’25-’26
5. ENKELE BASISBEGINSELEN VAN HET RECHT
5.1 Zijn regels noodzakelijk?
Regels:
- onuitgesproken, gesproken, geschreven of ongeschreven.
- Dynamisch:
• In de samenleving worden permanent regels opgesteld en bijgeschaafd.
- Meningsverschillen en conflicten over de interpretatie
- Beïnvloeden je handelen ten aanzien van cliënten op micro-, meso- en macroniveau.
Er werd wereldwijd een consensus over een aantal fundamentele mensenrechten gegroeid
➔ Een universeel, internationaal verbod op slavernij, genocide, foltering.
5.2 het ontstaan en de ontwikkeling van het recht
3500 v.C. → schrift uitgevonden
➔ Wetten werden op kleitabletten gegraveerd.
➔ Het wetboek van koning Hammoerabi.
Er werd aangenomen dat het recht van goddelijke oorsprong was.
➔ Farao’s, koningen, keizers, tsaren, sultans,… vertelden hun onderdanen dat zij hun macht
rechtstreeks van de goden ontvingen.
➔ Zij schreven hoe de onderdanen met elkaar moesten omgaan.
Meeste regels zijn in de loop van geschiedenis door traditie ontstaan.
➔ Gewoonterecht was de belangrijkste bron van recht en bestond uit ongeschreven regels die
van generatie op generatie werden overgedragen.
Door onderlinge afspraken die werden gemaakt en binnen dezelfde groep golden. Ontstonden
politieke, administratieve en gerechtelijke instelling.
➔ Kregen de taak rechtsregels te formuleren, uit te voeren, toe te passen, te handhaven en
eventueel af te dwingen.
Na WO II werd er op internationaal niveau samengekomen en ontstonden mensenrechten.
➔ Want oorlog leidt tot een catastrofe op humanitair, economisch als op politiek vlak.
Recht = dynamisch + complex.
➔ Een weerspiegeling van wat leeft in de maatschappij en zal steeds onderhevig zijn aan
verandering.
Door de complexiteit van onze samenleving → een juridisering van de samenleving
➔ Het belang van recht en regels toenemen.
➔ Ook in onze zorg- en hulpverleningssector is er sprake van juridisering
Juridisering
➔ Nadeel: er wordt abstractie gemakt van concrete omstandigheden
➔ Voordeel: rechtsbescherming en mogelijkheid tot emancipatie voor de cliënt in de zorg.
De cliënt bevindt zich in een onevenwichtige, ongelijke machtsverhouding en situatie.
,Samenvatting RECHT Amélie Tinkl
’25-’26
➔ Door nood aan zorg = afhankelijk van de zorgaanbieder + staat hij in zijn positie als
zorgvragen kwetsbaar. → dient beschermd te worden.
Verschil tussen recht en Godsdienst :
- Regels in de godsdienst worden geacht van goddelijke oorsprong te zijn < -> regels die van
overheidswege worden opgelegd.
Godsdienst → voorschriften m.b.t. de verhouding tussen mensen onderling en tussen de mens en
God.
➔ Bij niet naleving volgt een sanctie vanwege het religieus gezag en van een ultieme
goddelijke rechtvaardigheid.
Niet-geseculariseerde samenlevingen = GEEN strikte scheiding tussen rechtsregels en
godsdienstige regels.
➔ GEEN scheiding van Kerk en Staat.
België = een geseculariseerde samenleving .
➔ Scheiding tussen kerk en staat. → scheiding = niet absoluut.
➔ Er worden 6 erediensten door de overheid erkend:
o Katholieke
o Protestantse
o Israëlitische
o Anglicaanse
o Islamitische
o Orthodoxe
➔ Ook niet-confessionele levensbeschouwing/vrijzinnig humanisme werd erkend.
➔ In de grondwet staat: de vrijheid van eredienst en vrijheid van levensbeschouwing en kan
niemand worden verplicht een bepaalde godsdienst te belijden of een overtuiging aan te
hangen.
Verhouding recht en moraal:
- Rechtsnorm: geldt voor alle burgers, minstens voor alle burgers in een gelijkaardige situatie
- De morele norm: is verstoken van die algemeenheid als noodzakelijk kenmerk.
De bron van de moraal = de mens zelf;
De bron van recht = de overheid;
De bron van godsdienst = het goddelijk gezag.
De sanctie die de rechtsnorm treft= duidelijk en moet omschreven zijn in wetteksten.
➔ Voor vele morele normen is er geen sanctie → tenzij het individuele schuldgevoel, de
wroeging.
Onze samenleving huldigt het ethisch pluralisme.
➔ Verschillende opvattingen over euthanasie, abortus.
➔ Rechtsregels kunnen in overeenstemming zijn met de moraal.
,Samenvatting RECHT Amélie Tinkl
’25-’26
Rechtsregels kunnen ook niet in overeenstemming zijn met eenieders moraal.
