Week 1
Hoofdstuk 1:
Het sanctiestelsel van het Wetboek van Strafrecht van 1881
Aan de totstandkoming van het Wetboek van Strafrecht in 1881 dat wij nu kennen kent de volgende
karakteristieken:
1. Relatief mild
Lijfstraffen, onterende straffen en deportatie werden afgeschaft. Keuze voor beperkt aantal straffen
kwam in eerste plaats voort uit de overtuiging dat bepaalde straffen niet in een beschaafd
strafstelsel thuishoren.
Anno 2025: Mild is een relatief begrip, maar ook door de werkstraffen en voorwaardelijke
veroordeling dragen bij aan milder begrip. Sanctiestelsel van 2021 is dus milder, maar nog steeds
ingrijpende sancties door levenslange gevangenisstraf.
2. Overzichtelijk
Beperken van straffen berustte in tweede plaats op de onderlinge vergelijkbaarheid van straffen te
bevorderen. Zodoende ontstaat er een goede verhouding tussen opgelegde straf en de ernst van het
feit. Gevangenisstraf voor opzettelijke misdrijven en hechtenis/geldboete voor overtredingen en
culpoze misdrijven. Echter werd het uitgangspunt van eenvoud en overzichtelijkheid niet
consequent doorgevoerd door de mogelijkheid van bijkomende straffen (omzetting van rechten,
verbeurdverklaring, plaatsing in een rijkswerkinrichting en openbaarmaking van de rechterlijke
uitspraak).
Anno 2025: Afgenomen overzichtelijkheid door meer sanctiemogelijkheden en werkstraf als
hoofdstraffen toegevoegd en bijkomende straffen uitgebreid. Ook toegenomen
cumulatiemogelijkheden. Daarnaast WvW, WED, bijzonder strafrecht
3. Met een centrale rol voor de vrijheidsstraf
Dit ging gepaard met het geloof in een cellulaire tenuitvoerlegging. Als zwaarste straf was er de
levenslange gevangenisstraf. Ook werd hiermee de voorwaardelijke invrijheidstelling toegevoegd om
zo de moeilijke overgang van de detentie naar de vrijheid voor veroordeelden tot een langdurige
gevangenisstraf te verlichten.
Anno 2025: Vrijheidsstraf centrale positie verloren. Toenemende mogelijkheid geldboetes op te
leggen en de introductie van de voorwaardelijke veroordeling hebben hiervoor gezorgd.
4. Een nadruk op straffen en niet op maatregelen
Als enige maatregel was de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (art. 37 Sr) opgenomen, voor de
rest alleen straffen.
Anno 2025: Maatregelen werden mogelijk (plaatsing psychische inrichting, strekkende tot
gedragsbeïnvloeding, onttrekking van het verkeer, etc).
5. Een belangrijke rol voor de strafrechter, onder meer tot uitdrukking komend in
straftoemetingsvrijheid
,Grote mate van vrijheid, alhoewel de rechter wel vaak tot de oplegging van een vrijheidsstraf
gedrongen werd. Ruimte bandbreedte door het stelsel van bijzondere stafmaxima en een algemeen,
zeer laag strafminimum. Het vertrouwen in het rechterlijk oordeel vormt daarmee de pijlers van het
sanctiestelsel van 1881.
Anno 2025: Dit is alleen maar meer toegenomen, onder meer door de uitbreiding van het aantal
sancties, de mogelijkheden van de voorwaardelijke veroordeling, de toegenomen mogelijkheden
sancties te combineren en de verhoging van strafmaxima. Aan de andere kant beperken vrijheid
rechter door: OM-afdoening in vorm van sepot en transactie en daarnaast strafbeschikking
Theoretische achtergronden
De ontwikkeling is te herkennen waarin het accent van de bestraffing verandert van de
strafvoltrekking (doodstraf) naar vrijheidsbeneming.
(Neo)klassieke strafrechtvaardigingstheorieën + doeleneinden van straffen
Vrijheid van de individuele burger is het uitgangspunt. Deel van hun persoonlijke vrijheid wordt aan
de gemeenschap gegeven in ruil voor bescherming door de gemeenschap tegen inbreuken op hun
rechten en vrijheden door anderen, waarbij een middel de straf is.
