,Schets van het Nederlandse arbeidsrecht
Hoofdstuk 1 – Inleiding
1.1 Definities van het arbeidsrecht
Het arbeidsrecht omvat alle regels rondom de arbeidsverhouding, sociaal recht is een
synoniem. Hierbij is sociaal recht iets ruimer, dit omvat ook het pensioenrecht en
socialezekerheidsrecht.
Waarbij alle ingezetenen van Nederland onder het socialezekerheidsrecht vallen.
1.2 Arbeidsrecht en economische orde. Historisch perspectief
Arbeid is in elke maatschappelijke orde nodig, daarom is arbeidsrecht altijd noodzakelijk. De
economische orde bepaalt hoe het arbeidsrecht wordt ingericht, dat blijkt uit de
geschiedenis.
In de Romeinse tijd werkten de slaven onder de overeenkomst van verhuur, in het feodale
stelsel werkten de horigen voor hun veiligheid voor feodaal en in het gildentijdperk werkte
de knaap voor de meester. Uiteindelijk waren er tijdens de industriële revolutie dusdanig
veel arbeiders dat de vraag voor specifieke rechtsregels groter werd.
Dit heeft geleid tot de huidige arbeidsverhouding, waarbij men werkt volgens een
arbeidscontract. Sindsdien is de economische orde veelal hetzelfde gebleven, het merendeel
van de mensen werkt voor een werkgever in de dienstensector.
De laatste jaren is een ontwikkeling met een toename van flexibele arbeid, dit kan door de
technologische vooruitgang en globalisering. Dit heeft het aantal zzp’ers doen groeien.
1.3 Arbeidsrecht en beroepsbevolking
1.3.1 Beroepsbevolking
Onder beroepsbevolking vallen alle personen die werkzaam zijn (ook zelfstandigen), alsmede
de werklozen (mensen die werk zoeken en beschikbaar zijn).
1.3.2 Zelfstandige beroepsbevolking
Mensen die onder de zelfstandige beroepsbevolking vallen, vallen meestal niet onder het
arbeidsrecht. De reden hiervoor is dat zij niet van één opdrachtgever afhankelijk zijn, maar
op meerdere overeenkomsten kunnen terugvallen.
Voorbeelden van deze overeenkomsten zijn:
- Aanneming van werk
- Overeenkomst van opdracht
- Overeenkomst van koop en verkoop
Daarnaast moeten zij zich aan publiekrechtelijke regels houden (zoals
winkeltijdenwetgeving).
Voor zelfstandigen hangt de regelgeving minder samen dan voor onzelfstandige werknemers.
Veel zzp’ers deden in feite hetzelfde werk als onzelfstandige werknemers, maar dan
goedkoper voor de opdrachtgever. Omdat de opdrachtgever niet aan het arbeidsrecht
hoefde te voldoen, golden regels omtrent ziekte en bescherming van werkgelegenheid.
Zzp’ers genieten hierbij fiscale voordelen, zij krijgen namelijk ondernemersfaciliteiten.
Het nadeel is dat de zzp’ers minder sociale bescherming genieten en dat oneerlijke
concurrentie op arbeidsvoorwaarden ontstaat. Dit nadeel groeit en daarom werkt het
kabinet aan regels hiertegen.
In arbeidsrechtelijke wetgeving worden daarom ook gelijkstellingen gemaakt tussen
bepaalde zelfstandigen en werknemers, bijvoorbeeld art. 5 WW.
,1.3.3 Onzelfstandige beroepsbevolking
De onzelfstandige beroepsbevolking is het grootste aandeel van de beroepsbevolking.
Hiertoe vallen alle werkenden binnen zowel de private- als publieke sector. De meesten
verrichten de werkzaamheden op basis van de arbeidsovereenkomst (art. 7:610 e.v. BW).
Tot 2020 vielen ambtenaren niet onder de arbeidsovereenkomst, maar hadden zij een
publiekrechtelijke aanstelling, dit is opgeheven. Verschillen zaten in het ontslagrecht en in
welke instantie rechtsprak (kantonrechter vs bestuursrechter).
Tegenwoordig zijn de Wet flexibel werken, Arbeidstijdenwet en Arbeidsomstandighedenwet
ook van toepassing op ambtenaren. Dit is het gevolg van de Wet normalisering rechtspositie
ambtenaren, toen zijn alle overeenkomsten van rechtswege omgezet naar een
arbeidsovereenkomst.
1.3.4 Niet-actieve bevolking
Personen die werkloos of arbeidsongeschikt zijn, waardoor zij tijdelijk geen werk kunnen
verrichten vallen ook onder het arbeidsrecht.
1.4 Arbeidsrecht en arbeidsovereenkomst. Juridische aspecten
Werknemers en werkgevers
De arbeidsovereenkomst en haar regels zijn in titel 7.10 BW vastgelegd. Het houdt in dat een
werknemer zich verbindt in dienst van de werkgever tegen loon gedurende een zekere tijd
arbeid te verrichten.
