Week 1...........................................................................................2
Chapter 1 – Introduction............................................................................................. 2
Chapter 2 – General framework of social cognitive processing...................................7
Chapter 3 – Perceiving and encoding........................................................................13
Todorov et al. (2015) – Social attributions from faces...............................................18
Russel (2015) – Moving on from the basic theory of facial expressions....................25
Todorov et al. (2025) – Face evaluation: Findings, methods, and challenges............28
Week 2..........................................................................................31
Chapter 4 – Storing and retrieving information.........................................................31
Chapter 6 – Using information: judgemental shortcuts.............................................40
Schwartz et al. (2007) – When words decide............................................................48
Schwartz et al. (2004) – The tyranny of choice.........................................................53
Week 3..........................................................................................56
Kennisclip – Het gebruik van geactiveerde informatie..............................................56
Kennisclip – selectie en reconstructie van informatie...............................................58
Chapter 5 – using information: controlled and automatic processing of information 61
Chapter 10 – How the environment constrains social cognitive processing..............66
Smith et al. (2014) – Evil Acts and Malicious Gossip.................................................70
Cushman (2024) – Computational Social Psychology................................................75
Olivola & Todorov (2010) - Fooled by first impressions?............................................83
Week 4..........................................................................................88
Chapter 9 – Communicating information..................................................................88
Morewedge (2025) – Decisions with algorithms........................................................96
Week 5........................................................................................106
Chapter 7: The interplay of cognition and feelings: mood states............................106
Bohner (2011) – Attitudes and attitude changes....................................................112
Tormala (2025) – Attitudes: form, funciton, and the factors that shape them.........118
Week 6........................................................................................139
Chapter 8 – The interplay of cognition and feelings................................................139
Hofmann (2012) – Executive Functions and Self-Regulation...................................142
Rand et al. (2013) – Human cooperation................................................................144
Gray – The Psychology of Robots and Artificial Intelligence....................................146
Page 1 of 157
,Week 1
Chapter 1 – Introduction
Sociale cognitie: gericht op de studie van sociale kennis en de
cognitieve processen die betrokken zijn wanneer individuen hun
subjectieve realiteit construeren, onderzoekt
Hoe sociale informatie wordt gecodeerd, opgeslagen en uit het
geheugen wordt opgehaald
Hoe sociale kennis is gestructureerd en
weergegeven
Welke processen betrokken zijn wanneer
individuen oordelen vormen en beslissingen
nemen
Verschil mens en object:
Mensen hebben intenties, beïnvloeden hun
omgeving
Mensen hebben cognities over elkaar
Mensen passen zich aan om jouw cognitie te
beïnvloeden
Mensen zijn over het
algemeen complexer
Mensen veranderen
over tijd en situaties
(ontwikkelen)
Mensen hebben
minder zichtbare
attributen
Basisidee sociale
cognitie:
De objectieve
werkelijkheid wordt
in een subjectieve
werkelijkheid
vertaald
Je bestaande kennis
verrijkt en
beïnvloedt de
constructie van je
Perspectief 1: consistency seekers
Streeft naar consistentie tussen prior beliefs over de wereld en
interpretatie van nieuwe situaties. Overlapt met
dissonantietheorie = inconsistenties in sociaal denken kunnen
een negatief, aversief gevoel creëren
o Bv. als je denkt dat je slim bent maar een laag cijfer haalt
element veranderen om die aversie te verminderen (examen
was niet belangrijk)
Page 2 of 157
, o Sociale omgeving niet altijd consistent met verwachtingen en
wensen: mensen die dissonantie willen aanpassen zijn
geneigd tot onnauwkeurige constructies van de sociale
werkelijkheid
Verklaringen dat informatieverwerking van individuen wordt gestuurd door
hun doel om een bepaald resultaat te bereiken:
Mensen willen positief zelfbeeld: mensen zijn onrealistisch
optimistisch en koesteren positieve illusie over zichzelf en situatie
(jezelf beter inschatten dan de rest)
Perspectief 2: naïeve scientist
Theorie dat mensen alle informatie verzamelen en daarmee op
unbiased manier de sociale realiteit construeren. Conclusies worden
getrokken op een rationele, wetenschappelijke manier.
