Volledige tentamensamenvatting
Inleiding belastingrecht, week 1 tot en met 6
Onderwerpen
Grondslagen en functies | Boxenstelsel en bronnen van inkomen
Eigen woning en box 3 | Aanmerkelijk belang en vennootschapsbelasting
Omzetbelasting | Formeel belastingrecht
Belastingrecht, tentamensamenvatting | pagina 1
,Inhoudsopgave
Week 1: Grondslagen, functies en beginselen van belastingheffing.........................................3
Week 2: Boxenstelsel, bronnen van inkomen en belastbaarheid in box 1................................8
Week 3: Eigen woning (box 1) en sparen en beleggen (box 3).................................................13
Week 4: Aanmerkelijk belang (box 2) en vennootschapsbelasting..........................................18
Week 5: Omzetbelasting (btw), tarieven en samengestelde prestaties....................................22
Week 6: Formeel belastingrecht...................................................................................................26
Vaste indeling per week
Kernbegrippen | Theorie en leerstof | Wetsartikelen | Uitleg en uitwerkingen | Voorbeelden uit colleges |
Uitzonderingen en bijzonderheden | Belangrijk voor het tentamen
Belastingrecht, tentamensamenvatting | pagina 2
,Week 1: Grondslagen, functies en beginselen van belastingheffing
Kernbegrippen
• Belasting: een gedwongen betaling aan de overheid, op grond van een algemene wet, zonder
directe tegenprestatie.
• Retributie: verplichte betaling waar wél een individuele tegenprestatie tegenover staat, waarbij
de prijs niet hoger mag zijn dan de gemaakte kosten.
• Bestemmingsheffing: tussencategorie waarbij de opbrengst is geoormerkt voor een specifieke
overheidstaak en er een (minder directe) link is met het profijt van de betalende groep.
• Legaliteitsbeginsel: belastingen worden geheven uit kracht van een wet in formele zin (Tweede
én Eerste Kamer).
• Essentialia van een belastingwet: subject, object, tarief en heffingswijze.
• Draagkrachtbeginsel (ability to pay), profijtbeginsel en buitenkansbeginsel (luck
egalitarianism): de drie verdelingsbeginselen.
• Afnemend grensnut: hoe meer je van iets hebt, hoe minder nut elke extra eenheid oplevert.
• Budgettaire, herverdelings- en instrumentele functie: de drie functies van belastingheffing.
Theorie en leerstof
Wat is een belasting?
De wetgever heeft bewust geen wettelijke definitie van het begrip belasting opgenomen. Als een wet
zegt dat iets een belasting is, is het dat juridisch nog niet per definitie. Er bestaat geen hogere
juridische norm die bepaalt wat een belasting is. Het vakgebied hanteert wel een wetenschappelijke
definitie met vier kenmerken: het is een gedwongen betaling, aan de overheid, op grond van een
algemene wet, zonder directe tegenprestatie. Bij niet-betaling riskeer je een boete of zelfs
gevangenisstraf.
Onderscheid tussen heffingen
De fiscale theorie onderscheidt drie typen heffingen, oplopend in de mate waarin een tegenprestatie
ontbreekt:
• Belastingen: verplichte betaling zonder directe tegenprestatie; de opbrengst vloeit in de
algemene middelen.
• Retributies: er staat wél een individuele tegenprestatie tegenover (bijvoorbeeld een tolheffing of
het aanvragen van een vergunning). De overheid mag niet meer dan de kostprijs doorberekenen;
winst maken is niet toegestaan.
• Bestemmingsheffingen: de opbrengst is geoormerkt en er is een link met het profijt van de
groep, maar minder direct dan bij een retributie.
Constitutionele grondslag: het legaliteitsbeginsel
In de Grondwet is vastgelegd dat belastingen worden geheven uit kracht van de wet. Daarvoor is een
wet in formele zin vereist, dus betrokkenheid van zowel de Tweede als de Eerste Kamer. De
achterliggende waarden zijn democratische legitimatie (volksvertegenwoordigers stellen de belasting
vast), rechtszekerheid (burgers moeten weten waar zij aan toe zijn) en grondrechtsbescherming
(belasting raakt het eigendomsrecht en de persoonlijke levenssfeer). De Belastingdienst mag niet zelf
een belasting instellen.