➔ Sommige zaken stroken niet met de moraal van bepaalde personen, maar worden wel
toegelaten door het recht
➔ Abortus, euthanasie, verjaring van misdrijven.
Een rechtsregel kan een burger ook verplichten tot wat hij immoreel vindt.
➔ Belastingen betalen die mede dienen ter financiering van bepaald wetenschappelijk
onderzoek,…
5.3 een definitie van het recht
Er is geen universele definitie van het recht.
➔ Het ene land bestaat uit andere regels dan een andere land.
➔ Het evolueert mee met de maatschappij en met de daarin heersende opvattingen.
Het recht = het product van een samenlevingsverband in een bepaalde gemeenschap.
➔ Niet alle gemeenschappen hebben dezelfde graad van ontwikkeling, dezelfde interne
structuren, sociale filosofie of politieke organisatie.
Definitie:
Het recht is een geheel van bindende regels, opgesteld door de samenleving, waardoor de
belangen van de enkelingen die in de gemeenschap leven, geordend worden, door middel van
sociale drang.
5.3.1 een geheel van bindende regels
Het recht = een pakket bindende regels.
➔ Pakket regels bestaat uit geschreven en ongeschreven regels + nationale en internationale
regels.
Rechtsregels formuleren een verbod, een gebod of laten een handeling toe.
Verschil met religie en morele regels = rechtsregels kunnen worden afgedwongen door een
georganiseerde instantie die maatregelen en sancties kunnen opleggen.
5.3.2 opgesteld door de samenleving
Rechtsregels worden opgesteld door mensen die binnen een bepaalde context samenleven.
➔ Leven met veel mensen samen = onmogelijk om allemaal fysiek samen te komen.
Er kwam een systeem van vrije verkiezingen tot stand.
➔ Regels worden opgesteld door vertegenwoordigers van de samenleving.
Het aanpassen van het recht aan de evoluerende opvatting en omstandigheden
➔ Toevertrouwd aan specifieke wetgevende organen → parlementen.
➔ Parlementen vertegenwoordigen die de wil van de leden van de samenleving en zijn de
‘stem van het volk’.
De staat is de rechtsgemeenschap bij uitstek:
- Wetgevende macht : de Staat maakt nieuwe regels via wetgeving
- Uitvoerende macht : de Staat maakt de toepassing van de rechtsregels mogelijk d.m.v. een
regering en een administratief apparaat.
, Samenvatting RECHT Amélie Tinkl
’25-’26
- Rechterlijke macht : de Staat past de rechtsregels toe in zijn rechtbanken voor de
beslechting van geschillen.
Ook andere rechtsgemeenschappen op Vlaams, Waals , Brussels niveau en de lokale besturen
maken recht.
Via het kiesrecht nemen burgers in België deel aan het staatsbestuur en de creatie van recht.
➔ Laat toe om te stemmen.
➔ Opkomstplicht = iedereen vanaf 18 jaar moet verplicht gaan stemmen.
➔ Opkomstplicht voor lokale verkiezingen is afgeschaft.
➔ Kiesrecht kwam aanvankelijk toe aan de rijke klasse.
Het algemeen stemrecht bestaat uit één man één stem.
➔ Algemeen stemrecht voor vrouwen werd pas aangenomen in 1947.
➔ Vrouwen werden héél lang uitgesloten van politieke participatie.
Wij hebben een impact op de regels die in onze samenleving gelden.
➔ Belangrijk om te weten welke overtuigingen, visie, beleid de politieke partijen uitdragen.
➔ Eens je geïnformeerd bent → kan je met jouw stem impact hebben op hoe samenleving er
zou kunnen uit zien.
Onze staatsvorm = een democratie. → in het parlement zetelen vertegenwoordigers die wij
verkozen hebben.
➔ Het wetgeven orgaan = krijgt de opdracht om regels te formuleren of die aan de gewijzigde
omstandigheden aan te passen
➔ Het uitvoerend orgaan = gaat deze wetten erna uitvoeren.
Democratie=
- Demos = volk
- Kratein = heersen
➔ Letterlijk kan je zeggen dat het volk heerst of ten minste deelneemt aan het staatsbestuur.
➔ Onze rechtsregels ontlenen hun gelding aan de wil van de maatschappij.
5.3.3 Het recht heeft als doel de samenleving te ordenen
Recht → komt van het Latijnse directum
➔ Verwijst naar ‘leiding’.
➔ Achterliggende gedachte = het recht het samenleven van de mens met andere mensen
moet leiden.
Regels zijn gegroeid over de bevoegdheid om over de diverse middelen te beschikken.
➔ Uit die regels kunnen we opmaken:
o Over welke middelen we als personen mogen beschikken
o In hoeverre we erover mogen beschikken
o Wat we als goederen
o Rechten
➔ Van andere in de samenleving moeten respecteren.