppen!
Hoorcollege 2.2: Stress en trauma
Waarom van belang?
Veel van de pedagogen werken later in contexten waarin stress, verlies, onveiligheid en
ingrijpende ervaringen vaak meespelen. Als pedagoog kan er een verschil gemaakt
worden.
Soorten stress
Positieve stress = Kortdurende verhoging van de hartslag
Verdraagbare stress = Forse, tijdelijke stressreactie, gebufferd door ondersteunende
relaties.
Toxische stress = Aanhoudende activering van stresssystemen in afwezigheid van
beschermende relaties.