De essentialia van een belasting moeten in een formele wet worden vastgelegd: het subject (wie is
belastingplichtig), het object (waarover wordt geheven), het tarief (hoeveel) en de heffingswijze (hoe
Belastingrecht, tentamensamenvatting | pagina 3
, wordt geheven en geïnd). Delegatie naar een lagere regelgever (bijvoorbeeld bij Algemene Maatregel
van Bestuur) mag, maar alleen als de wet zelf daarin voorziet.
De Nederlandse Grondwet bevat slechts een formele bepaling (heffing uit kracht van de wet). Anders
dan Duitsland, België en Frankrijk kent Nederland geen grondwettelijk verankerd
draagkrachtbeginsel.
De essentialia uitgewerkt
Subject: degene van wie de belasting wordt geheven. Bij de inkomstenbelasting zijn dat natuurlijke
personen (artikel 1 Wet IB). Of het subject de belasting ook feitelijk betaalt, is een andere vraag: bij de
loonbelasting is de werknemer het subject, maar de werkgever houdt de belasting in en draagt deze
af. Dit heet het beginsel van de minste pijn: belasting doet minder pijn als je die niet zelf hoeft over te
maken. Werkgevers fungeren als hulpinners voor de Belastingdienst.
Economische afwenteling: of een belasting uiteindelijk bij de belastingplichtige blijft of wordt
doorberekend, is een economische en geen juridische vraag. Een hogere belastingdruk op
bedrijven kan worden afgewenteld op consumenten (hogere prijzen) of werknemers (lagere lonen); een
hogere loonbelasting kan via cao-onderhandelingen deels bij de werkgever terechtkomen.
Object: datgene waarover wordt geheven (inkomen bij de inkomstenbelasting; het houden van honden
bij de hondenbelasting). Er zijn uiteindelijk drie grondslagen waarop belasting kan worden geheven:
arbeid, kapitaal en consumptie. In Nederland wordt verreweg het meest op arbeid geheven.
Spreiding over de grondslagen vermindert economische verstoring, en kapitaal is veel mobieler dan
arbeid (kapitaal wijkt uit naar het buitenland, terwijl mensen gebonden zijn aan hun persoonlijke leven).
Tarief: bepaalt hoeveel betaald moet worden. Het formele tarief (het wettelijke percentage) verschilt
van de economische belastingdruk (wat iemand feitelijk draagt). Bij de inkomstenbelasting komen na
toepassing van het tarief nog de heffingskortingen in mindering.
Materieel en formeel belastingrecht
Materieel belastingrecht gaat over de inhoudelijke vragen: wie is belastingplichtig, waarover wordt
geheven, hoeveel moet worden betaald. Formeel belastingrecht gaat over de procedurele regels: de
rechten en verplichtingen van de belastingplichtige, de bevoegdheden van de Belastingdienst,
bezwaartermijnen en de vraag of een ten onrechte ontvangen teruggave mag worden gehouden.
Belastingrecht is onderdeel van het publiekrecht (verhouding overheid-burger), maar heeft ook een
sterk economisch karakter.
Directe en indirecte belastingen
Dit historisch gegroeide onderscheid is niet scherp. Directe belastingen worden rechtstreeks geheven
op grondslagen die de draagkracht raken (inkomen, vermogen, erfenissen, schenkingen): loon- en
inkomstenbelasting, dividendbelasting, kansspelbelasting, vennootschapsbelasting, schenk- en
erfbelasting. Indirecte belastingen zijn ook op draagkracht gebaseerd, maar indirect, via de gedachte
dat meer consumptie wijst op meer draagkracht: omzetbelasting (btw), motorrijtuigenbelasting, accijns
en overdrachtsbelasting.
De drie functies van belastingen
Dit is een terugkerend tentamenonderwerp. De drie functies zijn:
• Budgettaire functie: het financieren van overheidsuitgaven. Dit is de meest fundamentele
functie. Het belastingrecht houdt zich niet bezig met de uitgavenkant (hoeveel naar zorg,
defensie of onderwijs gaat is een politieke vraag), maar uitsluitend met de vraag hoe het
benodigde geld wordt opgehaald. Collectieve goederen vormen een aparte categorie: niemand
kan van het genot worden uitgesloten en het gebruik door de één gaat niet ten koste van de
ander (klassiek voorbeeld: defensie).
• Herverdelingsfunctie: het nivelleren van inkomensverschillen, aansluitend bij het
draagkrachtbeginsel en progressieve tarieven. In Nederland gebeurt herverdeling via het
Belastingrecht, tentamensamenvatting | pagina 4