Samenvatting Genetica
Toegepaste Biologie | HAS Green Academy | 2025–2026
HAS Green Academy | Toegepaste Biologie
Toegepaste Biologie | HAS Green Academy
, Samenvatting Genetica | HAS Green Academy | Toegepaste Biologie 2025–2026
Hoorcollege 1 & 2
Mendelse Genetica
Basiswetten van overerving, dominantievormen, koppeling en epistasie
1.1 Inleiding — genetische variatie
Genetica bestudeert hoe eigenschappen overerven van ouder op kind. Door mutaties ontstaat
genetische variatie in een populatie. Via selectie en genetische drift kunnen mutante allelen in
aantal toe- of afnemen. Elk individu heeft voor elk gen twee allelen (kopieën), één op elk
homoloog chromosoom.
Begrip Definitie
Gen Een erfelijke eenheid op een chromosoom die een eigenschap bepaalt.
Allel Een variant van een gen (bijv. P voor paars, p voor wit).
Locus De vaste positie van een gen op een chromosoom.
Genotype De genetische samenstelling (bijv. PP, Pp, pp).
Fenotype De zichtbare eigenschap (bijv. paarse bloem).
Homozygoot Beide allelen zijn gelijk (PP of pp).
Heterozygoot De twee allelen zijn verschillend (Pp).
Dominant Het allel dat tot expressie komt bij een heterozygoot (P).
Recessief Het allel dat alleen tot expressie komt bij een homozygoot (p).
1.2 De wet van scheiding (1e wet van Mendel)
Gregor Mendel (1822–1884) ontdekte de basiswetten van overerving via kruisingsexperimenten
met erwtenplanten. De Wet van Scheiding stelt: de twee allelen voor een gen scheiden tijdens de
vorming van geslachtscellen (gameten). Elke gamet bevat slechts één allel.
Voorbeeld — bloemkleur erwt (Pp × Pp):
P (stuifmeel) p (stuifmeel)
PP (paars) Pp (paars)
Pp (paars) pp (wit)
Resultaat F2: 3 paars : 1 wit — genotyperatio 1 PP : 2 Pp : 1 pp
Toegepaste Biologie | HAS Green Academy
,Samenvatting Genetica | HAS Green Academy | Toegepaste Biologie 2025–2026
1.3 De testkruising
Met een testkruising (testcross) wordt het genotype van een organisme met dominant fenotype
bepaald: het individu wordt gekruist met een homozygoot recessief individu (pp).
• Alle nakomelingen dominant: ouder is homozygoot dominant (PP)
• Helft dominant, helft recessief: ouder is heterozygoot (Pp)
1.4 Dominantieverhoudingen
De mate van dominantie bepaalt hoe het fenotype van een heterozygoot eruitziet ten opzichte van
de homozygoten.
Type aa Aa AA F2-verhouding
Volledig dominant Laag Hoog (= AA) Hoog 3:1
Incomplete Midden
Laag Hoog 1:2:1
dominantie (intermediair)
Beiden
Co-dominantie Kenmerk B Kenmerk A 1:2:1 (3 fenotypen)
zichtbaar
Hoogst (>
Overdominantie Laag Hoog Afhankelijk van context
AA)
Incomplete dominantie
Het fenotype van de heterozygoot is intermediair (tussenliggend) tussen de twee homozygoten.
Voorbeeld: rode (CRCR) × witte (CWCW) anjers geven roze F1. F2-verhouding: 1 rood : 2 roze : 1
wit.
Co-dominantie
Bij co-dominantie zijn beide allelen zichtbaar in de heterozygoot. Voorbeeld: bloedgroepen bij de
mens (IAIB → bloedgroep AB).
Fenotype Genotype(n)
Bloedgroep A IAIA of IAi
Bloedgroep B IBIB of IBi
Bloedgroep AB IAIB (co-dominant)
Bloedgroep O ii
Subdominantie
De heterozygoot heeft een fenotype dat dichter bij het recessieve homozygoot ligt, maar nog
niet identiek daaraan. Voorbeeld: bij erwten heeft Aa (glad) minder zetmeel dan AA (glad), al is het
uiterlijke fenotype hetzelfde. Subdominantie is daarmee het tegengestelde van overdominantie.
Toegepaste Biologie | HAS Green Academy
, Samenvatting Genetica | HAS Green Academy | Toegepaste Biologie 2025–2026
Overdominantie (heterosis / hybride-vigor)
De heterozygoot heeft een hogere waarde (fitness, opbrengst) dan beide homozygoten.
Voorbeeld: heterozygote pijnbomen zijn resistenter tegen insectvraat dan homozygote. Van groot
belang in de plantenveredeling.
1.5 Meerdere allelen
Hoewel een individu slechts twee allelen per gen kan dragen, kan er in een populatie meer dan
twee allelen van een gen bestaan. Dominantie-orde: A1 > A2 > A3.
1.6 Pleiotropie
Pleiotropie betekent dat één gen meerdere fenotypische kenmerken beïnvloedt. Voorbeeld: het
albinisme-gen bij konijnen veroorzaakt tegelijkertijd wit haar, rode ogen en een lagere vitaliteit.
1.7 Lethale allelen
Sommige allelen zijn letaal (dodelijk) in homozygote toestand. Voorbeeld: het gele vachtkleur-allel
(Yl) bij muizen. Kruising Yly × Yly geeft verhouding 2 geel : 1 grijs-bruin (i.p.v. 3:1), omdat gele
homozygoten (YlYl) als embryo sterven.
1.8 Geslachtsgebonden overerving
Geslachtsgebonden overerving treedt op wanneer genen op de geslachtschromosomen (X of Y)
liggen. Bij zoogdieren zijn vrouwtjes XX en mannetjes XY.
• X-gebonden recessief: mannetjes zijn hemizygoot (XwY) en tonen het recessieve fenotype
al bij één allel. Voorbeeld: witte oogkleur bij fruitvliegjes.
• Sex-influenced traits: expressie wordt beïnvloed door het geslacht (bijv. kaalheid).
Autosomaal.
• Sex-limited traits: expressie alleen in één geslacht (bijv. melkproductie). Autosomaal.
1.9 De chi-kwadraattoets (χ²)
De χ²-toets bepaalt of waargenomen aantallen significant afwijken van de verwachte aantallen
(nulhypothese).
Formule: χ² = Σ (Xobs − Xexp)² / Xexp | vrijheidsgraden: df = aantal klassen − 1
Interpretatie: P > 0,05 → H₀ niet verworpen (afwijking door toeval). P < 0,05 → H₀
verworpen (significant).
Voorbeeldberekening — F2 anjer (64 nakomelingen):
Verwacht Waargenomen
Fenotype (Xobs − Xexp)² / Xexp
(Xexp) (Xobs)
Rood (CRCR) 16 18 0,25
Roze (CRCW) 32 32 0
Toegepaste Biologie | HAS Green Academy