De arbeidsovereenkomst onderscheidt zich van andere overeenkomsten, omdat men in
dienst van een werkgever werkt. Hierdoor is de werknemer dus onzelfstandig.
Het begrip werknemer is buiten het BW om ruimer, in andere arbeidsrechtelijke wetten
omvat het werknemersbegrip meer mensen dan degene die in dienst van een werkgever
werken. Bijvoorbeeld in de Arbeidstijden- en omstandighedenwet. Dit is wenselijk omdat een
grotere groepering zo sociale bescherming geniet.
1.5 Arbeidsrecht en arbeidsovereenkomst. Maatschappelijke aspecten
1.5.1 Algemeen
De arbeidsovereenkomst onderscheidt zich ook op maatschappelijk gebied van andere
overeenkomsten, bijvoorbeeld de bevoegdheid van de werkgever om een werknemer
gedurende een periode in te zetten.
Voor de werknemer is de arbeidsovereenkomst vaak de belangrijkste bron van inkomsten om
in het levensonderhoud te voorzien.
Andere overeenkomsten hebben deze eigenschappen vaak in beperktere mate.
Deze overeenkomst beschermt tegen ongelijkheid van partijen, waar de werkgever vaak
sterker is kan hij dit niet misbruiken als gevolg van de regels van dwingend recht.
, 1.5.2 Arbeidsovereenkomst en onderneming
Een onderneming is een organisatie van productiefactoren, met als doel in de behoeften van
de markt te voorzien. Hier heeft de werkgever de verantwoordelijkheid om het proces in
goede banen te leiden, op zowel economisch- als personeelsbeleid.
Bovenstaande vormen van beleid komen samen, werknemers wensen een redelijk loon dat
stijgt, maar dat kan niet ten koste gaan van de winst. Bij verlies is er namelijk geen werk
meer.
Er is dus een belangentegenstelling op deze gebieden, slechts een gezamenlijk belang bij een
gezonde onderneming.
Het arbeidsrecht probeert deze spanning weg te nemen en op te lossen.
1.5.3 De maatschappelijke functie van het arbeidsrecht
De maatschappelijke functie van het arbeidsrecht is het reguleren van de hiervoor genoemde
spanning. Tegenwoordig krijgt het daarnaast de functie van het beschermen van
werknemers, bijvoorbeeld door regels over ontslagrecht. Dit beïnvloedt rechtstreeks de
ondernemingsbeslissingen.
Deze invloed op de arbeidsverhoudingen worden in Nederland op vier manieren bereikt:
- De wet
- CAO
- Ondernemingsraden
- Internationale invloeden
Deze maatschappelijk functie van het Nederlandse arbeidsrecht is ook in andere
markteconomieën bruikbaar. Veel van deze problemen zijn namelijk universeel, alleen het
aanwenden van de middelen is dit niet. Dit laatste verschilt per staat, in Nederland leidt dit
bijvoorbeeld tot veel overleg (poldermodel).
1.5.4 Werkgevers en werknemers; leidinggevende bevoegdheden
De werkgever staat niet altijd tegenover de werknemer, dit is afhankelijk van het type
werkgever. Tegenwoordig is de werkgever vaak een grote onderneming met meerdere
aandeelhouders.
De onderneming heeft vaak bestuurders, zij worden in de praktijk als werkgevers gezien,
maar in feite is de bv de werkgever. Bestuurders zijn wel degene met leidinggevende
bevoegdheden, deze bevoegdheden kunnen intern worden gedelegeerd.
De leidinggevende bevoegdheden worden beperkt door de wet en de bevoegdheden van de
ondernemingsraad.
De delegatie van bevoegdheden geschiedt ook extern, bijvoorbeeld naar
werkgeversorganisaties. Zij zijn vaak dan verantwoordelijk voor arbeidsvoorwaardenbeleid.
1.6 Onderdelen van het arbeidsrecht
In het arbeidsrecht worden meerdere onderdelen onderscheiden:
- Arbeidsomstandighedenrecht, is zowel privaat- als publiekrechtelijk. Als handhavende
rol is de Nederlandse Arbeidsinspectie hier erg belangrijk, zij heeft bestuursrechtelijke
handhavingsbevoegdheden.
- Arbeidsovereenkomstenrecht, dit is individueel arbeidsrecht. Het regelt de
totstandkoming, beëindiging en onderlinge afspraken van de arbeidsverhouding.
Tegenwoordig worden zij minder individueel als gevolg van de CAO.
- Arbeidsmarktbeleid, dit regelt het beleid t.a.v. het werkgelegenheidsbeleid. Hier
hebben werkgeversorganisaties een belangrijke coördinerende rol.
- Regelingen van de collectieve verhoudingen tussen werkgevers en werknemers