Epiglottis: ontsteking van het strottenhoofd.
Supraglottitis: ontsteking van het deel net boven de stembanden.
Ontstaat meestal vanuit een keelontsteking. Als de bacterie in de bloedbaan komt kan je een
bloedvergiftiging krijgen.
Symptomen: snel stijgende koorts, keelpijn, last met slikken.
Wat te doen? Zuurstof geven + AB
Kinderen krijgen hier een HiB vaccinatie voor.
Anafylaxie: ernstige allergische reactie. Hoe sneller de symptomen optreden en verergeren,
hoe ernstiger de reactie.
Eerst vaak rode, jeukende huid een versnelde HA, hoesten. Daarna zwelling+ evt
bewustzijnsverlies.
Wat te doen? Epipen (adrenaline) in dijspier.
Waarom zijn kinderen gevoeliger voor respiratoir falen?
- Gevoeliger voor infecties met veel kiemen
- Bovenste + onderste luchtwegen zijn nauwer
- Borstkas is minder sterk waardoor de efficiëntie van de ademhaling verminderd
Bij thoraxdrainage wordt er lucht of vocht gedraineerd. Het pleura (longvlies) bestaat uit twee
lagen, waar tussen een beetje vocht zit. Als hier iets tussen zit wat er niet hoort dan kan de
long niet goed meebewegen met de thoraxwand.
Lucht zal meer anterieur (naar boven) in de thorax zitten. Vocht posterieur (naar beneden).
Verschillende functies thorax drainage:
- Bij pneumothorax, verwijderen van lucht
- Bij hemothorax, verwijderen van bloed
- Pleurale effusie, verwijderen van vocht
- Bij empyema, verwijderen van pus
- Preventief tegen longcomplicaties
Respiratoire insufficientie bij bronchiolitis (ontsteking van kleine takjes van de luchtwegen):
Symptomen: tachypneu, tachycardie, intrekkingen, cyanose, piepende ademhaling.
Zorg: zuurstoftherapie, monitoren, vernevelen
Acute zorg bij pneumonie/astma:
Bij pneumonie hebben kinderen koorts, hoesten, pijn op de borst, tachypneu en cyanose.
Behandeling: AB, zuurstof en vochtbalans
Bij astma hebben kinderen een piepende AH, hoesten, moeite met uitademen.
Behandeling: bronchodilatatie (salbutamol) via vernevelen, inhalator en corticosteroïden als
ontstekingsremmers. Bronchodilatatie: spieren rondom de luchtwegen ontspannen, waardoor
de luchtwegen verwijden en de luchtstroom makkelijker wordt.
Zuurstoftherapie:
- Low flow: Neusbril (1-5L) bij milde ademhalingsproblemen
- High flow: via neuscanule een hogere zuurstofstroom. ( Optiflow) Bijvoorbeeld bij
longembolie of pneumonie. 20-60L
- Non rebreathing masker: 10-15L. Geeft de hoogste zuurstof concentratie.
Bij normale zuurstoftoediening wordt omgevingslucht gemend met zuurstof, maar bij optiflow is
dat beperkt. Dit komt doordat de flow van de machine groter is dan de flow van de zorgvrager.
Ook is de lucht bevochtigd, waardoor de luchtwegen niet uitdrogen.
Circulatoir:
Shock: levensbedreigende aandoening door een tekort aan circulerend volume. Dit leidt tot
celschade, dat leidt weer aan multi-orgaanfalen.
Je bloeddruk wordt stabiel gehouden door je perifere weerstand (diameter van de bloedvaten)
en de cardiac output (HA en slagvolume).