samenvatting
voor het examenjaar
op het VWO
,Hoofdstuk 1
Jagers-verzamelaars
- nomadische leefwijze
- kleine groepen
- geen bezit (gelijkwaardigheid)
- geloof in magie
Landbouwsamenleving
Hoe? Ontdekking van vruchtbare gronden in het Midden-Oosten.
- sedentaire leefwijze
- grote dorpen
- ontstaan van bezit (sociale ongelijkheid)
- natuurreligie (verering van voorouders)
Landbouwstedelijke samenleving
Hoe? Voedseloverschotten door nieuwe landbouwtechnieken, zoals de ploeg.
- specialisatie (nieuwe ambachten)
- opkomst van handel
- stenen huizen
- hiërarchische opbouw
- ontstaan van het spijkerschrift (administratie)
- polytheïsme
, Hoofdstuk 2
In Griekenland ontstonden stadstaten (poleis) rond 6000 v. Christus. Deze poleis waren
landbouwstedelijke samenlevingen.
Een Griekse polis
- iedere polis had een eigen bestuursvorm, zoals een monarchie, een aristocratie, een
oligarchie of een tirannie. Athene was een directe democratie waar autochtone vrije mannen
burgerschap hadden
- alle poleis deelden dezelfde munt, taal en geschiedenis
Voorbeelden van de Griekse cultuur
- wetenschappelijk denken (ze legden de basis voor wiskunde, natuurkunde en
geneeskunde)
- filosofie (Socrates, Plato en Aristoteles)
- klassieke bouwkunst (zuilen en beelden)
- mythologisch wereldbeeld (als een oogst mislukte, dacht men dat de goden boos waren)
- tragedies en komedies
- de Olympische Spelen (sportwedstrijden ter ere van Zeus)
Het Romeinse Rijk
In 752 v. Christus werd het Romeinse Rijk gesticht in Rome en de Romeinen annexeerden
al snel een groot deel van Europa. Ze stopten echter bij de Rijn, waar ze vreedzaam leefden
met de Germanen. Sommige Germanen gebruikten Romeins geld of leerden de Latijnse
taal, waardoor een Germaans-Romeinse mengcultuur ontstond. De Romeinen namen zelf
niets over van de Germanen, want de Germanen waren te barbaars.
De Grieken zagen ze daarentegen als verfijnd, ontwikkeld en beschaafd. Hierdoor namen ze
veel elementen van hen over, zoals het godenstelsel, de bouwstijl en de systematische
denkwijze. Deze Grieks-Romeinse cultuur verspreidde zich door het hele rijk, wat
bekendstaat als de romanisering.
Factoren die de romanisering bevorderden
- verbeterde verbondenheid door aanleg van wegen
- soldaten bleven na hun diensttijd wonen op een stuk grond dat ze kregen
- inheemse elite gedroegen zich als Romeinen om hun macht te behouden
Het christendom
De Romeinen waren oorspronkelijk polytheïstisch, maar dat veranderde toen Jezus werd
geboren. Hij werd gezien als de nieuwe koning die het joodse koninkrijk moest herstellen na
de diaspora (de verspreiding van joden over de hele wereld). De Romeinen zagen hem als
een bedreiging, dus hij werd gekruisigd. Na zijn dood erkenden de joden Jezus niet meer als
verlosser, maar de groep die dat nog steeds geloofde, werden christenen genoemd. Het
christendom was een monotheistisch geloof. Aanvankelijk werd het geloof verboden in het
Romeinse Rijk, maar onder keizer Constantijn in de vierde eeuw kregen christenen
godsdienstvrijheid. Later, onder keizer Theodosius, werd het christendom zelfs de officiële
staatsgodsdienst van Rome.