Lees- en kijkopdrachten kunnen ook op examen gevraagd worden!
Hoofdstuk 1: wat is de oorsprong van de hersenen en gedrag?
1.1 Waarom hersenen en gedrag bestuderen?
- Hoe de hersenen gedrag produceren is een van de grote wetenschappelijke vragen.
o = beginpunt van veel onderzoek.
- De hersenen zijn een van de meest complexe organen op aarde en worden bij vele
diersoorten aangetroffen.
- Een groeiende lijst van gedragsstoornissen kan verklaard en behandeld worden
naarmate onze kennis van de hersenen toeneemt.
Hoe zijn de hersenen georganiseerd om gedrag te reproduceren?
= kernvraag
3 benaderingen:
- Hoe zijn hersenen en gedrag geëvolueerd in verschillende diersoorten?
- Hoe verandert gedrag in mensen met hersenschade of andere dysfuncties van de
hersenen?
- Hoe zijn de hersenen gerelateerd aan gedrag in ‘normale’ mensen?
o Normale mensen = neurotypische mensen → neurodivergente mensen
We gaan de kernvraag beantwoorden aan de hand van specifieke vragen zoals:
- Kunnen dieren denken?
- Hoe slaan onze hersenen informatie op?
- Hoe werkt botox?
- Wat is het locked-in syndroom?
o Mensen die in volledige coma zijn, maar wel volledig bewustzijn hebben.
- Hoe kunnen we het brein in actie zien?
Hoe leiden hersenen tot gedrag?
Er is een wisselwerking tussen hersenen en gedrag → het
gedrag dat we stellen verandert ook onze hersenen!
Hersenen:
Onderdeel van het centraal zenuwstelsel: omringt door
gebeente
- In de schedel en ruggenmerg
Onderdeel van het perifeer zenuwstelsel: zenuwbanen uit omhulsels
- Somatisch zenuwstelsel = aansturen van spieren en zintuigen
- Autonoom zenuwstelsel = aansturen van organen
- Enterisch zenuwstelsel = de werking van de dikke darmen aansturen
1
,Gedrag:
Oude benadering: gedrag= patronen in de tijd
- Deze patronen kunnen we herkennen en bestuderen in bewegingen, veranderingen,…
van mensen/dieren.
Nieuwe benadering: gedrag = een functie van stimuli
- G = f(s) → gedrag in functie van de omgeving
o Gedrag begrijpen vanuit de functie die het heeft.
Gedrag is belangrijk voor de evolutie en is altijd het raakpunt tussen hersenen en de fitheid
tussen de omgeving.
Skinner: hebben wij vrije wil?
We hebben altijd gelooft in vrije wil, omdat we ons gedrag kunnen waarnemen, maar we kennen
eigenlijk niet de echte oorzaak van ons gedrag.
In welke mate zijn we zelf nog meester van ons gedrag, hebben we nog vrije wil?
Vrije wil = fictie, we maken onszelf wijs om een uitleg te geven aan ons eigen gedrag.
Het effect van armoede op de
ontwikkeling jonge kinderen → als de
moeders meer geld krijgen, is dit beter
voor de ontwikkeling van de jonge
kinderen!
1.2 Benaderingen van hersenen en gedrag
Waar dienen onze hersenen voor?
Aristoteles (mentalisme):
- Hersenen hadden niets met de geest te
maken
o Ze staan volledig naast elkaar
- Functie hersenen = afkoelmechanisme
van het lichaam
o Onze hersenen zijn extreem
doorbloed, daarom is deze afkoeling heel belangrijk
- Geest blijft verder bestaan als de hersenen niet meer werken
o Onsterfelijke ziel
- De geest krijgt informatie binnen en stuurt het gedrag aan, maar dit staat los van de
hersenen.
2
,Descartes (dualisme):
- Hersenen verwerken informatie en sturen
het gedrag aan.
- De geest ontvangt informatie van het
lichaam door de hersenen
o Ze zijn verbonden met elkaar.
- Denken
o Aangestuurd los van de geest
o Niet-rationeel gedrag (reflexen, gewoonten,…): geproduceerd door de hersenen
o Rationeel gedrag (leren, redeneervermogen,…): geproduceerd door geest
Pijnappelklier = een van de weinige gebieden die maar uit 1 entiteit bestaat.
