Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 46 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Ontwikkelingspsychologie | Windesheim | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 46 pagina's

Samenvatting van Ontwikkelingspsychologie voor het eerste jaar Pedagogiek aan Hogeschool Windesheim. Het document behandelt ontwikkelingsdomeinen (fysiek, cognitief, sociaal-emotioneel), normatieve en niet-normatieve gebeurtenissen, nature vs nurture, en belangrijke theoretische perspectieven van Freud en Erikson. Een uitstekende voorbereiding op tentamens met duidelijk gestructureerde kernconcepten en praktische voorbeelden van fixaties en psychosociale stadia.

Voorbeeld van de inhoud

1 ONTWIKKELING VAN HET KIND

ONTWIKKELINGSDOMEINEN
 Fysieke ontwikkeling
 Kijken naar invloeden van het lichaam op ons gedrag ; hersenen, zenuwstelsel,
spieren, zintuigen, eten , drinken en slapen
 Cognitieve ontwikkeling
 Denken, leren, geheugen, probleemoplossing en intelligentie
 Sociaal-emotionele ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling
 Effecten van ; racisme, armoede of scheiding van ouders op de ontwikkeling
van kinderen, aard en het belang van vriendschappen over de levensloop
veranderen, seksuele ontwikkeling (stressbeleving, homoseksuele
adolescenten te bestuderen )

Persoonlijkheidsontwikkeling  kijken naar stabiliteit en verandering in de
karaktereigenschappen die het ene individu van het andere onderscheiden

Morele ontwikkeling  de ontwikkeling van het geweten (studie invloed op ouderlijk
gedrag)

NORMATIEF-NIET NORMATIEF
Niet normatieve gebeurtenissen = gebeurtenissen die plaatsvinden in het leven van een
bepaald persoon, terwijl de meeste andere mensen hiermee niet te maken krijgen ( ouder
die overlijd)

Normatieve gebeurtenissen = gebeurtenissen die zich voor meeste individuen binnen
een groep op dezelfde manier voltrekken.

 Normatieve historische invloeden  sociale omgevingsinvloeden en biologische
invloeden die verbonden zijn met de specifieke maatschappelijke situatie in een
historische tijd.
 Normatieve leeftijdsgebonden invloeden  biologische invloeden en
omgevingsinvloeden die vergelijkbaar zijn voor mensen in een bepaalde
leeftijdsgroep.
 Normatieve sociaal-culturele invloeden  bepalen de ontwikkeling van mensen,
zoals de brede cultuur, etnische afkomst, sociale klasse en het behoren tot een
subcultuur.

CONTINUE – DISCONTINUE




Kritische perioden komen voor wanner de aanwezigheid van bepaalde soorten stimuli
(prikkels) uit de omgeving noodzakelijk is voor een normale ontwikkeling of wanneer
blootstelling aan bepaalde stimuli abnormale ontwikkeling tot gevolg heeft.

Nature ( aangeboren eigenschappen)

,  Verwijst naar de eigenschappen , vermogens en capaciteiten die mensen van
hun ouders erven. Oog kleur, haardos, atletiek aangelegd.
 Omgevingsinvloeden spelen een rol, hersenen zich zodanig ontwikkelen dat je
kan lezen

Nuture (omgeving, opvoeding )

 Verwijst naar de omgevingsinvloeden die ons gedrag en onze eigenschappen
bepalen. Invloeden kunnen biologisch zoals. Drugs- en drankgebruik tijdens de
zwangerschap, hoeveelheid en het soort voedsel wat het kind krijgt. Andere
omgevingsinvloeden zijn sociaal aard, denk aan manier waarop ouders hun
kinderen opvoeden en de invloed van leeftijdsgenoten op een adolescent.
 Maatschappelijke invloeden, zoals sociaaleconomische omstandigheden waarin
mensen zich bevinden

Samenspel erfelijkheid en omgeving

 Genotype en fenotype ( uiterlijk)
 Multiterminisme
 Samenspel met omgeving ( lengte van mens ,huidskleur, sproeten, temperament)
 Als nuture nature wordt



2 THEORETISCHE PERSPECTIEVEN EN ONDERZOEK

FREUD
Freud stelt dat onbewuste krachten bepalend zijn voor iemands persoonlijkheid en
gedrag.

 Persoonlijkheid ; kinderwensen , verlangens, behoeften bevat. Die vanwege
hun verstorende aard afgesloten zijn van het bewustzijn. ( kind weinig
aandacht van ouders zoekt die op bij juf)

3 aspecten van persoonlijkheid

1. ID  primitieve, ongeorganiseerd, aangeboren deel van de persoonlijkheid. Staat
voor instinctieve driften die te maken hebben met honger, seks, agressie en
irrationele impulsen. ID opereert vanuit het genotsprincipe met doel om zo veel
mogelijk bevrediging en zo weinig mogelijk spanning te ervaren.
2. EGO  rationele en redelijke deel van de persoonlijkheid. Het vormt een buffer
tussen de echte wereld om ons heen en het primitieve id. EGO opereert vanuit het
realiteitsprincipe; het houd de instinctieve energie in toom en om de veiligheid
van de persoon te bewaren en hem te helpen integreren in de samenleving
3. Superego  vertegenwoordigt het geweten. Onderscheid gemaakt tussen goed en
kwaad, superego ontwikkelt zich rond 5- of 6-jarige leeftijd, doordat kinderen dit
overnemen van hun ouders, leerkrachten en andere belangrijke figuren in hun
leven

