Studietaak 1.1
Wat is klinische psychologie?
Neuropsychologie bestudeert de samenhang tussen gedrag en de werking van de
hersenen.
Gedrag bestaat uit:
1. Overt gedrag: waarneembare acties en reacties.
2. Innerlijke processen: zoals denken, cognitie en emotie.
Neuropsychologie is onderdeel van de neurowetenschappen, samen met onder andere:
● Neurologie
● Neuropathologie
● neurofysiologie
Klinische neuropsychologie is vooral toegepast en klinisch gericht:
● Vaak bij mensen met hersenschade of hersenstoornissen
● Onderzoekt hoe hersenbeschadiging of hersendisfunctie invloed heeft op:
1. Gedrag
2. Emoties
3. Cognitieve functies
Cognitieve neurowetenschappen zijn meer fundamenteel en experimenteel:
● Vaak onderzoek bij gezonde mensen
● Gericht op het begrijpen van cognitieve processen zoals:
1. Geheugen
2. Waarneming
3. Aandacht
Niet alle aandoeningen zijn zichtbaar op hersenscans.
→ Bijvoorbeeld bij autisme is er vaak geen duidelijke hersenschade zichtbaar.
→ Daarom wordt er vaak gesproken van hersendisfuncties in plaats van hersenschade.
De klinisch neuropsycholoog onderzoekt cognitieve stoornissen met verschillende
methoden, zoals:
● Gestandaardiseerde cognitieve tests
● Vragenlijsten
● Observaties
,Klinische neuropsychologie in historisch perspectief
De ideeën over de relatie tussen hersenen, gedrag en mentale functies zijn door de
geschiedenis heen sterk veranderd. In de oudheid dacht men vaak dat afwijkend gedrag
of epileptische aanvallen veroorzaakt werden door bovennatuurlijke krachten.
Hippocrates was een van de eersten die stelde dat de hersenen verantwoordelijk zijn
voor intellect, zintuigen, kennis en emoties. Dit was een revolutionair idee voor zijn tijd.
Aristoteles dacht juist dat het hart de centrale plaats was van de ziel en mentale functies.
De hersenen vond hij minder belangrijk.
Herophilus ontwikkelde de ventrikelleer. Hij dacht dat functies zoals waarneming, begrip
en geheugen zich bevonden in de met vocht gevulde holtes van de hersenen, de
ventrikels. Deze theorie bleef tot in de 18e eeuw invloedrijk.
Later maakte René Descartes onderscheid tussen lichaam en geest. Volgens hem stond
de geest los van het lichaam, maar was deze wel verbonden met de hersenen via de
pijnappelklier.
De visie verschoof van bovennatuurlijke verklaringen en het hart als centrum van mentale
functies naar het idee dat de hersenen een belangrijke rol spelen bij gedrag, cognitie en
emoties.
Persoon Periode Belangrijk idee Betekenis voor
neuropsychologie
4e eeuw v.Chr. De hersenen zijn Revolutionair idee,
Hippocrates verantwoordelijk omdat afwijkend
voor intellect, gedrag en epilepsie
zintuigen, kennis en toen vaak werden
emoties verklaard door
bovennatuurlijke
krachten.
3e eeuw v.Chr. De ziel en mentale Laat zien dat er
Aristoteles functies bevinden lange tijd conclusie
zich in het hart. De was over welk
hersenen waren orgaan centraal
volgens hem minder stond bij mentale
belangrijk. functies.
4e eeuw v.Chr. Ontwikkelde de De ventrikelleer
Herophilus celtheorie/ventrikel bleef lange tijd de
leer: waarneming, gangbare theorie,
begrip en geheugen tot in de 18e eeuw.
, zouden zich in de
ventrikels bevinden.
1596-1650 Maakte onderscheid Introduceerde een
Rene Descartes tussen lichaam en dualistische visie
geest. De geest zou waarin lichaam en
verbonden zijn met geest gescheiden
de hersenen via de zijn, maar wel met
pijnappelklier. elkaar verbonden
worden.
Lokalisatie en functiedifferentiatie
Bij lokalisatie gaat het om het idee dat bepaalde mentale functies gekoppeld zijn aan
specifieke gebieden in de hersenen. Bij functiedifferentiatie gaat het om het idee dat
verschillende functies, zoals taal, waarneming of sociaal gedrag, van elkaar te
onderscheiden zijn.
Persoon Belangrijk idee Voorbeeld/betekenis
Ontwikkelde de lokalisatie Hij dacht dat je aan
Franz Joseph Gall theorie: mentale functies knobbels op de schedel
zijn gelokaliseerd in kon zien hoe goed functies
specifieke delen van de ontwikkeld waren. Dit heet
hersenschors frenologie.
Bekend geval van schade Zijn cognitie bleef
Phineas Gage aan de frontaalkwab grotendeels intact, maar
zijn sociaal gedrag en
persoonlijkheid
veranderden sterk.
Ontdekte dat schade aan Bij schade aan het gebied
Paul Broca de linker frontaal kwab van Broca kan iemand taal
problemen heeft met begrijpen, maar moeilijk
spreken. spreken. Dit heet afasie
van Broca.
Ontdekte dat schade in de Bij schade aan het gebied
Carl Wernicke linker temporaal kwab van Wernicke kan iemand
problemen geeft met vloeiend spreken, maar taal
taalbegrip. niet goed begrijpen
, Taalgebieden zijn Schade tussen Broca en
Wernicke’s verbindingsidee verbonden via Wernicke kan zorgen voor
verbindingsbanen. problemen met nazeggen,
terwijl spreken en begrijpen
relatief intact blijven.
Ontwikkelde een model Dit model verklaart
Heinrich Lissauer voor object waarneming in verschillende vormen van
twee fasen: apperceptie en agnosie.
associatie.
Pleitte voor een holistische Gedrag wordt niet alleen
Kurt Goldstein kijk op hersenfunctioneren bepaald door
hersenschade, maar ook
door omgeving,
herinneringen, gevoelens
en motivatie.
Object Waarneming volgens Lissauer
Apperceptie Associatie
Losse visuele elementen worden Het waargenomen geheel wordt
samengevoegd tot een geheel. gekoppeld aan betekenis en kennis uit het
geheugen.
Apperceptieve agnosie =
Iemand kan de losse onderdelen van een Associatieve agnosie =
object niet goed tot een geheel vormen. Iemand kan een object wel natekenen,
→ Daardoor kan diegene het object niet maar niet herkennen of benoemen wat het
herkennen of natekenen. is.
Ontwikkeling van de experimentele psychologie
De experimentele psychologie richtte zich op het objectief onderzoeken van mentale
processen, zoals waarneming, aandacht en cognitieve controle. Hierbij werden
gecontroleerde experimenten gebruikt om menselijk gedrag en cognitie beter te begrijpen.
Wilhelm Wundt Franciscus Donders
Wordt gezien als de grondlegger van de Ontwikkelde de chronometrische
experimentele psychologie. analyse van mentale processen.
● Hij ontwikkelde experimentele ● Hij gebruikte reactietijdtaken om te
methoden om cognitieve functies te onderzoeken hoeveel tijd
onderzoeken, zoals waarneming, verschillende mentale processen