Hoofdstuk 1: Algemene inleiding
Het recht is een weerspiegeling van de moraal van de samenleving.
● NIET WAAR (het is een beetje juist dus fout)
Alle wetten zijn altijd bindend voor iedereen en je kan er niet van afwijken.
● NIET WAAR = veel te expliciet, in het recht zijn er altijd uitzonderingen en
uitzonderingen op de uitzonderingen
In het interne reglement van een voetbalvereniging staat dat je wordt uitgesloten als je in
een bepaald seizoen twee of meerdere keren niet naar de training komt zonder te
verwittigen. Dit is een voorbeeld van een rechtsregel.
● NIET WAAR = de club beslist (het is wel een bindende afspraak, maar het is geen vb
van een rechtsregels het is meer een contractuele verbintenis)
Voor een niet-betaalde factuur kan je als ondernemer de politie bellen.
● NIET WAAR = Politie (openbaar ministerie) zijn actoren die in het strafrecht
aanwezig zijn en in het burgerlijke recht niet aanwezig zijn? Men kan dan in de plek
een herinnering sturen, deurwaarder sturen (advocaat),…
Eens je een recht verkregen hebt kan je dit ongelimiteerd gebruiken.
● NIET WAAR = verjaringstermijn
1. Wat is recht?
Ze gaan op het examen geen definitie vragen, maar onrechtstreeks terminologie “Is dit een
rechtsregels?” etc.
Een geheel van algemeen geldende normatieve regels
● Verbodsbepalingen – gebodsbepalingen – normen die toelating bevatten – organieke
regels
● Dwingend recht – aanvullend recht
● Algemene normen – individuele normen
Normen die de ordening van het maatschappelijke leven beogen
Door de staat opgelegde of ontvangen en bekrachtigde normen
Gecontroleerd en uitgevoerd door de staat
Afdwingbare normen
● Luister je er niet naar? → sanctie
1
,2. Gebodsbepaling – verbodsbepaling
= “je moet” of “je mag niet”
● Verboden om bij nacht een inbraak te plegen of wanneer je het doet wanneer de
mensen thuis zijn → harder gestraft door de rechter.
● Je moet je jaarlijkse inkomsten aangeven bij de belastingen en daarop belastingen
betalen.
3. Normen die toelating bevatten – organieke regels
= “je mag”
Organieke regels = regels die uitleggen hoe het systeem werkt
● Je gemeente laat het toe om uw woning te verbouwen. Buren moeten het zien en
kunnen naar de gemeente gaan om uw bouwplanning te zien en zich daarop
verzetten.
4. Dwingend of aanvullend recht
EXAMEN!!
4.1 Dwingend recht
Dwingende bepalingen moeten worden nageleefd door elk rechtssubject, zo niet? → sanctie
● Beschermt de goede zeden en is ter bescherming van de zwakken.
● Is van openbare orde
Bv.:
● Huurrecht:
○ Huurder = zwakkere partij, verhuurder mag maar max. 1 maand
huurwaarborg vragen.
● Arbeidsrecht:
○ Contract als WN bij WG = zwakkere partij. Vrouw recht op 15 weken
bevallingsverlof. MAG NIET VAN AFWIJKEN OOK ALS JE ER ZELF
AKKOORD MEE GAAT OM MINDER TE KRIJGEN!!!
⇒ Rechten moeten niet altijd gevolgd worden, maar dwingende rechten wel!
4.2 Aanvullend recht
Je mag zelf iets anders afspreken.
Bv.:
● Facturen moeten betaald worden binnen de 30 dagen (als er niks bepaald werd).
○ Je kan in je algemene voorwaarden zeggen dat ze moeten betalen binnen de
14 dagen. (je kan ervan afwijken)
5. Algemene normen – individuele normen
Algemene normen = regels die voor iedereen gelden
Individuele normen = regels die geld voor 1 specifieke persoon/situatie
Een koning is onschendbaar (dus je kan hem niet zomaar dagvaarden)
Bv.: Koning Albert: Hij had een buitenechtelijk kind, maar hij wilde haar niet erkennen, dus
het kind wilde een procedure starten, maar de koning is burgerlijk en strafrechtelijk immuun.
