Lessen
Hoofdstuk 1: algemeen systeemtheorie
Hoofdstuk 2: structuurgerichte benadering
Hoofdstuk 3: contextuele theorie
Hoofdstuk 4: family centerd werken
Hoofdstuk 5: van theorie naar praktijk
DEEL 2
Contextbegeleiding what’s in a name
Contextbegeleiding als functie en als taak
Recente evoluties
Contextbegelegeiding in deverse sectoren
Tip om te struderen kijk wat je moet kunnen op de eerst pg van elk hoofdstuk en zoek dat
in het boek en fluorideer het antwoord en schrijf de te kennen er bij
INLEIDING
Doorheen jaren 60-70 waren heel war verschillende systeemtheorieren.
Met allen de basisassumtie
Dat de mens pas werkelijk begrepen kan worden in context van zijn relatie
MODERNISME VS POSTMODERNISME
Modernisme Postmodernisme
- Sluit aan bij de verlichting rond de - Gaat tegenin de termen van
maakbaarheid waarheden en objectiviteit.
- Assumptie= er is een objectieve - Er is geen objectieve waarheid of
kennis van de realiteit en de kennis
wereld - Er is wel veelheid aan
- Kennis is objectief, waardevrij, perspectieven, een paraplu aan
universeel en tijdloos verschillende invalshoeken,
- We kunnen dus wetenschappelijk theorieën en ideeën.
en objectief zien en redeneren over - Kennis is subjectief,
‘wat er mis is binnen het gezin’ waardengebonden, individueel,
- Diagnose is een wetenschappelijke tijdelijke constructie.
uitspraat - Kader: sociaal constructicisme
- Kennis is een afspiegeling van de - De werkelijkheid is geconstrueerd
wereld - Als we iets meemaken,
- Begeleiders zijn expert die van op waarnemen, voelen, denken we
een afstand kijkt naar het gezin. daar iets over en reageren we op
- Vroegere systeemtheorie een one de betekenis die we geven aan de
way screen of doorkijkspiegel situatie.
gebruikten en dus ook eenzijdige - Wat betekent dit voor begeleiders?
hypotheses. je kan informatie ontvangen die
binnen je eigen kennisstructuur
past. Je bent altijd betrokken partij.
- Je bent gelijkwaardige partner,
gericht op dialoog en
samenwerking.
- Men richt zich op de
mogelijkheden, niet op pathologie.
,KIND MET HET BADWATER
We moeten in ons achterhoofd houden dat elke indeling van een theorie 1 manier van
kijken is.
“draag een komma in je oor”
Oordeel niet te snel, we zetten te vaak een punt, dat is het. Open je oor en luister vanuit
oprechte nieuwsgierigheid. Start met een niet-wetende positie.
DE ALGEMENE SYSTEEMTHEORIE
INLEIDING: HET VERHAAL VAN MARCUS
Jongetje die veel uitsteekt en voor een paar problemen zorgt op school en thuis. School
zegt weg ermee. Mama wil dit niet.
MET WELKE BRIL KIJKEN WE NAAR HET VERHAAL VAN MARCUS
Vroeger: lag het accent op het behandelen van het individu, men zocht eerst naar de
problemen.
Vanaf jaren 50: meer aandacht voor de context van de client. Kijken nu ook naar de
omgeving, personen rondom.
Geboorte systeemtheorie
Probleemgedrag is altijd een interactieprobleem, en de oorzaken liggen niet alleen bij het
individu zelf. gedrag wordt uitgelokt door de manier waarop andere op het gedrag
reageren. Wat is hun reactie?
Dit wil niet zeggen dat de persoon niet verantwoordelijk is voor bepaald gedrag!
Probleemgedrag is een resultaat van een interactie
GESCHIEDENIS VAN DE ALGEMENE SYSTEEMTHEORIE
Ludwig von bertalanffy ontwikkelt nieuwe benadering tegen de mechanistische visie, die
probeerd een levend organisme te herleiden tot elementen.
Mechanistische -analytische visie werd de organisatie van de elementen, die het
organisme in standhoudt, gezien als een uitkopmst van een spel van mechanische
krachten.
Men spreek van: lineair causaal denkmodel : om fenomenen te begrijpen moet men naar
de oorzaak kijken om een oplossing te bieden.
