Thema Bevolking en ruimte – Toetsvragen
1
Hieronder zie je aantal factoren die invloed hebben op je leefomgeving.
1 veel voorzieningen
2 goede luchtkwaliteit
3 hoge bevolkingsdichtheid
4 veel groen
Je vergelijkt de leefomgeving van een dorp met de leefomgeving van een grote stad.
Welke twee factoren passen het best bij leven in een dorp?
2
Wat zijn de vier fysieke factoren die het draagvlak van een gebied bepalen?
A. klimaat, reliëf, beschikbaarheid van water, koloniaal verleden.
B. klimaat, reliëf, nabijheid economisch kerngebied, vruchtbaarheid bodem.
C. klimaat, bevolkingsspreiding, beschikbaarheid water, vruchtbaarheid bodem.
D. klimaat, reliëf, beschikbaarheid water, vruchtbaarheid bodem.
3
Pullfactoren zijn
A. redenen waarom mensen uit een gebied weg te trekken.
B. redenen waarom mensen zich in een gebied vestigen.
C. redenen waarom de bevolkingsdichtheid in een gebied toeneemt.
D. redenen waarom de bevolkingsdichtheid in een gebied afneemt.
4
Nederland verandert na 1960. Hieronder vier ontwikkelingen die te maken hebben met
deze verandering:
1. komst van migranten uit niet-westerse landen.
2. stijgende welvaart.
3. vrouwenemancipatie.
4. ontzuiling.
a Eén van de veranderingen is het ontstaan van een ‘vrijetijdscultuur’ in Nederland.
Welke ontwikkeling heeft de grootste invloed gehad op het ontstaan van de
‘vrijetijdscultuur’?
b Een andere verandering is een toename van de pluriformiteit: mensen met
verschillende culturen leven bij elkaar in dezelfde buurt, wijk, stad of land.
Welke ontwikkeling heeft de grootste invloed gehad op de toename van de pluriformiteit?
Toetsvragen thema Bevolking en ruimte