Gebruik deze tabellen om jezelf te overhoren: bedek de rechterkolom en probeer per begrip de
definitie uit je hoofd te formuleren.
Preface
Begrip / Theorie Korte omschrijving
Psychische precognitie Het (niet-bestaande) vermogen om met ESP in de toekomst te kijken;
centraal in Bem's omstreden studie.
Replicatie Het herhalen van een onderzoek om te checken of dezelfde resultaten
worden gevonden — de kern van betrouwbare wetenschap.
Peer review Beoordeling van een manuscript door onafhankelijke vakgenoten vóór
publicatie.
Meta-wetenschap Wetenschappelijk onderzoek dat het wetenschappelijke proces zelf als
onderwerp heeft.
Fraude / Bias / Negligence / Hype De vier hoofdcategorieën van problemen die het boek structureren:
opzettelijk bedrog, onbewuste vertekening, slordigheid en overdrijving.
Hoofdstuk 1 — Hoe Wetenschap Werkt
Begrip / Theorie Korte omschrijving
Wetenschap als sociaal construct Idee dat een bevinding pas 'wetenschappelijke kennis' wordt na
collectieve toetsing en consensus door vakgenoten — niet dat de
werkelijkheid zelf 'construct' is.
Mertonian Norms Vier kernwaarden van Robert Merton (1942) voor goede wetenschap:
Universalisme, Disinterestedness, Communality, Organised Scepticism
(CUDOS).
Universalisme Wetenschappelijke claims worden beoordeeld op hun merites, ongeacht
wie ze heeft geformuleerd.
Disinterestedness Wetenschappers handelen zonder persoonlijk belang (geld, ego,
ideologie) — alleen gericht op waarheidsvinding.
Communality Kennis en data moeten gedeeld worden met de wetenschappelijke
gemeenschap.
Organised scepticism Geen claim wordt zomaar aangenomen; alles wordt kritisch getoetst (bijv.
via peer review).
, Hypothese Een vooraf geformuleerde, toetsbare voorspelling die voortvloeit uit een
theorie.
Abstract Korte (circa 150 woorden) samenvatting van een artikel, meestal het
enige vrij toegankelijke deel.
Desk rejection Directe afwijzing van een manuscript door de editor, zonder dat het naar
peer reviewers gaat.
Peer reviewer Anonieme vakexpert die een manuscript beoordeelt op kwaliteit,
methode en interpretatie.
Zelfcorrectie Het (langzame) proces waarbij foutieve wetenschappelijke ideeën worden
vervangen door beter onderbouwde inzichten.
Hoofdstuk 2 — De Replicatiecrisis
Begrip / Theorie Korte omschrijving
Replicatiecrisis De constatering dat een groot deel van gepubliceerde bevindingen
(vooral in de sociale psychologie) niet repliceert.
Priming Onbewuste beïnvloeding van gedrag/reactie door eerdere blootstelling
aan een prikkel (woord, beeld, concept).
Social priming Sterke claim dat subtiele, onbewuste prikkels complex sociaal gedrag
dramatisch kunnen veranderen (vaak niet repliceerbaar).
Macbeth-effect Claim dat denken aan onethisch gedrag de behoefte aan fysieke reiniging
(zeep, desinfectie) vergroot.
Money priming Claim dat onbewuste blootstelling aan geldsymbolen mensen
zelfstandiger en minder sociaal maakt.
Replication Project: Psychology (RPP) Grootschalig project dat 100 psychologiestudies repliceerde; slechts ~36%
bleek significant repliceerbaar.
Statistische significantie (p < 0,05) Aanduiding dat een resultaat onwaarschijnlijk is als de nulhypothese waar
zou zijn — zegt niets over de grootte of het belang van een effect.
Effectgrootte Maat voor de daadwerkelijke sterkte/omvang van een gevonden effect,
los van significantie.
Publication bias Tendens om vooral positieve, significante resultaten te publiceren en
negatieve/nulresultaten niet.
File-drawer-probleem Het fenomeen dat niet-significante of mislukte studies onpubliceerd in de
'bureaulade' blijven liggen.
P-hacking / HARKing Net zo lang analyses uitproberen tot iets significant is, en dit presenteren
als vooraf bedachte hypothese (Hypothesizing After Results are Known).