- Nadruk van dit vak ligt op het begrijpen van het ecosysteem en erna gaat er verder
worden ingegaan op het beheer.
- Veel dingen lopen fout doordat de achterliggende reden niet begrepen wordt.
Inleiding
1. Wat is een ecosysteem?
1.1. Afbakening
- 1e foto: Alpien ecosysteem -> skipiste met alpine roosje, koud ecosysteem
- 2e foto: zie je hier 1 of 3 ecosystemen (beiden)
o Hier verschillende of 1 ecosysteem op waarnemen -> afhankelijk hoe je het
bekijkt
o Definitie van ecosysteem = schaal afhankelijik
▪ Landschapschaal = dit een Boreale Taiga (naaldwoud) ecosysteem ->
bos ecosysteem, donker woud, met struikgewas en open plekken van
nature.
▪ Standpunt van slank wollengras (witte plantje)-> geen bos ecosysteem:
dit komt vooral in vochtige plekken voor -> is beschouwt als een veen
o Gagel (struikgewas) Ecosysteem van de gageluil -> nachtvlinder heeft gagel nodig
voor de eitjes maar heeft ook de open plekken nodig van de bloemen om nectar
te vinden het is een klein vlindertje dus met storm gaat die in het bos schuilen
- Definitie van ecosysteem is heel antropocentrisch. -> realiteit= biodiversiteit van
ecosystemen, heide, bossen,… wordt beter niet bekeken met antropocentrische bril
- Ecosysteembeheer -> wanneer wij naar een ecosysteem kijken is dit altijd vanuit een
antropocentrische bril -> moeten we afleren! Je moet kijken naar functies, soorten,
biodiversiteit behouden, iets wat soms opvallend is of soms niet te zien is -zijn
belangrijke sleutelsoorten.
- Wat helpt met het niet bekijken vanuit die bril is SCHAAL!
o Schaal afhankelijkheid om naar ecosystemen te kijken is al
eeuwen oud.
o Hoe je een ecosysteem beheert is met de schaal van belang.
o Je hebt het stroomsysteem, dan de segment van de stroom, binnen rivier
plaatsen met keien en afval,… dieper Boven een rotst stroomt het water sneller
dan onderaan waar het niet stroom
▪ Belangrijk hoe je naar iets kijkt!
o Maakt ecosysteem zeer moeilijk, want op eender welke schaal je kijkt, zit het
heel complex in elkaar … => Verstoringen -> menselijke invloed wereldwijd ->
complexiteit binnen ecosysteem afgenomen (rivieren recht, bossen afkappen,
grassen bemest,…)
- Defining landscapes
o Zorgt ervoor dat je op voorhand je ecosysteem goed beschouwd en beheerd
o Belangrijk om te definiëren -> afhankelijk wat de doelstelling is (een bepaalde
plant of rondtrekkende kuddes,…
o Functionaliteit van ecosystemen -> gelaagd, correspondeert vaak niet met de
standaard dingen
1
, - Voorbeelden: van microschaal, naar meso- en macroschaal
o Die tabellen gaat hij nooit vragen -> dit is goed als wetenschapper als framework
maar als daarbuiten is dat minder interessant of boeiend,…
▪ Microschaal m², als bioloog is veel te groot dan moet je naar cm² gaan
kijken.
▪ Eerste stap is altijd, kijk naar je schaal
o Kijk naar verschillende schalen van spatiale heterogeniteit/ ruimtelijke
heterogeniteit (= verschillen in hoe je fysisch landschap zit).
▪ Deze S.H. ga je merken afhankelijke van welke zooming je doet en welke
andere eigenschappen je gaat zien.
