H2- WERKEN MET HET RECHT:
Publiekrecht= het deel van het recht waarin de overheid regels stelt voor iedereen en besluiten neemt
die gevolgen hebben voor burgers en bedrijven.
Stappenplan:
1. Begin bij de feiten
2. Zoek de juiste regel of bevoegdheid
3. Haal daaruit de voorwaarden
4. Toets de voorwaarden stap voor stap aan de situatie
5. Trek een conclusie
Legaliteitsbeginsel: de overheid mag alleen wat doen als de wet dat toestaat.
Dit beschermt burgers en bedrijven tegen willekeur.
Een ingrijpend besluit moet altijd herleidbaar zijn tot een wettelijke bevoegdheid.
Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de basis voor het publiekrecht.
- Hoe de overheid besluiten moet nemen.
- Welke stappen horen daarbij
- Wat kunnen burgers doen als ze het niet eens zijn met een besluit.
Soorten wetten die bestuursrecht regelen:
1. Algemene wet bestuursrecht
2. De Omgevingswet
3. De Gemeentewet
4. De Provinciewet
5. De Wet open overheid (Woo) : geeft burgers het recht om overheidsinformatie op te vragen.
De omgevingswet gaat over alles wat met de leefomgeving te maken heeft.
Deze wet wordt ondersteund door vier besluiten:
1. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
Technische regels voor bouwen en verbouwen.
2. Besluit activiteiten leefomgeving (bal)
Regels voor milieubelastende activiteiten en het gebruik van gronden/ gebouwen.
3. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl):
Omgevingswaarden, normen en beoordelingsregels die het bevoegd gezag moet toepassen bij
de besluitvorming.
4. Het Omgevingsbesluit:
Procedures, bevoegdheden en overgangsbepalingen.
,De opbouw van een wetsartikel:
1. De voorwaarden- de situatie waarin de regel van toepassing is.
2. Het rechtsgevolg- wat er gebeurt als aan die voorwaarden is voldaan.
Cumulatief of alternatief:
Cumulatief= er moet aan alle voorwaarden worden voldaan: herkenbaar “en”.
Alternatief= één van de voorwaarden is genoeg, “of”.
Vaste werkwoorden:
Moet= verplichting
Mag= bevoegdheid
Kan= beleidsruimte; het bestuur kan iets doen, maar hoeft het niet.
De juridische denktrap:
1. Wat is er gebeurd: feiten vaststellen zonder mening.
2. Welke regel hoort hierbij -
3. Wat zijn de voorwaarden?
4. Wat is het rechtsgevolg?
5. Wat is de conclusie.
Tenzij= uitzondering.
Onverminderd= samenloop; beide regels blijven van kracht.
Mits= voorwaarden.
,H3- WAT IS RECHT EN HOE WERKT HET:
Recht= het geheel van regels dat in een samenleving geldt en dat door de overheid kan worden
afgedwongen.
Artikel 11 Wet algemene bepalingen: de rechter moet zich houden aan de wet en mag niet afwijken op
basis van zijn eigen ideeën over billijkheid.
Zo blijft de uitkomst voorspelbaar: gelijke gevallen worden volgens dezelfde wettelijke maatstaf
beoordeeld.
Geschreven recht= wetten en besluiten.
Ongeschreven recht= gewoonte en algemene beginselen van behoorlijk bestuur; zoals het
vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
Die beginselen werken vooral als kader voor zorgvuldig bestuur en wegen mee bij toetsing van
besluiten; ze vervangen niet zomaar een duidelijke wettelijke regel.
Ze kunnen de toepassing van de wet aanvullen wanneer die ruimte laat voor interpretatie.
Rechtsorde= het geheel van geschreven en ongeschreven regels: het complete systeem van normen dat
in Nederland geldt.
Legaliteitsbeginsel= de overheid heeft geen vrije ruimte om naar eigen inzicht op te treden. Al haar
bevoegdheden moeten zijn gebaseerd op een wet.
- Voorkomt willekeur
- En beschermt burgers tegen onrechtmatig optreden van bestuursorganen.
Artikel 13 Wet algemene bepalingen: een rechter kan vervolgd worden wegens rechtsweigeringen
wanneer hij weigert uitspraak te doen.
Voor elk geschil moet een oplossing worden gevonden, ook wanneer de wet niet duidelijk is.
3.3 Waarom hebben we wetten en regels:
Wetten en regels zorgen ervoor dat het samenleven ordelijk verloopt en dat iedereen weet waar hij aan
toe is.
De vier functies van het recht:
1. Bescherming- het recht beschermt burgers tegen elkaar en tegen machtmisbruik van de
overheid.
2. Rechtszekerheid- burgers moeten kunnen vertrouwen op vaste regels.
3. Gerechtigheid- het recht probeert belangen eerlijk af te wegen, ook al is perfecte
rechtvaardigheid nooit volledig te bereiken.
4. Conflictbeslechting- wanneer belangen botsen biedt het recht een vreedzame manier om
geschillen op te lossen.
, Codificatie= het schriftelijk vaststellen van regels in wetten, zodat ze toegankelijk, kenbaar en
controleerbaar worden.
Privaatrecht: regelt afspraken tussen burgers en bedrijven onderling.
Publiekrecht: bepaalt de inrichting en bevoegdheden van de overheid; rechtsverhouding tussen
overheid en burgers + bedrijven.
Kenmerken privaatrecht:
- Partijen staan als gelijke tegenover elkaar
- Afspraken die zij maken staan centraal.
- Regels in Burgerlijk wetboek.
Kenmerken publiekrecht:
- Overheid staat tegenover burgers + bedrijven.
- Overheid handelt namens algemeen belang.
- Overheid heeft bevoegdheden die burgers niet hebben; wetten maken, besluiten nemen en
handhaven.
- Wettelijke bevoegdheden van de overheid worden begrensd door vaste wettelijke regels.
- Machtsmisbruik voorkomen
- Overheidshandelingen voorspelbaar en zorgvuldig waarborgen.
Drie hoofdgebieden binnen het publiekrecht:
1. Staatsrecht= de inrichting van de overheid en wie welke bevoegdheden heeft
(Grondwet).
2. Bestuursrecht= hoe de overheid besluiten neemt, vergunning verleent en handhaaft.
(Awb en Omgevingswet).
3. Strafrecht= welk gedrag strafbaar is en welke straffen kunnen worden opgelegd.
(Wetboek van strafrecht)
Waarom het onderscheidt tussen publiek- en privaatrecht ertoe doet:
Het bepaalt:
• Wie beslist.
• Welke vrijheid geldt.
• Welk belang centraal staat (algemeen of individueel)
Kenmerk Publiekrecht Privaatrecht
Relatie Overheid vs burgers + bedrijven Burgers en bedrijven onderling
Doel Algemeen belang Individueel belang
Vrijheid Alleen wat wettelijk mag Alles wat niet verboden is
Rechter Bestuursrechter Burgerlijke rechter
Voorbeelden Vergunning, handhaving, Koop, huur, aanneming.
dwangsom.
3.5 Codificatie van het recht:
Een gecodificeerd recht is: opgeschreven, geordend en voor iedereen toegankelijk.
Het doel van codificatie: orde, rechtszekerheid en controleerbaarheid.