De koning is afgetreden en dus zijn de advocaten van het kind een procedure gestart en
heeft hij DNA moeten geven en zo kwamen ze te weten dat het effectief zijn kind was.
2
,6. Regels opgesteld door de overheid
WM = maakt de wetten – zij beslissen wat mag en wat niet
UM = voert de wetten uit – zij zorgen dat de wet in de praktijk werkt
RM = controleert en past de wetten toe – wordt de wet juist toegepast?
Scheiding der machten = macht van de staat wordt verdeeld in 3 groepen zodat niemand
te veel macht krijgt.
Hoofdstuk 2: Indelingen van het recht
1. Privaatrecht – Publiekrecht
1.1 Privaatrecht / burgerlijk recht
Regelt de verhouding tussen de burgers onderling. Dus de overheid valt hier weg.
1.1.1 Personenrecht
Wie je bent als persoon.
● Naamgeving
● Opmaken van aktes van de burgerlijke stand
● Bekwaamheid van personen
1.1.2 Goederenrecht
Eigendom en spullen (rechtsobjecten). Wie is eigenaar?
● Eigendomsrecht en later vruchtgebruik, mede-eigendom,...
1.1.3 Familierecht
Personen die met elkaar verwant zijn (via huwelijk, wettelijk samenwoning of via geboorte)
● Afstamming, ouderlijk gezag en echtscheiding
1.1.4 Familiaal vermogensrecht / relatievermogensrecht
Geld en goederen binnen relaties. Wie krijgt wat bij scheiding?
2 onderdelen:
● Erfrecht, de schenkingen en testamenten
● Huwelijksvermogensrecht
3
, 1.1.5 Verbintenissenrecht
Afspraken tussen mensen.
● Kopen, huren, lening, schulden,...
1.1.6 Internationaal privaatrecht
Regelt voor grensoverschrijdende gevallen de bevoegdheid van de Belgische rechters en de
aanwijzing van het toepasselijk recht.
1.2 Publiek recht
Regelt de algemene belangen en heeft betrekking op de inrichting, de werking en de
onderlinge verhoudingen van de overheidsorganen en op de verhouding van de overheid tot
de burgers. De overheid speelt hier wel een rol.
Hier horen een aantal rechten bij:
1.2.1 Grondwettelijk recht / constitutioneel recht
● Regels over hoe de staat werkt en de rechten van burgers. (basisregels van België)
1.2.2 Administratief recht / bestuursrecht
● Alles wat de overheid doet in de praktijk bv. vergunningen, beslissingen van de
gemeente.
● Onderdelen: milieurecht, energierecht, recht op het natuurbehoud, ambtenarenrecht,
mediarecht en onderwijsrecht.
1.2.3 Strafrecht
● Twee takken:
○ Materiële strafrecht
■ Beschrijft de strafbare feiten (= misdrijven) en de straffen ervoor.
■ 8 strafniveaus en hoofdstraf
■ Niveau 1 (kleine misdrijven)
- Geldboete €200 - €20.000
- Werkstraf 20u - 120u
- Probatiestraf 6M - 12M
- Verbeurdklaring: de staat neemt iets van jou af, omdat het met
een misdrijf te maken heeft.
- Geldstraf vastgesteld obv het verwachte of uit het misdrijf
behaalde voordeel
- Veroordeling bij schuldigverklaring
■ Moord met voorbedacht is niveau 8 (levenslange gevangenisstraf/
behandeling onver vrijheidsveroving >18j - 20j
○ Formele strafrecht
■ Regels over hoe een onderzoek naar een misdrijf moet worden
uitgevoerd, hoe de procedure voor de bevoegde rechtbank verloopt
en op welke wijze de straffen moeten worden uitgevoerd.
■ Legaliteitsbeginsel = je kan alleen gestraft worden als het op voorhand
in de wet stond.
4