In de eerste plaats is preventie het doel (relatieve strafrechtstheorie: grondslag en rechtvaardiging
wordt gezocht in het te verwachten toekomstig effect). Het nadeel van de straf dient groter te zijn
dan het voordeel dat het delict teweegbrengt.
Ander doel is waarbij grondslag en rechtvaardiging voor het straffen wordt gezocht in het vergelden
van de schuld (absolute stafrechtstheorie). De straf is de uitdrukking van de rechtvaardigheid op de
misdaad, waarbij de strafmaat dient te worden afgestemd op de ernst van de misdaad en niet op de
eventuele gevolgen van de straf.
Moderne richting
Deze verschilde van de (neo)klassieke theorie in eerste plaats omdat het niet uitging van een sociaal
contract, maar op de gedachte dat het noodzakelijk is de samenleving te beveiligen. In de tweede
plaats verwierp het de veronderstelling dat de mens op basis van zijn vrije wil een rationele afweging
maakt om een strafbaar feit te begaan, maar waarbij andere wetenschappen een antwoord bieden
op de vraag waarom een persoon een delict begaat. Sancties zouden een zo doelmatig mogelijke
straf moeten opleggen, waarbij de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de dader
leidend zouden moeten zijn.
Door deze persoonlijke aandacht werden verschillende categorieën dader onderscheidden:
- Gelegenheidsdaders: Door externe omstandigheden worden zij tot misdaden gedreven.
Korte vrijheidsbenemende straffen zijn voldoende.
- Beroeps- en gewoontemisdadigers: Door innerlijke omstandigheden gedreven tot misdaden.
Deze moeten door langdurige vrijheidsbenemende straffen onschadelijk worden gemaakt.
Ontwikkeling van het sanctiestelsel vanaf 1990
De Moderne Richting heeft invloed gehad op de herziening van ons sanctiestelsel. Dit heeft
verschillende uitingsvormen aangenomen:
, 1. Introductie van een bijzonder sanctiestelsel voor jeugdigen
2. Ontwikkeling van de maatregel als een tweede spoor in ons sanctiestelsel, naast de staf
(plaatsing psychische inrichting)
Hoofdstuk 2:
Begripsafbakening en verhouding tot andere rechtsgebieden
Sancties: Te beschouwen als reacties op normschendingen. Oftewel een machtsmiddel tot
bekrachtiging van een norm en tot afweer en tenietdoening van gedragingen die de gelding van de
norm aantasten.
Straffen: Is een soort sanctie, maar niet alle sancties zijn straffen. Deze zijn niet alleen in het
strafrecht, maar ook in het bestuursrecht, opvoedsancties of royeren van leden.
Strafrechtelijke sancties: de door de wetgever als straffen, maatregelen en gedragsvoorwaarden en
–aanwijzingen gerubriceerde directe reacties op een strafbaar feit die in het kader van een
strafrechtelijke procedure kunnen worden toegepast.
Het strafrechtelijk sanctiestelsel is negatief van aard: het voorziet niet in beloningen voor
normconform gedrag, maar bevat een regeling van reacties op normschendingen.
Twee termen die worden gebruikt in verband met rechtsregels op het gebied van strafrechtelijke
sancties:
- Penitentiair recht: Het recht dat de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties regelt.
Vrijheidsbenemende straffen en maatregelen. Ziet echter niet op de oplegging van straffen.
Penitentiair Beginselenwet (Pbw) ziet naast de sancties ook op sancties met een andere dan
strafrechtelijke titel bijvoorbeeld vreemdelingenbewaringen.
- Detentierecht: Het recht betreffende de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende sancties.