▪ Luchtfoto 3 kleuren: donkergroen = bos, purperbruin = veen, stedelijke
landbouwomgeving. Als je gaat kijken naar het veen -> landschap over
bepaalde opp min of meer hetzelfde (bulten,slenken,…) Verschillen in
heterogeniteit.
o Afhankelijk van de doelstelling kan je de eenheden visueel onderscheiden, is
niet banaal. Zonder slenken ander waterretentie.
o Links: functie wordt vervuld door de omgeving
errond
o Midden: ecosysteembeheer is van belang
o Rechts: biodiversiteit is van belang
1.2. Terminologie
- Habitat : leefomgeving(en) voor voltooien van de levenscyclus van een specifieke soort;
o Alle 3 de elementen nodig (struikgewas, bloemen en bos -> habitat van die soort)
o Is een constante schaal voor een specifiek soort
- Ecosysteem : locatie waarin abiotische en biotische componenten en processen met
elkaar in interactie gaan
o Ecosysteem is een ruimtelijk iets en heeft geen constante schaal (habitat wel)
voor een bepaald soort.
o Neutraler begrip, scherper afgelijnd, habitat veranderd voor elke soort en
ecosysteem kan je altijd definiëren.
o Potentieel probleem voor beheer = maatregelen zullen genomen worden die niet
congruent zijn met de habitat van bepaalde soorten -> effectief soorten kunnen
verdwijnen wanneer die ingrepen bedoeld zijn om ze te houden. = semantiek
- Landschap : ruimtelijk geheel van onderling interagerende ecosystemen
- Toenemende focus op:
o De ruimtelijke relaties (schaal)
o De flux van energie (bv. Organisch materiaal dat wegspoelt uit de begren en
beneden komt), nutriënten (spoelen uit het hoog veen in het water naar
beneden) en soorten (verplaatsen zich constant maar niet intentioneel, ook
binnen ecosysteem)
o Temporele dynamiek
- Explicitiete nadruk op belang van ruimtelijke en temporele relaties voor ecologische en
en evolutionaire processen
o Not only how much there is, but also how it is arranged; the explicit composition
and spatial form of a landscape mosaic affect ecological systems in ways that
would be different if the mosaic composition or arrangement were different!
Environmental Ecology and Landscape Ecology often focuses on spatial extents
that are much larger than those traditionally studied in ecology
2
,1.3. Voorbeelden
- Zijn beiden fysieke plaatsaanduidingen ecosystemen en habitat.
- Ecosysteem
o = een levensgemeenschap van planten en dieren
▪ Wordt bepaald door biotische en abiotische factoren
o Vaak omschreven als één vegetatietype
▪ bijv.: elzenbroekbos, droge heide, urbane vegetatie,… (cursus
ecosysteem)
- Habitat (van een soort)
o = welbep. plaats(en) binnen de ecosystemen
▪ Plaats waar ecosysteem de levenscyclus kan voltooien = verschil
o Kan ook gesitueerd zijn t.h.v. de overgang tussen ecosystemen.
- Ecosysteem en Habitat zijn beide (fysieke) plaatsaanduidingen
- Dit onderscheid is van belang voor het correct afstemmen van de doelstellingen van
ecosysteembeheer (later in de cursus)
o Voor biodiversiteit (α, β, γ, genetisch-soort-ecosysteemniveau)
o Voor ecosysteemdiensten
- Sturgeon Habitat
o River en Zee is de habitat (groot, omdat ze complexe levenssyclus hebben, ze
gebruiken veel van dit om te leven)
▪ Habitats kunnen groter zijn dan ecosystemen
o Schaal is erg groot.
o Maakt dat trekvissen en dieren die zich over grote afstanden doorheen meer
ecosystemen moeten verplaatsen om hun levenscyclus te voltooien zijn het
sterkste bedreigt en hebben het meeste hulp nodig. Heel habitat nodig, vaak
moeilijkste soorten om dit te doen (grote soort)
o Beheer is dat je een integraal plan nodig hebt.
