Samenvatting examens juni - Glibert
In dit vak komen verschillende manieren aan bod om kennis te verzamelen over PT en
PATHO.
1. Introductie (ppt 1)
Diagnose: beschrijving van waargenomen verschijnselen, kenmerken, klachten of
symptomen en veel gevallen ook de oorzaak.
1 PT ervaart een gezondheidsprobleem: heeft last
2 PT zoekt hulp
3 als T altijd eerst info verzamelen
A: voorgeschiedenis
B: anamnese
C: klinisch onderzoek
D: diagnostische testen
E: interview
4 alle gegevens samenleggen
5 correcte diagnose stellen
6 communiceren met PT (zonder gebruik van moeilijke termen)
2. Medische anamnese (vraaggesprek tussen T en PT)
We gaan de medische voorgeschiedenis verzamelen (alles wat relevant is uit verleden van
PT).
We spreken van een VRAAG en ANTWOORD tussen T en PT.
Kunnen we mondeling of schriftelijk doen.
Waarom belangrijk om anamnese af te nemen?
1 ziekten kunnen verschijnselen veroorzaken in mond
2 medicatie kan mondklachten veroorzaken
3 nodig voor preventieve maatregelen
4 vermijden van acute medische situaties
Zonder al deze info kan je als T NIET veilig, correct en volledig werken.
Anamnese: schriftelijke medische bevraging en vragen over de levensstijl van PT.
Vraag naar hart en vaataandoeningen Angina pectoris is een duidelijke aanwijzing
voor een verhoogd risico op een hartinfarct.
Inschatten risico op endocarditis. Bepaalt of
we antibiotica profilax moeten geven of
, niet.
1 inschatten risico
2 verdoving met adrenaline vermijden
3 vermoeden van inname bloedverdunners
4 uitstellen behandeling
Ademhalingsstelsel 1 kortademigheid bij behandelen: kortere
behandelingen
2 hyperventilatie door stress: PT op gemak
stellen
Recente prothese (knie of heup) We geven geen antibiotica profilax meer.
Alleen overwegen binnen 3 maanden na
plaatsing.
Epilepsie PT gebruikt anti epileptica: kan medicatie
geïnduceerde gingivitis veroorzaken.
Suikerziekte 1 risico op flauwvallen door hypoglycemie
2 trage wondgenezing
3 meer kans op PARO
Moet goed gereguleerd zijn: we vragen als T
naar HbA1c waarde. Geeft gemiddelde van
suikertransport in lichaam van laatste
maanden.
MOET lager zijn dan 5mmol per liter.
HIV Virale ziekte is besmettelijk DUS als T altijd
voorzichtig werken.
Tast IS aan WAARDOOR PT vatbaarder is
voor PARO.
Hepatitis Tast de lever aan EN beïnvloedt stolling en
wondgenezing.
Schildklierproblemen: kunnen zich in mond 1 hyperthyreoïdie
tonen. A: meer caries en PARO
B: snellere tanddoorbraak
2 hypothyreoïdie
A: gezwollen speekselklieren
B: grote tong (macroglossie)
C: trage tanddoorbaak
D: vertraagde genezing
E: smaakstoornissen (dysgeusie)
Kanker Tijdens kanker heeft PT straling op hoofd en
hals gekregen HIERDOOR minder speeksel
en dus hoger risico op aften, caries en
mucositis.
, Actieve chemo: vertraagde mondgenezing.
Astma Astma puffers: sneller plaque accumulatie
en caries.
Nier en leverproblemen Belangrijk om te weten voor
medicatiekeuze.
Allergieën 1 penicilline
2 latex
3 verdoving
Zwangerschap Belangrijk om te weten voor verdoving.
PT moet RX’en vermijden.
Medicatiegebruik 1 bloedverdunners: risico op bloeding
2 bisfosfonaten: remmen botafbraak
Endocarditis: infectie van endocardium (hartvlies), meestal zijn de hartkleppen erbij
betrokken.
Endocarditis profilax: antibiotica geven voor ingreep om te voorkomen dat BACT zich op
hartkleppen vastzetten.
We geven dit bij PT met:
1 verleden van endocarditis
2 kunst of donorklep
3 bepaalde aangeboren hartafwijkingen
We geven dit enkel bij volgende behandelingen:
1 PARO
2 ENDO
3 extractie
Dosering:
1 volwassen: 30 minuten tot 1 uur voor de ingreep 2gr amoxicilline (bij allergie 600mg
clindamycine).
