Groningen, 2025-2026
Inhoudsopgave
Informatie vak.................................................................................................................................... 2
College 1: developmental neuropsychology & brain development .................................................. 3
College 2: Brain development (vervolg) & Nature vs.Nurture .......................................................... 7
College 3: Nature vs. Nurture (vervolg) & ADHD cause .................................................................. 15
College 4: ADHD cause (vervolg) & ADHD cognitive research ........................................................ 22
College 5: metabole stoornissen CHT en PKU & autisme................................................................ 32
College 6: autisme (vervolg) & cognitieve fouten autisme en ADHD .............................................. 35
Literatuur: Developmental Neuropsychology – a clinical approach................................................ 42
Part 1: ........................................................................................................................................... 42
Hoofdstuk 1 Kind neuropsychologie – theorie en praktijk ....................................................... 42
Hoofdstuk 2: Ontwikkeling van het brein................................................................................. 46
Hoofdstuk 3: cognitieve en sociale ontwikkeling ..................................................................... 49
Hoofdstuk 4 herstel van vroege hersenbeschadiging .............................................................. 52
Part 2: ........................................................................................................................................... 56
ADHD ........................................................................................................................................ 56
Autisme .................................................................................................................................... 57
Artikel 1: children with functional motor limitations. The effects of family strengths – Pirila, van
der Meere, et al. .............................................................................................................................. 59
Artikel 2: maternal rigidity in infacy and level of intelligence at school age in children born pre-
term ................................................................................................................................................. 61
Artikel 3: Boys With ADHD in Social Interaction With a Nonfamiliar Adult: An Observational Study
– Ad Stroes, M.D., Ed Alberts, M.D., & Jaap van der Meere, PH.D .................................... 63
Artikel 4: ADHD Deficit as Measured in Adolescent Boys with a Continuous Performance Task Is
Related to Antenatal Maternal Anxiety – Bea R.H. van der Bergh e.a. ........................................... 65
Artikel 5: ADHD: state regulation and motivation – Jaap van de Meere, Norbert Borger and Jan
Wiersma........................................................................................................................................... 68
Artikel 6: Cognitive flexibility in adults with highfunctioning autism – Hans Bogte, Bert Flamma,
Jaap van der Meere en Herman van Engeland................................................................................ 71
, 2
Informatie vak
• Tentamen: 50 vragen 4x multiple choice opties (Nederlands!)
• Boek is onnodig complex. Deel 1 is belangrijk (maar ook in colleges). Docenten uitleg is
leidend (belangrijkste dingen/plaatjes etc. zal hij toelichten in college). Deel 2 ook een keer
doorlezen (ADHD/autisme)
• Artikelen: paar keer lezen, maar colleges ook belangrijkst!
• Bepaalde volgordes leren (zoals van achter naar voren ontwikkelen)
• Vuistregels (grijze/witte stof)
• Groepen uitgelicht (Cerebrale parese, autisme, ADHD en agressie/CD)
, 3
College 1: developmental neuropsychology & brain
development
Thema: why developmental neuropsychology?
Neuropsychologie = onderdeel van psychologie. Het brengt de relatie tussen hersenen en gedrag
(patiëntgroepen of theoretisch)
Er bestaat een groot verschil tussen ontwikkelingsneuropsychologie en neuropsychologie (leeftijd).
1. Waarom een ontwikkelingsperspectief?
• Verschil tussen ontwikkelings- en verworven stoornissen
o Ontwikkeling: onbekende oorzaak. Door veranderingen in onderzoek, kan dit ook een
verworven stoornis worden!
o Verworven: bekende oorzaken à ongeluk, vergiftiging, etc.
• Leeftijdsverschil
o Hoe jonger = hoe groter de kans op herstel na een ongeluk door plasticiteit (Kennard Principle!