Attributietheorieën = hoe mensen gedrag en gebeurtenissen
verklaren (slecht resultaat verklaren door te kijken naar andere
resultaten in andere examens of omstandigheden)
Perspectief 3: cognitive misers
In het dagelijks leven zijn mensen vaak niet gemotiveerd, of is het
niet mogelijk om een naive scientist te zijn, vanwege tijdsdruk of
overschot aan informatie.
Dit perspectief stelt dat mensen (vooral bij tijdsdruk of een
complexe situatie) cognitieve processen versimpelen (mental
shortcuts). Doel is nog steeds accuraatheid, met als beperking
strategieën die sneller zijn en minder inspanning vergen
o Reclame op tv: er niet diep over nadenken maar snel bepalen
als het bv. een celebrity het gebruikt het kennelijk goed zal
zijn
Perspectief 4: motivated tactician
Mensen hebben verschillende tactieken (zoals de bovenstaande) en
passen deze toe o.b.v. de soort situatie waar ze in zitten. Individuen
kunnen juist uitgebreid of eenvoudig verwerken.
o Persoonlijk en relevant belang uitgebreide verwerking (niet
cognitive misers)
o Tijdsdruk vertrouwen op snel toepasbare shortcuts (wel
cognitive misers)
Persoonsperceptie = individuen kunnen anderen beoordelen
o.b.v. alle beschikbare informatie (uitgebreid en tijdrovend) of
oordeel baseren op eerdere stereotypen uit het geheugen
Perspectief 5: activated actors
Cues in de omgeving automatisch oproepen relevante kennis over
juiste interpretatie / en gedrag (rood stoplicht = op rem trappen).
Automatische processen kosten weinig moeite en tijd en maken
snelle beoordelingen van een situatie mogelijk
The cognitive component of social cognition
Page 3 of 157
, Interne mentale representaties bepalen sociaal gedrag n.a.v. een
stimulus.
- Bemiddeling is vooral duidelijk als de objectief identieke stimulus
tot verschillende reacties leidt
- De cognitieve component stelt individuen in staat hun gedrag
aan te passen o.b.v. subjectieve interpretatie van de situatie
Context dependency: cognitieve processen zijn sterk afhankelijk
van de context, flexibiliteit van interpretatie
Gestalttheorie: stelt dat de reactie op een stimulus afhangt van 1)
de omgeving waarin deze is ingebed of 2) van de voorkennis van de
waarnemer (THE CAT en oude / jonge vrouw afbeeldingen)
Adaptief voordeel: door contextafhankelijkheid bij constructie van
de sociale werkelijkheid kunnen mensen hun gedrag flexibel
aanpassen hoe zij een specifieke situatie begrijpen en interpreteren.
Zonder die mentale schakel zou menselijk gedrag beperkt blijven tot
automatische routines
o Verklaring: bottom-up informatie wordt geïnterpreteerd m.b.v.
top-down kennis
Bottom up: visuele informatie vasthouden wapen ja of
nee
Top down: geactiveerde associaties die mensen hebben
over zwarte mensen
Mediatie van mentale processen: sociaal gedrag wordt niet
direct bepaald door de situatie, maar door interne mentale
representatie die individuen maken
Verschuiving van behaviorisme naar cognitie: I.t.t. eerdere
behaviorisme, beschouwde mentale processen als "black box" en
verklaarde gedrag via conditionering, onderzoekt sociale cognitie
systematisch hoe de geest werkt
The social component of social cognition
De sociale component van sociale cognitie: benadrukt de specifieke
aspecten van de bemiddelende cognitieve processen bij het denken over
de sociale wereld
- Vloeit voort uit: 1) aard van de stimulus en 2) aard van het
verwerkingsproces
1. Aard van de stimulus: belangrijkste verschil met perceptie van
objecten is dat sociale kenmerken (bv. betrouwbaarheid,
intelligentie of humor) niet direct waarneembaar zijn via de
zintuigen en constructieve processen vereisen
o Constructing social reality = mensen maken een eigen
constructie van hun sociale omgeving, hiervoor gebruiken ze
hun eigen interpretaties van sociale stimuli. Die constructies
gaan verder dan direct waarneembare informatie. Die
constructies bepalen weer het gedrag (er gebeurt veel tussen
waarnemen stimulus en uitvoeren van gedrag).
Page 4 of 157