Ziet ook op sancties met een andere dan strafrechtelijke titel. Ziet niet op de oplegging van
straffen
Verschil met strafrechtelijk sanctierecht straf. Sanctierecht:
- Ziet OOK op de dreiging met en de oplegging van strafrechtelijke sancties
- Ziet OOK op andere dan vrijheidsbenemende sancties (vrijheidsbeperkend)
- Ziet SLECHTS op sancties met strafrechtelijke titel
Legaliteit en bronnen van het sanctierecht
Het nulla poena sine lege-beginsel houdt in dat het opleggen van een straf uitsluitend mag
plaatsvinden op grond van een wettelijke bepaling die reeds gold vóór het begaan van het
strafbare feit. Dit beginsel is een essentieel onderdeel van het legaliteitsbeginsel, dat tot
uitdrukking komt in artikel 1 lid 1 Sr, artikel 16 Gw en artikel 7 EVRM. Deze bepalingen brengen tot
uitdrukking dat geen feit strafbaar is dan uit kracht van een voorafgaande wettelijke strafbepaling,
en algemeen wordt aangenomen dat hieruit tevens voortvloeit dat de op te leggen straffen op het
moment van het delict in de wet moeten zijn vastgelegd. Het legaliteitsbeginsel ziet uitsluitend op
, het sanctierecht in de zin van de sanctieoplegging, niet op de tenuitvoerlegging van de straf. Zo
oordeelde de Hoge Raad dat de verlenging van de maximumduur van voorwaarden bij tbs met
voorwaarden een executiekwestie betreft en daarmee niet onder de bescherming van artikel 7
EVRM valt.
Het begrip ‘penalty’ in artikel 7 EVRM heeft bovendien een autonome betekenis: het feit dat een
maatregel naar nationaal recht niet als straf wordt aangemerkt, sluit niet uit dat deze toch als straf
in de zin van artikel 7 EVRM kan worden beschouwd. Hierdoor kunnen ook bepaalde maatregelen
onder de bescherming van artikel 7 EVRM vallen. Een belangrijk verschil tussen artikel 1 Sr en
artikel 16 Gw enerzijds en artikel 7 EVRM anderzijds is dat eerstgenoemden een wet in materiële
zin vereisen. Dit betekent dat lagere wetgevers gebonden zijn aan het Wetboek van Strafrecht, en
dat uitzonderingen op strafbepalingen altijd in een formele wet moeten worden opgenomen.
Bijzondere wetgeving moet dus een expliciete wettelijke grondslag hebben voor het opleggen van
een bijkomende straf, zoals de rijontzegging in de Wegenverkeerswet.
Ten slotte kunnen gemeentelijke verordeningen (APV’s) wel overtredingen definiëren, maar geen
eigen straffen vaststellen (artikel 89 lid 2 Gw). Het te handhaven gedrag wordt dus krachtens de
wet bepaald (de overtreding), terwijl de op te leggen sanctie uitsluitend door de wetgever wordt
vastgesteld.
Bronnen
1. Nationaalrechtelijke bronnen
1. Wetboek van strafrecht/strafvordering. De hoofdlijnen van ons sanctierecht zijn
neergelegd in:
- Boek I en het Wetboek van Strafrecht.
- In titel II van boek I --> Hoofdstraffen en bijkomende opgesomd en in hoofdlijnen geregeld +
voorwaardelijke veroordeling en voorwaardelijke invrijheidstelling.
- Titel IIa --> maatregelen
- Boek 6 Wetboek van Strafvordering --> tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties.
2. De Penitentiaire beginselenwet --> Vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende
maatregelen
3. Ministeriële regelingen --> Regelingselectie, plaatsing en overplaatsing gedetineerden en
de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting
4. Ongeschreven recht --> Toezeggingen van een opgelegde straf op een bepaalde wijze zal
worden ten uitvoer gelegd, of algemene instructies van hoofd van de DJI. Rol voor
vertrouwensbeginsel.
2. Internationaalrechtelijke bronnen
1. Mensenrechtenverdragen --> Bijvoorbeeld het EVRM en het IVBPR. Ook hebben
bepaalde verdragen betekenis voor bepaalde categorieën veroordelen zoals het IVRK.
