Week 1
Hoofdstuk 3 - Belanghebbende
Belanghebbende
Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken. Als je niet degene bent tot wie de beslissing direct is gericht, maar wel tegen een
bepaald besluit bezwaar wilt maken, moet je belanghebbende zijn. Om belanghebbende te zijn
moet je voldoen aan vijf, door de rechter opgestelde, eisen:
1. Je hebt een objectief bepaalbaar belang → Je belang mag niet te persoonlijk zijn,
emotioneel.
2. Je hebt een persoonlijk belang → Je belang moet zich voldoende onderscheiden van
anderen, je belang is anders dan die van iedere andere willekeurige Nederlander. Als er
voor jou persoonlijk geen gevolgen van enige betekenis zijn na aanleiding van het
genomen besluit, is er geen sprake van persoonlijk belang.
3. Je hebt een eigen belang → Het belang waarvoor je opkomt moet een belang van jezelf
zijn, waar jij door getroffen bent.
4. Je hebt een rechtstreeks betrokken belang → Iemands belang moet voldoende direct
door het besluit zijn geraakt, er moet voldoende causaal verband zijn tussen het besluit
en iemands belang.
5. Je hebt een actueel, voldoende zeker belang → Je belang moet op het moment dat het
besluit is genomen aanwezig zijn en mag niet een in de toekomst gelegen onzeker
belang zijn.
Deze eisen samen noem je de opera criteria.
Belang van rechtspersonen
Rechtspersonen kunnen belanghebbende zijn met betrekking tot hun eigen belangen.
Art. 1:2 lid 3 Awb → Het is mogelijk voor rechtspersonen om ook als belanghebbende te worden
aangemerkt als het gaat om het behartigen van algemene en collectieve belangen.
Algemene belangen → bijv. milieubelang, cultuur- en kunstbelangen en het belang van de
volksgezondheid.
Collectieve belangen → bijv. belangen van vakbonden, ondernemingsorganisaties en
buurtverenigingen.
,Om als rechtspersoon op te mogen komen voor je algemene en collectieve belangen moet je:
1. Rechtspersoon zijn (art. 2:3 BW);
2. het betreffende belang in het bijzonder behartigen, een rechtspersoon moet de
doelstelling in de statuten voldoende specifiek omschrijven;
3. de algemene belangen laten blijken uit de statutaire doelomschrijving en de feitelijke
werkzaamheden;
4. actief zijn.
*Voor verenigingen met beperkte rechtsbevoegdheid gelden nog extra voorwaarden, namelijk:
1. Er moeten contributie betalende leden zijn
2. Er moet met regelmaat een ledenvergadering zijn
3. De organisatie als geheel deelneemt aan het rechtsverkeer
4. Het doel van de vereniging uit de statuten moet blijken.
Belang van bestuursorganen
Een bestuursorgaan kan belanghebbende zijn, bijv. wanneer een bestuursorgaan tegen het
besluit van een ander bestuursorgaan wil ingaan.
Art. 1:2 lid 2 Awb → Dat de aan het bestuursorgaan toevertrouwde belangen als zijn belangen
worden beschouwd.
Naast de toevertrouwde belangen geldt ook dat sprake moet zijn van een actueel belang en dat
het bestuursorgaan door het besluit rechtstreeks moet worden geraakt.
Toetsen toevertrouwde belangen bestuursorgaan
Voor het toetsen welke toevertrouwde belangen het bestuursorgaan heeft, let de
bestuursrechter met name op de specifieke taken en bevoegdheden die ten aanzien van
bijzondere wetten aan het bestuursorgaan zijn toebedeeld.
Hoofdstuk 4 - Het besluit
Besluit
Art. 1:3 lid 1 Awb → Een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan , inhoudende een
publiekrechtelijke rechtshandeling.
- Het is een schriftelijke beslissing (op papier, een e-mailbericht, een elektronisch
document, enz)
- gedaan door een bestuursorgaan
- over een een publiekrechtelijke (het bestuursorgaan heeft exclusieve bevoegdheid om te
beslissen, toegekend door een publiekrechtelijke wettelijke regeling)
- rechtshandeling (een handeling gericht op enig rechtsgevolg, er ontstaat, wijzigt of gaat
een recht en/of plicht teniet)
- van algemeen belang.
Een (Awb)besluit is een wilsverklaring met een definitief karakter.
, Soorten besluiten
Je hebt 2 soorten besluiten:
1. Besluit van algemene strekking
- Algemeen verbindende voorschriften
- Plannen met rechtsgevolg
- Beleidsregels
- Het concretiserend besluit van algemene strekking
2. De beschikking
- Aflopende en duurzame beschikking
- Belastende en begunstigende beschikking
- Vrije en gebonden beschikking
- Persoonsgerichte beschikking of zaaksgerichte beschikking
- Beschikking op aanvraag of ambtshalve beschikking
Hoofdstuk 5 - De beschikking
Beschikking
Art. 1:3 lid 2 Awb → Een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van een
afwijzing van een aanvraag daarvan.
- Het is een besluit
- gericht aan een persoon (kan ook gaan om bijv. een zaak, pand, gebouw, enz)
- gaat over een afwijzing.
Een beschikking is een besluit gericht op een concreet geval, een besluit gericht op een
persoon, groep, personen of een bepaalde zaak.
Soorten beschikkingen
- Aflopende beschikking → Geldt voor een bepaalde tijd.
- Duurzame beschikking → Geldt voor onbepaalde tijd.
- Belastende beschikking → Verplicht de verkrijger (degene tot wie de beslissing is
gericht) tot iets.
- Begunstigende beschikking → Geeft de verkrijger (degene tot wie de beslissing is
gericht) een recht.
- Vrije beschikking → Een bestuursorgaan heeft van de wetgever een bepaalde mate van
vrijheid gekregen om te mogen beslissen (Discretionaire bevoegdheid). Deze
beschikking wordt door de rechter marginaal getoetst, de rechter toetst het besluit van
het bestuursorgaan terughoudend.
- Gebonden beschikking → De wetgever geeft in de wet duidelijk aan, aan welke
voorwaarden de het besluit moet voldoen, om een positieve beslissing te mogen nemen.
Deze beschikking wordt door de rechter vol getoetst, de rechter stelt zijn oordeel in de
plaats van het oordeel van het bestuursorgaan.
- Persoonsgerichte beschikking → De rechtsgevolgen van een besluit zijn alleen gericht
op een bepaald persoon of een bepaalde groep personen. Deze beschikking is in
beginsel niet overdraagbaar.