Von bertalanffy geef nieuw uitgangspunt: hij beschouwd het organisme als een
georganiseerd geheel, een gestalt, een geheel is meer dan de soms van de delen. We
gaan deze objecten bekijken is een breed kader, in hun contect.
Ontstaan van de algemene systeemtheorie
,HET BEGRIP SYSTEEM
DEFINITIE VAN WILLEMSE
Het systeem = een systeem is een samenstel van elementen dat als geheel
functioneert door de onderlinge afhankelijkheid van de elementen en dat door de
betrokken elementen bepaalde functies vervult. De onderlinge relaties,
betrekkingen die de onderlinge elementen met elkaar onderhouden, zijn de ken van
het systeem
We hebben hierbij aandacht voor
- Wisselwerking tussen persoon en zijn sociale context
- De interpersoonlijke processen, naast de blijvende aandacht voor het individu en
diens innerlijke processen.
- Het leren en herkennen van systeemeigenschappen, interacties die bepalend zijn
voor de wisselwerking en de samenhang tussen de gedragingen van mensen
- Invloed van actuele omstandigheden en interactieprocessen
GRENZEN ROND EN IN HET SYSTEEM
Een open systeem staat in relatie tot de omgeving
- Alle objecten buiten het systeem kunnen invloed hebben
- Alle elementen buiten het systeem waarvan de kenmerken wordn verander door
het gedrag van het systeem
- Sociale systemen zijn open systemen
Een gesloten systeem staat niet open voor relatie tot de omgeving
- De omgeving heeft geen invloed op het systeem
Interne grenzen in het systeem zoals subsystemen …
SYSTEMEN OP VERSCHILLENDE NIVEAUS
Hangt af van de situatie
Micro, meso en macro
TIJDSELEMENTEN VAN SYSTEMEN
Er is onderlinge structuur
BELANGRIJKSTE UITGANGSPUNTEN
1. Geheel is meer dan de som van de delen
Een systeem heeft een eigen karakter en is niet te herleiden tot de eigenschappen
van de delen.
Gestalt-waarneming
, Er zijn dus systeemeigenschapen die je moet leren kennen, ze zijn uniek, eigen en
kleuren het hele systeem
2. Binnen het systeem zijn de delen van elkaar afhankelijk
Totaliteit of systeemsamenhang
Wanneer er iets veranderd, voelt heel het systeem dit.
3. Het systeem bepaalt in belangrijke mate het gedrag van de individuen
Afhankelijk van het systeem waarin een individu zich bevindt, zal het zich anders
gaan gedragen.
Bv; kind is in de klas verlegen, maar thuis helemaal niet
Herhaling is het kenmerk waarop je een systeem herkent (rituelen, structuur,
routine)
Van zodra bepaalde gedragingen zich herhalen patroon
Grotere voorspelbaarheid redunantie
4. Het systeem probeert zich op allerlei manieren aan te passen aan zijn omgeving
omdat het wil overleven
5. Het systeem heeft de eigenschap zichzelf te handhaven en te blijven voortbestaan
Een systeem wil overleven en is daarom een vorm van stabiliteit
Homeostase = een meegroeiend evenwicht binnen het systeem of een systeem
dat mee verandert met de tijd, zonder het evenwicht te verliezen
Om dit te kunnen bereiken heeft elk gezin een feedbackmechanisme opgebouwd
om bij elke verandering te gaan herstellen of beschermen
BELNAGRIJKSTE BEGRIPPEN IN DE AST
INFORMATIE EN PATROON OF REDUNDANTIE
Het systeem functioneert doordat er voortdurend informatie wordt uitgewisseld tussen
delen ervan. De betrekking tussen de delen van een systeem zijn geen statische
betrekking, maar relaties die voortdurend aan verandering onderhevig zijn op basis van
een permanente uitwisseling van informatie
Informatie kan zowel van buitenaf komen als binnenin.
Sommige informatie wordt na een tijd overbodig, het gaat binnen een patroon passen
Die wordt redundantie
HOMESTASE EN FEEDBACK
Homeostase = een meegroeiend evenwicht binnen het systeem of een systeem dat
mee verandert met de tijd, zonder het evenwicht te verliezen