Het EVRM heeft meeste te doen met sanctierecht, zoals nulla poena-beginsel (art. 7
EVRM), de uitsluiting van de doodstraf (art. 1 dertiende protocol), recht op vrijwaring
Hoofdstuk 1:
Het sanctiestelsel van het Wetboek van Strafrecht van 1881
Aan de totstandkoming van het Wetboek van Strafrecht in 1881 dat wij nu kennen kent de volgende
karakteristieken:
1. Relatief mild
Lijfstraffen, onterende straffen en deportatie werden afgeschaft. Keuze voor beperkt aantal straffen
kwam in eerste plaats voort uit de overtuiging dat bepaalde straffen niet in een beschaafd
strafstelsel thuishoren.
Anno 2025: Mild is een relatief begrip, maar ook door de werkstraffen en voorwaardelijke
veroordeling dragen bij aan milder begrip. Sanctiestelsel van 2021 is dus milder, maar nog steeds
ingrijpende sancties door levenslange gevangenisstraf.
2. Overzichtelijk
Beperken van straffen berustte in tweede plaats op de onderlinge vergelijkbaarheid van straffen te
bevorderen. Zodoende ontstaat er een goede verhouding tussen opgelegde straf en de ernst van het
feit. Gevangenisstraf voor opzettelijke misdrijven en hechtenis/geldboete voor overtredingen en
culpoze misdrijven. Echter werd het uitgangspunt van eenvoud en overzichtelijkheid niet
consequent doorgevoerd door de mogelijkheid van bijkomende straffen (omzetting van rechten,
verbeurdverklaring, plaatsing in een rijkswerkinrichting en openbaarmaking van de rechterlijke
uitspraak).
Anno 2025: Afgenomen overzichtelijkheid door meer sanctiemogelijkheden en werkstraf als
hoofdstraffen toegevoegd en bijkomende straffen uitgebreid. Ook toegenomen
cumulatiemogelijkheden. Daarnaast WvW, WED, bijzonder strafrecht
3. Met een centrale rol voor de vrijheidsstraf
Dit ging gepaard met het geloof in een cellulaire tenuitvoerlegging. Als zwaarste straf was er de
levenslange gevangenisstraf. Ook werd hiermee de voorwaardelijke invrijheidstelling toegevoegd om
zo de moeilijke overgang van de detentie naar de vrijheid voor veroordeelden tot een langdurige
gevangenisstraf te verlichten.
Anno 2025: Vrijheidsstraf centrale positie verloren. Toenemende mogelijkheid geldboetes op te
leggen en de introductie van de voorwaardelijke veroordeling hebben hiervoor gezorgd.
4. Een nadruk op straffen en niet op maatregelen
Als enige maatregel was de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (art. 37 Sr) opgenomen, voor de
rest alleen straffen.
Anno 2025: Maatregelen werden mogelijk (plaatsing psychische inrichting, strekkende tot
gedragsbeïnvloeding, onttrekking van het verkeer, etc).
5. Een belangrijke rol voor de strafrechter, onder meer tot uitdrukking komend in
straftoemetingsvrijheid
,Grote mate van vrijheid, alhoewel de rechter wel vaak tot de oplegging van een vrijheidsstraf
gedrongen werd. Ruimte bandbreedte door het stelsel van bijzondere stafmaxima en een algemeen,
zeer laag strafminimum. Het vertrouwen in het rechterlijk oordeel vormt daarmee de pijlers van het
sanctiestelsel van 1881.
Anno 2025: Dit is alleen maar meer toegenomen, onder meer door de uitbreiding van het aantal
sancties, de mogelijkheden van de voorwaardelijke veroordeling, de toegenomen mogelijkheden
sancties te combineren en de verhoging van strafmaxima. Aan de andere kant beperken vrijheid
rechter door: OM-afdoening in vorm van sepot en transactie en daarnaast strafbeschikking
Theoretische achtergronden
De ontwikkeling is te herkennen waarin het accent van de bestraffing verandert van de
strafvoltrekking (doodstraf) naar vrijheidsbeneming.
(Neo)klassieke strafrechtvaardigingstheorieën + doeleneinden van straffen
Vrijheid van de individuele burger is het uitgangspunt. Deel van hun persoonlijke vrijheid wordt aan
de gemeenschap gegeven in ruil voor bescherming door de gemeenschap tegen inbreuken op hun
rechten en vrijheden door anderen, waarbij een middel de straf is.