2 kind: 50mg per kilogram amoxicilline
Minder dan 10kg 150mg clindamycine
Tussen 10 en 30kg 300mg clindamycine
Tussen 30 en 70kg 450mg clindamycine
Meer dan 70kg 600mg clindamycine
Vraag naar bypass, stent of vaatchirurgie. PT nemen dan vaak bloedverdunners en
anticoagulantia.
Als 1 van deze ingrepen minder dan 6 maanden geleden is DAN overlag met arts over
antibiotica profilax.
Hartkloppingen kunnen verergeren door stress of adrenaline in verdoving.
Bij kortademigheid bij platliggen DAN enkel korte behandelingen uitvoeren.
Bloedingsneiging bij extracties of andere chirurgische ingrepen:
1 sneller hechten
, 2 oorzaak achterhalen
Verhoogde bloedingsneiging: verhoogde kans op bloedingen (bloed stolt minder goed).
3. Levensstijl anamnese (vraaggesprek tussen T en PT)
1 laatste tandartsbezoek
2 poetsgewoonte
3 manuele of elektrische tandenborstel
4 gebruik van ID borsteltjes
5 rookgedrag en druggebruik
6 voeding
7 rechtsgeldigheid: laten ondertekenen door PT om discussies in de toekomst te vermijden
8 ASA
A: I (gezonde personen)
B: II (lichte aandoening)
C: III (ernstige aandoening)
4. Hulpvraag (klachten en wensen)
1 pijnklachten
2 functionele klachten
3 esthetische klachten
We moeten vragen naar wens van PT. Wat is er belangrijk voor PT? Wat is zijn of haar
verwachtingspatroon? Wat is zijn of haar prioriteit?
5. Onderzoek (klinisch en radiologisch)
Klinisch onderzoek 1 visuele inspectie
A: caries diagnose
B: PARO diagnose
C: occlusie controle
Kan PT goed dichtbijten?
Welke klasse is er?
Welke soort beet is er?
2 aanvullende klinische onderzoeken
A: vitaliteitstesten
B: palpatie
C: nemen van gipsmodellen
In dit vak komen verschillende manieren aan bod om kennis te verzamelen over PT en
PATHO.
1. Introductie (ppt 1)
Diagnose: beschrijving van waargenomen verschijnselen, kenmerken, klachten of
symptomen en veel gevallen ook de oorzaak.
1 PT ervaart een gezondheidsprobleem: heeft last
2 PT zoekt hulp
3 als T altijd eerst info verzamelen
A: voorgeschiedenis
B: anamnese
C: klinisch onderzoek
D: diagnostische testen
E: interview
4 alle gegevens samenleggen
5 correcte diagnose stellen
6 communiceren met PT (zonder gebruik van moeilijke termen)
2. Medische anamnese (vraaggesprek tussen T en PT)
We gaan de medische voorgeschiedenis verzamelen (alles wat relevant is uit verleden van
PT).
We spreken van een VRAAG en ANTWOORD tussen T en PT.
Kunnen we mondeling of schriftelijk doen.
Waarom belangrijk om anamnese af te nemen?
1 ziekten kunnen verschijnselen veroorzaken in mond
2 medicatie kan mondklachten veroorzaken
3 nodig voor preventieve maatregelen
4 vermijden van acute medische situaties
Zonder al deze info kan je als T NIET veilig, correct en volledig werken.
Anamnese: schriftelijke medische bevraging en vragen over de levensstijl van PT.
Vraag naar hart en vaataandoeningen Angina pectoris is een duidelijke aanwijzing
voor een verhoogd risico op een hartinfarct.
Inschatten risico op endocarditis. Bepaalt of
we antibiotica profilax moeten geven of
, niet.
1 inschatten risico
2 verdoving met adrenaline vermijden
3 vermoeden van inname bloedverdunners
4 uitstellen behandeling
Ademhalingsstelsel 1 kortademigheid bij behandelen: kortere
behandelingen
2 hyperventilatie door stress: PT op gemak
stellen
Recente prothese (knie of heup) We geven geen antibiotica profilax meer.
Alleen overwegen binnen 3 maanden na
plaatsing.
Epilepsie PT gebruikt anti epileptica: kan medicatie
geïnduceerde gingivitis veroorzaken.
