HC Introductie en spoedzorg V
De student kan uitleggen hoe de spoedeisende zorg is georganiseerd in de eerste lijn, zowel tijdens
kantooruren als tijdens ANW-uren (Avond, Nacht, Weekend).
Spoedeisende zorg instanties:
Huisartsenpraktijk, HAP
Ambulancezorg
Crisisdienst
Spoed eisende hulp (SEH)
Traumazorg (bijv calamiteitenhospitaal UMCU)
GGD/coördinatie rampen
Soorten urgentie ambulance:
A1: acute hoge spoed, rijden met zwaailichten en sirenes. Bijvoorbeeld reanimatie
A2: spoedvervoer, maar zonder sirens en zwaailichten. Bijvoorbeeld hartfalen wat stabiel is maar
wel binnen een uur gezien moet worden.
B: gewoon vervoer met ambulance
HAP/ha praktijk:
8-17u praktijk daarna spoedpost. Sinds 2001 ontwikkeling spoedposten, daarvoor huisartsen
verantwoordelijk voor eigen patiëntenpopulatie. Met behulp van triage richtlijnen bepaald wat spoed is.
Spoedlijn moet binnen 30 sec beantwoord worden.
ANW-uren:
Diensten worden onder praktijken verdeeld, waarneemers (plus) kunnen zich ook inschrijven en
praktijkhouders hebben meer opties om dagen niet dienst te hebben. Losse waarnemers krijgen
last minute diensten. Wel een minimum aantal uur dat huisarts dienst moet draaien
HAP klachten afhandeling: meestal door triage consult, vooral ouderen en jonge kinderen onder 4.
Geld
o HA praktijk: Consult 5 min 6eu, tot 20min 12eu, na 20 in 24, visite korter dan 20 min 18,
visite langer 20 min 31, langer dan 30 min krijg je geen geld eer
o HAP: telefonisch contact 30eu, consult 284, visite 426
De student kan veelvoorkomende spoedsituaties in de huisartsenpraktijk benoemen.
De student heeft kennis van het triagesysteem en kan deze toepassen in eenvoudige casuïstiek.
Bij de huisarts wordt gestart met triage middels (D)ABCDE, waarbij je start met checken of de betreffende
persoon aan de lijn is/kan komen.
Wat is spoed:
o Acuut optredende, ernstige verschijnselen (benauwdheid, verlamming, ander
bewustzijn)
o Plotselinge hevige pijn die aanhoudt
o Ernstig ziek kind, kind <3mnd met koorts
o Trauma/ongelukjes in rondom huis
Wat is geen spoed: lastige niet-ernstige klachten, herhaalrecepten, geen tijd overdag van patient.
Indeling is U0 tm U5
o 0 reanimatie, 1 levensbedreigend, 2 spoed (binnen een uur), 3 dringend (binnen paar
uur), 4 niet dringend (binnen 24u bij eigen huisarts), 5 zelfzorgadvies
,De student kan benoemen welke diagnostiek en behandelingen de huisarts zelf kan inzetten bij
spoedsituaties.
Beleid anafylactische shock: Luchtweg vrijmaken, ambu bellen, 0.5ml im adrenaline, salbutamol z.n., ABC-
bewaking, infuus en opname. Ook opname als rustiger want medicatie werkt ook. PM Allergoloog gezien
heftige reactie.
Beleid acuut coronair syndroom: ascal + infuus + fentanyl i.v. of neusspray + nitraat sublingual + atropine
0,5mg bij bradycardie + zuurstof
Niersteenkoliek beleid: urine controle (ery’s). Acuut: pijn diclofenica en morfine zn, alarmsymptomen
meegeven. Subacuut: urine, na 5-7d controle en urine, persisterende hematurie/pijnklachten dan
beeldvorming
Astma cardiale beleid:
Furosemide iv 40-100mg + nitrospray + zuurstof (let op bij COPD) + morfine i.v.
Opname indien: onvoldoende effect behandeling, ontoereikende zorg, vermoeden MI/ andere
behandelbare oorzaak hartfalen
De kan student een spoedoverdracht uitvoeren met behulp van de SBAR-structuur.
De student kan reflecteren op de persoonlijke impact van spoedsituaties en hierover met
collega’s in gesprek gaa
HC Chronische huisarts zorg V
De student weet bij welke patiënten je diagnostiek doet naar Diabetes Mellitus (DM) type 2 en
waarom
Diagnose diabetes mellitus indicaties:
Bij klachten zoals veel drinken/plassen, sensorische problemen, vermagering, mononeuropathie,
neurogene pijn
45+ en één van de volgende… ga je 3-jaarlijks testen
o Positieve familie anamnese
o Surinaamse/Turkse/Marokkaanse achtergrond
o Hindoestaanse achtergrond (dan zelfs vanaf 35j)
o BMI boven 27
o Hypertensie, vetwisselingsstoornis, (risico op )HVZ
Na zwangerschapsdiabetes 5 jaar jaarlijks, daarna 3 jaarlijks
Na de diagnose doe je de volgende diagnostiek:
Binnen 3mnd fundoscopie
Voet onderzoek
Nierfunctie
Cardiovasculair risicoprofiel opstellen
Er zijn na de diagnose jaar- en 3mnd controles geïndiceerd.
Jaarcontrole door de huisarts
3mnd controle kan door de POH-S
De student weet hoe je DM 2 behandelt in de huisartsenpraktijk
Begin natuurlijk met leefstijl, daarna medicamenteus.
Niet medicamenteus:
o Informatie geven over hyper, hypo, klachten.
o Stoppen met roken
o Voldoende bewegen
o BMI onder 25 dus bewegen
o Gezonde voeding
, Medicamenteus: onderscheid in niet en wel verhoogd cardiovasculair risico! Vooral in eerste
medicatiestap maakt dit verschil (bij verhoogd risico start je met SGLT-2remmer ipv metformine)
o Indelen in groep verhoogd risico:
Eerder doorgemaakte HVZ (Acuut coronair syndroom, Angina pectoris,
Coronaire revascularisatie, TIA of beroerte, Symptomatische aorta-iliofemorale
atherosclerose, Aneurysma aortae, Claudicatio intermittens of perifere
revascularisatie, Met beeldvormend onderzoek aangetoonde atherosclerotische
stenose of ischemie, Chronische nierschade met matig-sterk verhoogd CVR,
Patiënten met hartfalen
De student weet hoe de DM 2-zorg in de huisartsenpraktijk georganiseerd is en waarom
GLI= gerichte leefstijlinterventie, bij BMI vanaf 35 en vanaf 25-25 met grotere buikomtrek
De student is in staat zijn om de genoemde kennisdoelen in praktijk toe te passen
Dat gaan we zien in coschappen dan maar