In de eerste plaats is preventie het doel (relatieve strafrechtstheorie: grondslag en rechtvaardiging
wordt gezocht in het te verwachten toekomstig effect). Het nadeel van de straf dient groter te zijn
dan het voordeel dat het delict teweegbrengt.
Ander doel is waarbij grondslag en rechtvaardiging voor het straffen wordt gezocht in het vergelden
van de schuld (absolute stafrechtstheorie). De straf is de uitdrukking van de rechtvaardigheid op de
misdaad, waarbij de strafmaat dient te worden afgestemd op de ernst van de misdaad en niet op de
eventuele gevolgen van de straf.
Moderne richting
Deze verschilde van de (neo)klassieke theorie in eerste plaats omdat het niet uitging van een sociaal
contract, maar op de gedachte dat het noodzakelijk is de samenleving te beveiligen. In de tweede
plaats verwierp het de veronderstelling dat de mens op basis van zijn vrije wil een rationele afweging
maakt om een strafbaar feit te begaan, maar waarbij andere wetenschappen een antwoord bieden
op de vraag waarom een persoon een delict begaat. Sancties zouden een zo doelmatig mogelijke
straf moeten opleggen, waarbij de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de dader
leidend zouden moeten zijn.
Door deze persoonlijke aandacht werden verschillende categorieën dader onderscheidden:
- Gelegenheidsdaders: Door externe omstandigheden worden zij tot misdaden gedreven.
Korte vrijheidsbenemende straffen zijn voldoende.
- Beroeps- en gewoontemisdadigers: Door innerlijke omstandigheden gedreven tot misdaden.
Deze moeten door langdurige vrijheidsbenemende straffen onschadelijk worden gemaakt.
Ontwikkeling van het sanctiestelsel vanaf 1990
De Moderne Richting heeft invloed gehad op de herziening van ons sanctiestelsel. Dit heeft
verschillende uitingsvormen aangenomen:
, 1. Introductie van een bijzonder sanctiestelsel voor jeugdigen
2. Ontwikkeling van de maatregel als een tweede spoor in ons sanctiestelsel, naast de staf
(plaatsing psychische inrichting)
Hoofdstuk 2:
Begripsafbakening en verhouding tot andere rechtsgebieden
Sancties: Te beschouwen als reacties op normschendingen. Oftewel een machtsmiddel tot
bekrachtiging van een norm en tot afweer en tenietdoening van gedragingen die de gelding van de
norm aantasten.
Straffen: Is een soort sanctie, maar niet alle sancties zijn straffen. Deze zijn niet alleen in het
strafrecht, maar ook in het bestuursrecht, opvoedsancties of royeren van leden.
Strafrechtelijke sancties: de door de wetgever als straffen, maatregelen en gedragsvoorwaarden en
–aanwijzingen gerubriceerde directe reacties op een strafbaar feit die in het kader van een
strafrechtelijke procedure kunnen worden toegepast.
Het strafrechtelijk sanctiestelsel is negatief van aard: het voorziet niet in beloningen voor
normconform gedrag, maar bevat een regeling van reacties op normschendingen.
Twee termen die worden gebruikt in verband met rechtsregels op het gebied van strafrechtelijke
sancties:
- Penitentiair recht: Het recht dat de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties regelt.
Vrijheidsbenemende straffen en maatregelen. Ziet echter niet op de oplegging van straffen.
Penitentiair Beginselenwet (Pbw) ziet naast de sancties ook op sancties met een andere dan
strafrechtelijke titel bijvoorbeeld vreemdelingenbewaringen.
- Detentierecht: Het recht betreffende de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende sancties.