- Dat is waar de geest ingrijpt op de hersenen
- Ligt heel dicht bij ventrikels (=holtes die gevuld zijn met hersenvocht)
- Tegen-evidentie:
o Sommige mensen hebben geen pijnappelklier en kunnen ook intelligent zijn
o Spieren opspannen in een emmer water
▪ Water zou moeten stijgen als je opspant, maar dat gebeurt niet
o Wet van behoud van energie = hoe zou een geest zenuwsignalen kunnen
opwekken in de hersenen?
▪ Dan komt er vanuit het niks energie en dat gaat tegen een van de
basistheorieën in de fysica.
- Negatieve effecten:
o Behandeling van dieren, kinderen en geesteszieken.
Darwin (materialisme):
- Er is niet zoiets als een geest, alleen een
biologisch universum.
o Als er wel een geest zou bestaan heeft
dit geen enkele invloed op de hersenen
en ons gedrag
o Geest ≠ natuurlijk
- Alles wat we kunnen, weten,… zit in de hersenen → de hersenen sturen ons gedrag aan.
- Natuurlijke selectie heeft te maken met de omgeving waarin het organisme zich bevindt.
o De interactie hiertussen bepaald de fitheid van het organisme
Natuurlijke selectie (Darwin) x genetische erfelijkheid (Mendel) x epigenetica
Epigenetica = verschillen in genexpressie gerelateerd aan omgeving en ervaring.
➔ Bepalen mee welke kenmerken we effectief zien.
3 conclusies:
- Omdat alle diersoorten met elkaar verbonden zijn, moeten hun hersenen met elkaar
verbonden zijn.
- Omdat alle diersoorten met elkaar verbonden zijn, moet hun gedrag met elkaar
verbonden zijn.
3
, - Hersenen en gedrag in complexe dieren (zoals de mens) zijn geëvolueerd van de
hersenen en gedrag van eenvoudige dieren en hangen ook af van leren.
Het bewustzijn
Hebb (1949): het brein produceert ons bewustzijn
Hoe produceert het brein ons bewustzijn?
Klinische casus: locked-in syndroom → mensen die volledig verlamd zijn, kunnen alleen met
hun ogen knipperen,…
- Bewustzijn kan aanhouden in afwezigheid van bijna elk uitwendig gedrag
o Hij was opgesloten in zijn eigen lichaam, niemand had door dat hij nog bij
bewustzijn was.
- Als de hersenen stilvallen, kan het bewustzijn nog wel intact blijven
De glasgow coma scale geeft de mate van bewustzijn aan, het is geen kwestie van alles of niets,
maar het is gradueel.
- Minimale bewustzijnstoestand: diepe hersenstimulatie!
o = signalen in de hersenen sturen om het bewustzijn te boosten
- Vegetatieve toestand: reacties in hersenactivaties!
o Activatie in linker motorische cortex, men vindt activiteit terug, terwijl er eigenlijk
een volledige verlamming is.
- Artificiële intelligentie: kan een computer bewustzijn ontwikkelen?
1.3 Evolutie van hersenen en gedrag
Hoe weten we eigenlijk dat hersenen iets met gedrag en intelligentie te maken hebben?
Aristoteles dacht dat deze niets met elkaar te maken hadden.
Evolutie nagaan door diersoorten te vergelijken
- Genen – hersenen – gedrag → de typische link die altijd gezocht word
o Hersenen zijn het product van genetische aanleg
o Hersenen maken gedrag mogelijk
- Gaan verschillen in structuur van hersenen hand in hand met verschillen in gedrag?
o Correlatie tussen gewicht/grote van de hersenen en de complexiteit van het
gedrag.
Oorsprong van zenuwcellen en hersencellen:
Zenuwstelsels hebben zich in miljoenen muizenstapjes ontwikkeld en zijn veranderd naarmate
dieren evolueerden.
Gemeenschappelijke voorouder:
Mensen stammen niet af van apen → wij zijn apen!
Werkhypothese: er is een correlatie tussen de
grootte/gewicht van de hersenen en de
complexiteit van het gedrag.
4