Samenvatting examens juni - Bauters
1. CT
CT scan heeft een ronddraaiende röntgenbuis. Tegenover die buis zit een detector. Terwijl
buis continu rond PT draait, schiet ze smalle bundels röntgenstralen door het lichaam. De
detectoren meten hoeveel straling door elk stukje weefsel heen komt.
Computer verzamelt duizenden projecties tijdens rotatie. Hiermee maakt computer dunne
plakjes van het lichaam die samen dan een 3D beeld vormen.
Projectie: hoeveelheid röntgenstraling die detector meet voor 1 hoek van ronddraaiende
röntgenbuis.
CT: computed tomography. Techniek die gebruik maakt van X stralen.
1 röntgenbuis draait rond PT
2 stralen vallen op detector
Aan de hand van hoeveelheid stralen gedetecteerd op elk moment van rotatie, berekent
computer densiteit van elk punt.
Hoe minder straling op detector, hoe denser het weefsel (witter).
ALLE berekende densiteiten vormen samen een dwarse doorsnede van lichaam.
2. Absorptie van röntgenstralen
Foton wordt opgenomen door een atoom en slingert een elektron uit zijn baan. Atoom
verliest dus een elektron WAARDOOR atoom nu geïoniseerd is.
Gebeurt vooral bij atomen met een hoog atoomnummer.
3. Gevolgen van absorptie
Materialen met hoog atoomnummer Sterke absorptie.
Materialen met laag atoomnummer Weinig absorptie.
4. Absorptie bepaald DOOR
1 kwaliteit van stralen: kV (maat van energie)
Absorptie hangt vooral af van E van stralen.
2 atoomnummer
, Hoe hoger atoomnummer, hoe meer straling wordt opgenomen (zwart).
5. Schema CT scan
1 CT scan stuurt X stralen door lichaam terwijl buis en detector 360 graden rond PT draaien
2 op elke positie van de buis wordt gemeten hoeveel straling door elk punt geraakt
3 uit al deze metingen berekent computer densiteit per punt WAARDOOR je een dwars
doorsnede krijgt
Voorbeeld: wervel te zien op beeld. Hier worden veel stralingen geabsorbeerd (detector gaat
dus weinig stralen detecteren).
PER PUNT geeft detector aan hoeveel straling ze op elk moment ontvangt.
6. CT beeld
CT beelden gebruiken Hounsfield eenheden om te tonen hoeveel X stralen een weefsel
absorbeert.
Water is een nulwaarde DUS alles wat denser is dan water EN DUS meer straling tegenhoudt
zal een positieve densiteit hebben.
Hoe denser weefsel, hoe hoger waarde en hoe witter op CT.
HU: mate voor verzwakking van röntgenstralen. Het geeft aan hoe sterk een weefsel de
röntgenstraling tegenhoudt.
7. Huidige CT’s zijn volumescanners
PT glijdt in 1 vloeiende beweging door scanner.
Een CT draait 360 graden en meet tegelijk meerdere plakjes WANT meerdere detectorrijen.
Elke draai levert dus een grote hoeveelheid plakjes.
Computer maakt van elk plakje duizenden voxels (mini kubussen).
Alle kubussen samen vormen 3D beeld van lichaam.
1. CT
CT scan heeft een ronddraaiende röntgenbuis. Tegenover die buis zit een detector. Terwijl
buis continu rond PT draait, schiet ze smalle bundels röntgenstralen door het lichaam. De
detectoren meten hoeveel straling door elk stukje weefsel heen komt.
Computer verzamelt duizenden projecties tijdens rotatie. Hiermee maakt computer dunne
plakjes van het lichaam die samen dan een 3D beeld vormen.
Projectie: hoeveelheid röntgenstraling die detector meet voor 1 hoek van ronddraaiende
röntgenbuis.
CT: computed tomography. Techniek die gebruik maakt van X stralen.
1 röntgenbuis draait rond PT
2 stralen vallen op detector
Aan de hand van hoeveelheid stralen gedetecteerd op elk moment van rotatie, berekent
computer densiteit van elk punt.
Hoe minder straling op detector, hoe denser het weefsel (witter).
ALLE berekende densiteiten vormen samen een dwarse doorsnede van lichaam.
2. Absorptie van röntgenstralen
Foton wordt opgenomen door een atoom en slingert een elektron uit zijn baan. Atoom
verliest dus een elektron WAARDOOR atoom nu geïoniseerd is.
Gebeurt vooral bij atomen met een hoog atoomnummer.
3. Gevolgen van absorptie
Materialen met hoog atoomnummer Sterke absorptie.
Materialen met laag atoomnummer Weinig absorptie.
4. Absorptie bepaald DOOR
1 kwaliteit van stralen: kV (maat van energie)
Absorptie hangt vooral af van E van stralen.
2 atoomnummer
, Hoe hoger atoomnummer, hoe meer straling wordt opgenomen (zwart).
5. Schema CT scan
1 CT scan stuurt X stralen door lichaam terwijl buis en detector 360 graden rond PT draaien
2 op elke positie van de buis wordt gemeten hoeveel straling door elk punt geraakt
3 uit al deze metingen berekent computer densiteit per punt WAARDOOR je een dwars
doorsnede krijgt
Voorbeeld: wervel te zien op beeld. Hier worden veel stralingen geabsorbeerd (detector gaat
dus weinig stralen detecteren).
PER PUNT geeft detector aan hoeveel straling ze op elk moment ontvangt.
6. CT beeld
CT beelden gebruiken Hounsfield eenheden om te tonen hoeveel X stralen een weefsel
absorbeert.
Water is een nulwaarde DUS alles wat denser is dan water EN DUS meer straling tegenhoudt
zal een positieve densiteit hebben.
Hoe denser weefsel, hoe hoger waarde en hoe witter op CT.
HU: mate voor verzwakking van röntgenstralen. Het geeft aan hoe sterk een weefsel de
röntgenstraling tegenhoudt.
7. Huidige CT’s zijn volumescanners
PT glijdt in 1 vloeiende beweging door scanner.
Een CT draait 360 graden en meet tegelijk meerdere plakjes WANT meerdere detectorrijen.
Elke draai levert dus een grote hoeveelheid plakjes.
Computer maakt van elk plakje duizenden voxels (mini kubussen).
Alle kubussen samen vormen 3D beeld van lichaam.