Ziet ook op sancties met een andere dan strafrechtelijke titel. Ziet niet op de oplegging van
straffen
Verschil met strafrechtelijk sanctierecht straf. Sanctierecht:
- Ziet OOK op de dreiging met en de oplegging van strafrechtelijke sancties
- Ziet OOK op andere dan vrijheidsbenemende sancties (vrijheidsbeperkend)
- Ziet SLECHTS op sancties met strafrechtelijke titel
Legaliteit en bronnen van het sanctierecht
Het nulla poena sine lege-beginsel houdt in dat het opleggen van een straf uitsluitend mag
plaatsvinden op grond van een wettelijke bepaling die reeds gold vóór het begaan van het
strafbare feit. Dit beginsel is een essentieel onderdeel van het legaliteitsbeginsel, dat tot
uitdrukking komt in artikel 1 lid 1 Sr, artikel 16 Gw en artikel 7 EVRM. Deze bepalingen brengen tot
uitdrukking dat geen feit strafbaar is dan uit kracht van een voorafgaande wettelijke strafbepaling,
en algemeen wordt aangenomen dat hieruit tevens voortvloeit dat de op te leggen straffen op het
moment van het delict in de wet moeten zijn vastgelegd. Het legaliteitsbeginsel ziet uitsluitend op
, het sanctierecht in de zin van de sanctieoplegging, niet op de tenuitvoerlegging van de straf. Zo
oordeelde de Hoge Raad dat de verlenging van de maximumduur van voorwaarden bij tbs met
voorwaarden een executiekwestie betreft en daarmee niet onder de bescherming van artikel 7
EVRM valt.
Het begrip ‘penalty’ in artikel 7 EVRM heeft bovendien een autonome betekenis: het feit dat een
maatregel naar nationaal recht niet als straf wordt aangemerkt, sluit niet uit dat deze toch als straf
in de zin van artikel 7 EVRM kan worden beschouwd. Hierdoor kunnen ook bepaalde maatregelen
onder de bescherming van artikel 7 EVRM vallen. Een belangrijk verschil tussen artikel 1 Sr en
artikel 16 Gw enerzijds en artikel 7 EVRM anderzijds is dat eerstgenoemden een wet in materiële
zin vereisen. Dit betekent dat lagere wetgevers gebonden zijn aan het Wetboek van Strafrecht, en
dat uitzonderingen op strafbepalingen altijd in een formele wet moeten worden opgenomen.
Bijzondere wetgeving moet dus een expliciete wettelijke grondslag hebben voor het opleggen van
een bijkomende straf, zoals de rijontzegging in de Wegenverkeerswet.
Ten slotte kunnen gemeentelijke verordeningen (APV’s) wel overtredingen definiëren, maar geen
eigen straffen vaststellen (artikel 89 lid 2 Gw). Het te handhaven gedrag wordt dus krachtens de
wet bepaald (de overtreding), terwijl de op te leggen sanctie uitsluitend door de wetgever wordt
vastgesteld.
Bronnen
1. Nationaalrechtelijke bronnen
1. Wetboek van strafrecht/strafvordering. De hoofdlijnen van ons sanctierecht zijn
neergelegd in:
- Boek I en het Wetboek van Strafrecht.
- In titel II van boek I --> Hoofdstraffen en bijkomende opgesomd en in hoofdlijnen geregeld +
voorwaardelijke veroordeling en voorwaardelijke invrijheidstelling.
- Titel IIa --> maatregelen
- Boek 6 Wetboek van Strafvordering --> tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties.
2. De Penitentiaire beginselenwet --> Vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende
maatregelen
3. Ministeriële regelingen --> Regelingselectie, plaatsing en overplaatsing gedetineerden en
de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting
4. Ongeschreven recht --> Toezeggingen van een opgelegde straf op een bepaalde wijze zal
worden ten uitvoer gelegd, of algemene instructies van hoofd van de DJI. Rol voor
vertrouwensbeginsel.
2. Internationaalrechtelijke bronnen
1. Mensenrechtenverdragen --> Bijvoorbeeld het EVRM en het IVBPR. Ook hebben
bepaalde verdragen betekenis voor bepaalde categorieën veroordelen zoals het IVRK.
Het EVRM heeft meeste te doen met sanctierecht, zoals nulla poena-beginsel (art. 7
EVRM), de uitsluiting van de doodstraf (art. 1 dertiende protocol), recht op vrijwaring