Voor het tentamen: Leader op Brightspace, wat er in de sheet staat (PowerPoint).
College 1, Waarneming
Alles wat we zien, komt binnen via ons netvlies. Waarneming doe je dan ook met je
hersenen. Je hersenen geven waarden aan wat je ziet. Het zet plaatjes om in een betekenis.
Hoewel 2 mensen die naar hetzelfde kijken en de afbeelding die
binnenkomt identiek is, kunnen zij toch 2 verschillende dingen “zien”.
Dit omdat iedereen zijn hersenen anders verwerken.
- Hoe kan dit? Interferentie van hersenen: hersenen geven
betekenis aan datgene dat wordt waargenomen.
Perceptie (waarneming) is het proces waarbij de waarnemer prikkels
(stimuli) vanuit de omgeving selecteert, organiseert en interpreteert,
zodat er een zinvolen betekenisvol beeld van de werkelijkheid ontstaat.
Filosofische basisprincipes
Aristoteles: “De geest is een ongeschreven blad” = (Tabula rasa) Voorbeeld hoe ieder zijn hersenen
Als we geboren worden, weten we niets. Alles wat we weten is beelden anders verwerken
aangeleerd door onze ervaringen. Ervaringen doe we op via de
zintuigen. Als kind leren we dus niet alleen lopen, zitten, praten, maar
ook waarnemen. Zonder leren zouden we niet in staat zijn om vormen
waar te nemen.
- Een van de eerste dingen die mensen leren herkennen en waar te nemen zijn
gezichten. Pasgeborenen zien geen details en kleuren maar vooral vage contouren.
Een gezicht is voor een baby dus niets meer dan een verzameling.
- Een blindgeboren man heeft op basis van ervaring geleerd hoe een bal en hoe een
kubus aanvoelt. Stel dat deze man plotseling zou kunnen zien. Zou deze man dan op
basis van de waarneming kunnen weten welke de bal en welke de kubus is
Selectie
Als je hersenen dit allemaal zouden verwerken zouden ze overbelast raken. Om deze reden
selecteren onze hersenen prikkels. Het selecteren van welke prikkels wel bewust
waargenomen worden en welke niet hangt af van een aantal factoren:
- Kenmerken van de prikkels, hebben te maken met eigenschappen van hetgeen wat
wij waarnemen. Hoe groot is de prikkel? Hoe intens is de prikkel en hoe groot is het
contrast van de prikkel.
- Kenmerken van de waarnemer
De waarneming van iemand wordt beïnvloed door kenmerken van de waarnemer zelf:
Persoonlijkheid: bepaalt hoe je prikkels ziet en interpreteert (bijv. extravert vs. introvert,
stressgevoelig of niet).
Leerprocessen/ervaring: wat je hebt geleerd en meegemaakt beïnvloedt wat je opmerkt (bv.
een chirurg ziet meer op een röntgenfoto, angst voor honden maakt dat je honden sneller
opmerkt).
, Motivatie: je behoeften sturen je aandacht (honger → eten zien, wc nodig → toilet zoeken).
Reclames spelen hier slim op in.
Kortom: wat we waarnemen wordt bepaald door persoonlijkheid, ervaringen en motivatie.
Nature = Aangeboren, denk aan erfelijke eigenschappen, DNA, je temperament, talen of aanleg voor
ziektes.
Nurture = aangeleerd, denk aan opvoeding, ervaringen, sociale interacties en ontwikkelingen.
Plato en Socrates staan hier echter lijnrecht tegenover. “De zintuigen staan de eigenlijke waarneming
in de weg.’’
Socrates (een Griekse filosoof uit 470-399 v.Chr.) Hij geloofde dat ware kennis in de mens zelf zit, je
moet het er alleen uit halen. Hij geloofde dat mensen kennis in zich hebben, er hoeft niks aangeleerd
te worden, het moet uit hen komen door vragen te stellen.
Plato (Een leerling van Socrates): Hij geloofde dat ware kennis in de mens zelf zit – je moet het er
alleen uithalen.
MCGURK-EFFECT
Het McGurk-effect is een illusie waarbij je ziet dat iemand iets zegt, maar hoort iets anders – en je
brein maakt er dan een derde geluid van. Het laat zien dat wat je ziet invloed heeft op wat je hoort.
Als je een video bekijkt waarbij iemand "ba" zegt, maar je ziet de mond vormen van "ga",
dan hoor je vaak: "da". Als je je ogen sluit en alleen luistert, hoor je wél gewoon "ba".
Denk ook aan: ‘Yanny, Laurel’
IMMANUEL KANT (1724)
“Er zijn twee werelden”:
De noumenale wereld: de wereld zoals deze in werkelijkheid is.
De fenomenale wereld: de wereld zoals deze in ons bewustzijn wordt waargenomen.
DAVID HUME (1711)
Associatiefilosofie: Mensen zijn geneigd om ideeën met elkaar te associëren. Als twee waarnemingen
gelijktijdig optreden, dan wordt de associatie hierbij versterkt. Denk bijvoorbeeld aan donkere wolken
en bliksem. Hierdoor hebben wij een “oorzaak en gevolg besef”. (Bliksem komt altijd voor de donder,
nooit erna).