- Voorbeeld:
o Vlinder: bedreigt in Vlaanderen. Beheer hier heel eenvoudig, Legt eitjes,
wordt een rups, dan een pop en dan een vlinder. Bij een beetje wind is dit
vlindertje weg… kan op een klein aantal Ha (beheer)
- Verschillende benoemingen en definities van ‘ecosysteem’
o Kan verwarring veroorzaken
- Definitie is van belang voor gericht beheer
o Omschrijven in functie van doelstellingen ecosysteembeheer
- Schaal is van groot belang
o Aangepast aan de relevante omstandigheden van ecosystemen en doelstellingen
van ecosysteembeheer
- Antropocentrische ervaring verschilt vaak van realiteit in ecosystemen
o Antropocentrische bias vermijden voor gericht ecosysteembeheer
2. Processen in ecosystemen
2.1. Ecosysteembeheer
- Hoe implementeer je dit in de praktijk? Vaak door mix van verschillende vakken.
- Abiotische en biotische invloeden en ecosysteemprocessen
➔
- Herkennen, begrijpen, verstoringen identificeren en ultiem manipuleren, hypotheses
ontwikkelen -> testen en werkwijze ontwikkelen om die verstoringen te mitigeren is
noodzakelijke basis voor effectief ecosysteembeheer.
3
, 2.2. Invloeden op, en respons van ecosystemen
- Schaal en hiërarchie
- Ecosysteem is geen statisch iets -> het is iets dynamisch: het veranderd constant
o Veel invloeden -> 3 delen:
o Environmental disturbance regimes (links) -> verschillen op spatiale schaal en
temporele schaal/ variatie (uitbraak ziektes, brand, menselijke activiteiten,
klimaat activatie,…)
▪ Uitbraak van vogel griep -> veel populaties die uitsterven en heeft er
effect op (later in cursus)
o Biotisch respons: productiviteit, dit jaar heel droog weer -> te weinig water ->
productie van veel gewassen veel minder (graslanden minder productief)
▪ Competitie, grotere planten overwoekeren kleine…
▪ Heel nat is veel schimmels in vegetatie, maar ook op grote schaal komen
er dingen voor zoals: extinctie
▪ Evolutie -> zeer lange periode (nog nooit zo
een diverse planeet geweest als nu!
o Vegetatie patronen: om bepaalde vegetaties af te
bakenen
▪ Herkennen wij als mens -> we gebruiken dit
om een ecosysteem te vinden.
▪ Volgt temporele en spatiale patronen goed op.
- Glaciaal en vandaag
o We zien laatste glaciaal maximum. Onze streken waren vooral toendra. Het
laatste Grote steppe vegetatie in noord Europa. Dennenwouden in zuiden en
loofwouden nog Zuiders. Noorden taiga, toendra. Steppe in Oost Europa.
o Eik (Quercus) -> 12.000 jaar geleden in bepaalde posten overleven. 6000 jaar
geleden kwam die in de streek voor maar niet heel aanwezig.
▪ Zijn er in onze streken oerbossen geweest? Waarschijnlijk wel maar niet
in de dichtbevolkte streken.
o Alle ecosystemen in Europa zijn geëvolueerd met menselijke invloed
▪ Anders in de rest van de wereld (buiten ZUI-OOS Azië), in Amerika heb je
ecosystemen die niet beïnvloed zijn geweest.
▪ Europa: onze bossen in onze regio (ecosystemen) zijn grotendeels ge co-
evolueert met menselijke invloed. Hout werd snel hakhout voor op
brandingen, meeste ecosystemen in Europa zijn gebruiksecosystemen.
▪ Europa = semi natuurlijke ecosystemen, deel van ecosys is het
menselijk gebruik, verschil met tropisch regenwoud = oer regenwoud.
- Hiërarchisch overzicht van invloeden:
o Verschillende sferen van invloed
o 1. Klimaat, 2. Stenen, 3. Reliëf -> ander ecosysteem
▪ Klimaat is overheersend: Als het te droog is ga je nooit bossen krijgen of
te koud ook niet…
▪ Stenen: de bodem is de rots, op kalkrijke rotsen ga je andere vegetaties
krijgen dan op zure gesteenten, dus bodemsamenstelling is anders, of op
zand heb je iets anders als op klei
▪ Reliëf: op een steile helling of vlakte krijg je een ander ecosysteem.
4