Week 1
ABRvS 17 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3381 (Peel en Maas; begrip ‘bouwwerk);
Rechtsvraag: Kwalificeert een veerpont die aan een ketting over een rivier heen en weer
vaart als een 'bouwwerk' in de zin van de bouwregelgeving?
Rechtsregel: Nee. Een veerpont die bestemd is om te varen en ook feitelijk voor de vaart
wordt gebruikt, is geen bouwwerk. Om als bouwwerk te kwalificeren moet een object
voldoen aan drie cumulatieve criteria: het moet een constructie zijn van enige omvang die
plaatsgebonden is. Onder 'plaatsgebonden' wordt verstaan dat de constructie bedoeld is
om ter plaatse te functioneren. Omdat een schip of veerpont bestemd is voor de vaart,
ontbreekt de bedoeling om op één vaste plaats te functioneren, waardoor het niet aan de
definitie van een bouwwerk voldoet.
ABRvS 13 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4624 (Dubbele toets);
Als je toetst aan het tijdelijke deel van het omgevingsplan (dus de Bruidsschat) geldt nog
steeds een dubbele toets, namelijk:
I. past het binnen de beoordelingskaders; en
II. niet in strijd met het vereiste van evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:560 (Civielrechtelijk procedeerverbod bij
bestuursrechter)
Rechtsvraag: Kan een civiele rechter een verbod opleggen aan de buurtbewoners om naar
de bestuursrechter te gaan?
Rechtsregel: HR: Dit kan onder bijzondere omstandigheden → Als het beroep van de
omwonenden evident kansloos is. Dit gaat best ver want procederen is een grondrecht,
maar je wil mensen die alleen maar procederen om te frustreren weren. Wel alleen als het
evident niet zal slagen. Heel streng criterium. Grondslag = misbruik van recht.
Rb. Amsterdam 29 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:6393
Rechtsvraag: Komt aan het college beleidsvrijheid toe bij de beoordeling van een aanvraag
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA) die voldoet aan de regels van het
tijdelijk deel van het omgevingsplan, en moet er in dat kader een belangenafweging
plaatsvinden?
Rechtsregel: Ja. Op grond van artikel 22.28 lid 1 van het omgevingsplan (de bruidsschat)
beschikt het college in de transitiefase over beleidsvrijheid bij de beoordeling van een
binnenplanse OPA. Dit betekent dat het college, in afwijking van het strikt
limitatief-imperatieve stelsel van artikel 8.0a lid 1 Bkl, verplicht is een belangenafweging te
maken om te bepalen of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan
locaties.
Week 2: Geen jurisprudentie voorgeschreven
Genoemd in college:
ABRvS TenneT: verzoek tot oplegging gedoogplicht voor de aanleg en instandhouding van
een ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding. Heeft Tennet een serieuze en redelijke
poging ondernomen voor een minnelijke oplossing? Tennet houdt vast aan recht voor
onbepaalde duur (en gaat niet akkoord met opstalrecht voor 50 jaar). Tennet houdt vast aan
, zijn standaardovereenkomst. Tennet heeft met dat laatste punt niet getracht tot een
minnelijke oplossing te komen.
Week 3
HR Bos/Smeenk
Ook publiekrechtelijke lasten en beperkingen vallen onder art. 7:15 BW.
HR Portsight
Van een “bijzondere” publiekrechtelijke last of beperking in de zin van art. 7:15 lid 1 BW is
slechts sprake, indien deze haar grondslag vindt in een specifiek (mede) tot (een
rechtsvoorganger van) de rechthebbende van de desbetreffende zaak gericht besluit. Een
publiekrechtelijke bijzondere last of beperking moet dus een beschikking zijn in de zin van
de Awb.
Genoemd in college:
HR 28 september 1990, NJ 1991/471 (Credit Lyonnais): Op de notaris rust een
zwaarwegende zorgplicht ter zake van hetgeen nodig is voor het intreden van de
rechtsgevolgen welke zijn beoogd met de in de akte opgenomen rechtshandelingen.
Hof Amsterdam 12 mei 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:1849
Overdracht van onroerende zaak met bestemming ‘dienstwoning van het bungalowpark’.
Permanente particuliere bewoning is niet toegestaan.
Rechtsvraag: is notaris gehouden partijen in te lichten over de publiekrechtelijke aspecten
van de voorgenomen transactie?
Oordeel Hof:
1. Hoofdregel: In het algemeen is de notaris niet gehouden partijen voor te lichten over
de publiekrechtelijke aspecten van hun voorgenomen transactie.
2. Tenzij: Maar in deze bijzondere omstandigheden wel: als dorpsnotaris heeft hij
professioneel vaker bemoeienis gehad met dit bungalowpark en was hij bovendien
bekend met de bestemming. Deze bijzondere omstandigheden moet je wel echt
aannemelijk maken.
Week 4
Rb. Oost-Brabant 10 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:626
Rechtsvraag 1: Het stadium van vestiging: Mag een gemeenteraad onder de
Omgevingswet een voorkeursrecht vestigen in een zeer vroeg stadium van de
besluitvorming, wanneer de exacte locaties en plannen nog niet definitief zijn
uitgekristalliseerd?
- Rechtsregel 1: Vroegtijdige vestiging is toegestaan: Op grond van artikel 9.1 lid 1
onder b en c van de Omgevingswet kan een voorkeursrecht in een zeer vroeg
stadium van de besluitvorming worden gevestigd. Het is inherent aan deze wettelijke
mogelijkheid dat op het moment van vestiging nog niet exact duidelijk hoeft te zijn of,
en waar, de beoogde ontwikkelingen precies gaan plaatsvinden.
Rechtsvraag 2: De belangenafweging: Is de raad bij het vestigen van een voorkeursrecht
verplicht om op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) individuele belangen en
persoonlijke omstandigheden van eigenaren te betrekken, of voorziet de systematiek van
de Omgevingswet (via de latere aanbiedingsprocedure) hierin al uitputtend?
- Rechtsregel 2: Verplichte integrale belangenafweging: Bij het besluit tot vestiging