Chronisch inflammatoire
aandoeningen
Inhoud
,HC Intro.............................................................................................................................. 3
Werkcollege 1..................................................................................................................... 6
Werkcollege 2 T/B-Cellen (H12)........................................................................................21
Werkcollege 3 Tolerantie (H15)........................................................................................37
Werkcollege 4 (H15, H19 & H20)......................................................................................46
CBL – RA1......................................................................................................................... 55
CBL – RA2......................................................................................................................... 67
MTE - RA........................................................................................................................... 81
WC5 Biofarmacie.............................................................................................................. 84
CBL IBD 1.......................................................................................................................... 95
CBL IBD 2........................................................................................................................ 103
MTE - IBD........................................................................................................................ 114
Cheat Sheet.................................................................................................................... 118
,HC Intro
MO = Micro-Organisme
Commensale MO = niet-schadelijk
Weerstandsvormen
Anatomische barrière
Huid, slijmcellen in mond/long, darmepitheel
Werkzaamheid = aaneengesloten cellen --> preventie penetratie MO.
Microbioom = niet-lichaamseigen samenstelling van commensale MO dat concurreert met
schadelijke externe MO.
Personificatie van medicatie = afhankelijk van microbioom.
Complementsysteem (intern milieu) antimicrobiële eiwitten (extern en intern milieu)
C3, defensinen en ReglllY = geproduceerd door cellen uit de anatomische barrière
Aangeboren immuun cellen
Macrofagen, granulocyten en NK-cellen etc.
Inflammatoire inducers
Sensor cellen
Bevat veel receptoren op oppervlak --> herkennen slechts MO's = PRR (Pattern Recognition
Receptors)
Macrofagen
Fagocytose en productie cyto/chemokinen
Bevatten veel PRR's
Vasodilatatie + verhoogde permeatie --> migratie inflammatiemediatoren --> pijn (zie slide)
Verhoogde concentratie cytokinen --> registratie hypothalamus --> verhoogde T.
Zie samenvattingsslide (pathogens adgere to epithelium)
, Neutrofielen
Fagocytose --> fusering van granules met een fagosoom (zie slide)
Meest voorkomend in het bloed --> 1e stap bij ontsteking.
NAPDH/H2O2 verhaal slide = niet kennen, slechts concept
Dendritische cellen
Met takken = gematureerde vorm
Verbindstuk tussen aangeboren/adaptieve systeem
Bevinden in weefsel --> eten (deel van) MO --> migreren via lymfevaten naar naïeve T-cel -->
d.m.v. MHC antigeenpresentatie--> T-cel activatie (adaptief systeem)
Functie = antigenpresentatie
B7-1/2 = CD80/CD86
MHC = MLA fz
Plasmacytoïde dendritische cellen --> betrokken bij virale infecties in vroege fase van
adaptieve systeem
Alle cellen met een kern bevat MHC-1
De APC (antigeenpresenterende cellen) bevatten MHC-2 --> deze ondergaan interactie met
T-cellen.
APC enige cellen die adaptieve systeem kunnen activeren.
Epitoop = specifiek segment van antigen dat herkend wordt door T-cellen.
CD4-MHC-2
CD8-MHC1
(beide x8 = ezelsbrug)
B7-1/2 - CD28 (=80/86) = co-stimulator
Cytokines --> oorzaak voor differentiatie van T-cellen --> welk subtype er ontstaat.
Slide TCR complex and conreceptors = niet te kennen --> beeld voor complexiteit.
Adaptieve immuniteit
B-cellen/antilichamen en T-cellen --> werken specifiek voor 1 ding, maar wel effectief
B-cellen
Productie antilichamen
Productie cytokines
Neutralisatie - opsonisatie - complement activatie (via classic pathway)
Slide voorafgaand de tabel met alle types is handig om over te nemen !