Suikerziekte 1 risico op flauwvallen door hypoglycemie
2 trage wondgenezing
3 meer kans op PARO
Moet goed gereguleerd zijn: we vragen als T
naar HbA1c waarde. Geeft gemiddelde van
suikertransport in lichaam van laatste
maanden.
MOET lager zijn dan 5mmol per liter.
HIV Virale ziekte is besmettelijk DUS als T altijd
voorzichtig werken.
Tast IS aan WAARDOOR PT vatbaarder is
voor PARO.
Hepatitis Tast de lever aan EN beïnvloedt stolling en
wondgenezing.
Schildklierproblemen: kunnen zich in mond 1 hyperthyreoïdie
tonen. A: meer caries en PARO
B: snellere tanddoorbraak
2 hypothyreoïdie
A: gezwollen speekselklieren
B: grote tong (macroglossie)
C: trage tanddoorbaak
D: vertraagde genezing
E: smaakstoornissen (dysgeusie)
Kanker Tijdens kanker heeft PT straling op hoofd en
hals gekregen HIERDOOR minder speeksel
en dus hoger risico op aften, caries en
mucositis.
, Actieve chemo: vertraagde mondgenezing.
Astma Astma puffers: sneller plaque accumulatie
en caries.
Nier en leverproblemen Belangrijk om te weten voor
medicatiekeuze.
Allergieën 1 penicilline
2 latex
3 verdoving
Zwangerschap Belangrijk om te weten voor verdoving.
PT moet RX’en vermijden.
Medicatiegebruik 1 bloedverdunners: risico op bloeding
2 bisfosfonaten: remmen botafbraak
Endocarditis: infectie van endocardium (hartvlies), meestal zijn de hartkleppen erbij
betrokken.
Endocarditis profilax: antibiotica geven voor ingreep om te voorkomen dat BACT zich op
hartkleppen vastzetten.
We geven dit bij PT met:
1 verleden van endocarditis
2 kunst of donorklep
3 bepaalde aangeboren hartafwijkingen
We geven dit enkel bij volgende behandelingen:
1 PARO
2 ENDO
3 extractie
Dosering:
1 volwassen: 30 minuten tot 1 uur voor de ingreep 2gr amoxicilline (bij allergie 600mg
clindamycine).
2 kind: 50mg per kilogram amoxicilline
Minder dan 10kg 150mg clindamycine
Tussen 10 en 30kg 300mg clindamycine
Tussen 30 en 70kg 450mg clindamycine
Meer dan 70kg 600mg clindamycine
Vraag naar bypass, stent of vaatchirurgie. PT nemen dan vaak bloedverdunners en
anticoagulantia.
Als 1 van deze ingrepen minder dan 6 maanden geleden is DAN overlag met arts over
antibiotica profilax.
Hartkloppingen kunnen verergeren door stress of adrenaline in verdoving.
Bij kortademigheid bij platliggen DAN enkel korte behandelingen uitvoeren.
Bloedingsneiging bij extracties of andere chirurgische ingrepen:
1 sneller hechten
, 2 oorzaak achterhalen
Verhoogde bloedingsneiging: verhoogde kans op bloedingen (bloed stolt minder goed).
3. Levensstijl anamnese (vraaggesprek tussen T en PT)
1 laatste tandartsbezoek
2 poetsgewoonte
3 manuele of elektrische tandenborstel
4 gebruik van ID borsteltjes
5 rookgedrag en druggebruik
6 voeding
7 rechtsgeldigheid: laten ondertekenen door PT om discussies in de toekomst te vermijden
8 ASA
A: I (gezonde personen)
B: II (lichte aandoening)
C: III (ernstige aandoening)
4. Hulpvraag (klachten en wensen)
1 pijnklachten
2 functionele klachten
3 esthetische klachten
We moeten vragen naar wens van PT. Wat is er belangrijk voor PT? Wat is zijn of haar
verwachtingspatroon? Wat is zijn of haar prioriteit?
5. Onderzoek (klinisch en radiologisch)
Klinisch onderzoek 1 visuele inspectie
A: caries diagnose
B: PARO diagnose
C: occlusie controle
Kan PT goed dichtbijten?
Welke klasse is er?
Welke soort beet is er?
2 aanvullende klinische onderzoeken
A: vitaliteitstesten
B: palpatie
C: nemen van gipsmodellen