Dit is niet goed te controleren)
o Maar hoe jonger = hoe groter de kwetsbaarheid
• Diagnose (is verschillend per leeftijd)
Niet alles is meetbaar (gedrag veranderd)
▪ Wat je als normaal ziet bij een baby, dat is bij een puber niet normaal
• Prognose: is niet altijd duidelijk op lange termijn.
Positieve consequentie van plasticiteit (na een ongeluk bv.)
Negatieve consequentie van plasticiteit (Crowding)
▪ Het wordt te druk voor de linker hemisfeer om voor de rechte hemisfeer alles over te
nemen. Crowding houdt in dat de linker hemisfeer dan minder goed kan functioneren!
Grotere kwetsbaarheid
Vuistregel: ontwikkeling van hersenmassa loopt van achteren naar voren. Vaardigheden zoals
impulsiviteit wordt aanvankelijk bij jonge kinderen gestuurd door de middenhersenen. Als
kinderen ouder worden, verschuift dit naar de frontale hersenen.
• Functionele en gedragsredenen
Positief: gedragscompensatie
Negatief: growing into deficit. Kwetsbaarheden worden pas later in ontwikkeling pas zichtbaar.
Kind dat gif drinkt op erg jonge leeftijd en kan nog niet lopen. Je kan nog niet meten wat de
schade is, omdat het kind nog moet leren lopen bijvoorbeeld.
• Voorbeeld: Traumatic brain injury kind vs. volwassene
o Dose-response relation: de dosering en de reactie. Een groter ongeluk leidt tot meer schade.
Bij kinderen is dit globaal te meten, maar bij volwassen specifiek, omdat bij volwassenen alles
al een plek heeft gekregen.
o Oudere kinderen herstellen beter dan jongere kinderen (onderzoek Andersson & More)
o Meer variabele uitkomsten bij kinderen dan volwassenen
o Bij volwassenen meer consequenties
o Bij kinderen: Growing into deficit
• In sum: longitudinaal onderzoek TBI
Herstel kinderen is afhankelijk van:
▪ De bron en ernst van ongeluk
▪ Premorbide mogelijkheden (de toestand van lichamelijk of geestelijk functioneren vóór het
ontstaan van een ziekte, aandoening of letsel)
, 4
▪ Ontwikkelingsniveau op moment van ongeluk
▪ Tijd na het ongeluk
▪ Stabiliteit familie en sociaaleconomische status (bij kinderen van groot belang)
2. Klinische vs. Experimentiële neuropsychologie
• Klinisch meet vaardigheden van een individueel kind om de interventie te verbeteren
o Observaties en questionnaires
o Gestandaardiseerde papier en pen tests (WCST, WISC, NEPSY)
o Niet voor onderzoeksdoelen (onspecifieke tests, gaat om individueel kind)
▪ Kind vergelijken met de norm (hoge sensitiviteit)
▪ Niet voor differentiëren voor patiënten populaties (lage specificiteit)
▪ Test meten het eindproduct van cognitie, niet het mechanisme erachter.
• Theoretisch is model gedreven om de brein/gedrag relaties te onderzoeken.
o Niet genormeerde testen, maar controlegroep
3. Generaties van cognitieve, experimentele tests
• Voorbeelden van tests
o Reactietijd test
o EEG
o F(MRI)
• Gebieden die aandacht vragen
o Shift
o Sustain
o Focus/execute
o Nu meer netwerken van gebieden
i.p.v. losse gebieden
o Frontale kwab komt de informatie in
binnen. Dit is gebied wat het meest
ontwikkeld in je hersenen.
Voorbeelden van testjes om specifieke vaardigheden te testen (reactietijd)
• Divided attention (frontal) test (reactietijd)
o Lettertest: je ziet letters en moet benoemen welke bij de volgende pagina hetzelfde zijn. taak
steeds complexer maken met meer letters. Hoe complexer, des te trager wordt reactietijd. Steeds
meer fouten.
• Focal attention: temporal, parietal en striatal areas (nog even terug luisteren)
o Mechanisme aan het testen.