Als er iets misgaat in een van deze bepaalde fase kan dit volgens Freud leiden tot 
fixatie

 Fixatie op de orale fase kan er volgens freud toe leiden dat een volwassene
voortdurend bezig is met orale activiteiten zoals eten, praten, nagelbijten,
roken of kauwgom kauwen.
 Fixatie kan ook tot uiting komen in symbolische vormen van gedrag, bij orale
fixatie bijv. ‘bijtend’ sarcasme.
 Fixatie op anale fase zou kunnen leiden tot overdreven reinheid of vrekkigheid
(vasthouden) of juist afstandelijkheid en afzijdigheid (loslaten)

,ERIKSON
Erikson ontwikkelde een psychodynamische visie op de psychosociale ontwikkeling
( nadruk op sociale interactie met anderen) Hierbij gaat de theorie over de gehele
levensloop van een mens en niet volgens Freud alleen in de jeugd.

De ontwikkeling van de mensen in gedurende hun hele leven verdeeld in acht
afzonderlijke psychosociale stadia

 Stadia heeft een vast patroon manifesteren min om meer gelijk voor alle
mensen
 In elk stadium is er sprake van een crisis die of een conflict dat het individu
moet oplossen.

WATSON
Watson was er van overtuigd dat we de ontwikkeling van een kind volledig kunnen
begrijpen door zorgvuldig te kijken naar de stimuli waaruit de omgeving van het kind
bestaat.

Het behavioristisch perspectief  kijkt niet naar onbewuste processen in organismen
maar bestudeert de mens volledig van buitenaf.

 De sleutel om ontwikkeling te kunnen begrijpen bestaat uit waarneembaar
gedrag en externe stimuli vanuit de omgeving
 Externe stimuli zijn verschijnselen in de wereld om ons heen die door onze
zintuigen worden waargenomen en reacties teweegbrengen.

CONDITIONERING
Klassieke conditionering  een organisme op een bepaalde manier leert reageren op een
neutrale stimuli ( stimulus die die respons normaal gesproken niet uitlokt)

Pavlov :

 Ongeconditioneerde stimulus  aangeboren, Een prikkel die van nature een
reactie oproept, zonder dat daar vooraf leren voor nodig is.
 Ongeconditioneerde respons  aangeboren, De automatische, aangeboren
reactie op de ongeconditioneerde stimulus
 Geconditioneerde stimulus  aangeleerd, Een oorspronkelijk neutrale prikkel
die, na herhaalde koppeling aan de ongeconditioneerde stimulus, dezelfde reactie
gaat oproepen
 Geconditioneerde respons  aangeleerd , De aangeleerde reactie op de
geconditioneerde stimulus. Deze reactie lijkt op de ongeconditioneerde respons,
maar is nu het gevolg van conditionering.

Operante conditionering  vrijwillige respons versterk of verzwakt doordat die respons
wordt geassocieerd met respectievelijk positieve of negatieve consequenties.

 Skinner : individuen leren doelbewust te reageren op hun omgeving om
gewenste consequenties tot stand te brengen.

Bekrachtiging  proces waarbij een prettige stimulus wordt aangeboden of een
ongewenste stimulus wordt weggenomen , wat de kans vergroot dat eerder
gedrag zich herhaalt.

1. Positieve bekrachtigingen : toedienen van een gewenste stimulus
2. Negatieve bekrachtigingen : wegnemen van een ongewenste stimulus

1. Positieve straf : introductie van een onplezierige of pijnlijke stimulus
2. Negatieve straf : verwijdering van een gewenste stimulus.

, SOCIAAL-COGNITIEVE LEERTHEORIE
 Nadruk leren door gedrag van anderen te observeren en te imiteren

4 stappen aan de hand van waarden

1. Aandacht : je neemt het gedrag van een model waar
2. Retentie : je kunt je gedrag op een later tijdstip nog herinneren
3. Reproductie : je kunt het gedrag dat je je herinnert reproduceren
4. Motivatie : je bent gedreven om het gedrag te leren en uit te voeren doordat je
ziet dat het iets oplevert en/of doordat je op een bepaalde manier opkijkt tegen
het model.

REFLECTIES BIJ HET BEHAVIORISTISCH PERSPECTIEF
Eerste generatie  black boxes ( wat daarbinnen gebeurt is niet waarneembaar en
daarom ook geen object van studie

Tweede generatie  gedragstherapie ( richt zich op het veranderen van de inhoud van
irrationele of niet—werkzame gedachten onder andere met behulp van sociaal leren.

 ACT  acceptance and commitment therapy, is gericht op het leren aanvaarden
van de klachten waardoor ruimte en aandacht ontstaan voor dingen die echt
belangrijk zijn voor de client.

Derde generatie  minder nadruk ligt op het veranderen van gedrag of van gedachten

Vierde generatie  positieve CGT , gaat het ook niet om het repareren van wat er mis is
maar om het bouwen aan wat er goed gaat.

Cognitief perspectief richt zich op de processen waardoor mensen de wereld steeds beter
leren kennen , begrijpen en overdenken.

PIAGET COGNITEVE ONTWIKKELING
Volgens hem neemt niet alleen de kwantiteit van de informatie in elk stadium toe, ook de
kwaliteit van onze kennis en ons begrip veranderen.

 Handelen gaat vooraf van begrijpen : eerst grijpen daarna pas begrijpen




Twee basisprincipes ( samen zorgen voor cognitieve ontwikkeling)

Documentinformatie

Geüpload op
8 juni 2026
Aantal pagina's
46
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€11,06

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
6
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
2 maanden geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen