Medische sociologie
RILATINEGEBRUIK
Gebruik van medicatie
▪ Vaak verschijnen in de media berichten over oneigenlijk gebruik van rilatine door studenten
o Vooral tijdens de examenperiode
o 1 op 20 slikt rilatine zonder voorschift
o Clichébeeld: stimulerende medicatie: wakker en fit blijven en leerprestaties EN/OF
sedatieve medicatie: zenuwen onder controle en nachtrust
▪ Medicinaal gebruik vooral bij behandeling van ADHD-symptomen
o Methylfenidaat is de actieve stof in ADHD-medicatie
o Rilatine is het meest verkochte product in deze groep
Literatuur
▪ Niet-medisch gebruik methylfenidaat bij studenten ligt bijna dubbel zo hoog als bij
leeftijdsgenoten die niet in het hoger onderwijs studeren
▪ Zowel bij studenten als ex-studenten ligt het gebruik van stimulantia beduidend hoger dan bij
leeftijdsgenoten die nooit in het hoger onderwijs waren ingeschreven
▪ Meeste studies rapporteren laatstejaargebruik tussen 5% en 11%
▪ Belangrijkste redenen om te gebruiken waren gerelateerd aan studeren zoals beter
concentreren en langer wakker blijven om te studeren
Effectiviteit
▪ Rilatine die op de juiste manier wordt gebruikt (na een diagnose en opgevolgd door een arts)
is nuttig
▪ Zonder diagnose GEEN bewijs dat het werkt
Bijsluiter
▪ Waarvoor: Voor de behandeling van aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD)
ADHD = Attention Deficit Hyperactivity Disorder
▪ Voor wie: Kinderen en jongeren van 6 tot 18 jaar
▪ Wanneer: Nadat behandelingen zijn geprobeerd zonder geneesmiddelen (gespreks- en
gedragstherapie)
Ander gebruik: narcolepsie – Rilatine 10mg tabletten
▪ Rilatine als behandeling voor narcolepsie
Narcolepsie = Slaapaanvalstoornis → Patiënten hebben herhaaldelijk aanvallen van
onbedwingbare slaperigheid overdag; moet worden vastgesteld door een arts door het
ontwaak-slaap-patroon vast te leggen
Werking
▪ Verbetert de activiteit van bepaalde delen van de hersenen die onvoldoende actief zijn
▪ Verbeteren van de aandacht (= tijdspanne dat men aandachtig is) en concentratie
▪ Verminderen van impulsief gedrag
Onderdeel van behandelprogramma (psychologische, opvoedkundige en sociale therapie
1
,Waarschuwingen
▪ 9 situaties waarin rilatine niet gebruikt mag worden
o Bv. Allergieën tegen een van de stoffen in het geneesmiddel
▪ 8 situaties waarin je extra voorzichtig moet zijn met het gebruik van rilatine
o Bv. Hoge bloeddruk, gevoelens van angst of onrust
▪ 6 controles die de arts moet uitvoeren voor de behandeling wordt gestart
o Bv. Eventuele andere geneesmiddelen die worden gebruikt
Specifieke waarschuwingen
▪ Duizeligheid, concentratieproblemen of wazig zicht
▪ Positieve uitslag geven bij drugstest
▪ Geen alcohol drinken (verergert bijwerkingen)
▪ Afhankelijkheid mogelijk bij incorrect gebruikt
Bijwerkingen
▪ Vaak voorkomen (<1 op 10): onregelmatige hartslag, stemmingsveranderingen of -
wisselingen, persoonlijkheidsveranderingen
▪ Soms voorkomen (<1 op 100): denken aan/ fantaseren over zelfdoding, dingen voelen of
horen die er niet echt zijn, ongecontroleerde spraak en lichaamsbewegingen, tekenen van
allergie
▪ Zelden voorkomen (<1 op 1000): zich overdreven opgewekt, overactief en ongeremd voelen
▪ Zeer zelden voorkomen (<1 op 10.000): hartaanval, epileptische aanvallen, spierspasmen,
verlamming
Opiumwet
▪ Verbiedt bezit + vervaardigen + bereiden + verwerken + verkopen + afleveren + verstrekken +
vervoeren van bepaalde middelen die vermeld staan op lijst I en II van de Opiumwet
▪ Lijst I van de Opiumwet: harddrugs – onaanvaardbaar groot risico
Bv. Heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD, XTC, zware pijnstillers en Ritalin
▪ Lijst II van de Opiumwet: softdrugs
Bv. Hennepproducten, slaap-en kalmeringsmiddelen
Medicalisering
= Proces waarbij niet-medische problemen worden gedefinieerd of behandeld als medische
problemen, meestal in verband met ziekte of stoornissen
Afweging verantwoord/ onverantwoord → sterk bepaald door context & visie maatschappij
ADHD als voorbeeld
▪ Niet altijd gedefinieerd als een stoornis, vroeger gezien als sociale problematiek
▪ Vanaf jaren 50: gemedicaliseerd → gedefinieerd als stoornis
▪ Belangrijke naam binnen medicaliseringsliteratuur = Peter Conrad
Evolutie in DSM (diagnostic and statistical manual van de American Psychiatric Association)
▪ Officieel handboek voor psychiatrische diagnoses
2
, ▪ Weerspiegeling van aanpak van ‘mental health professionals’ tegenover begrijpen van
menselijke problemen als psychiatrische condities
▪ Diagnose telkens meer uitgebreid gedefinieerd en bredere inclusiecriteria
o DSM I 1952
➢ ADHD eerste keer verschenen als medische diagnose
➢ MBD (minimal brain dysfunction), hyperactive syndrome, hyperkinesis, …
o DSM II 1968
➢ Geïdentificeerd als childhood disorder
➢ Gekarakteriseerd door overactiviteit, rusteloosheid, snel afgeleid en korte
aandachtsspanne
➢ Gedrag vermindert in adolescentie → vermoeden van organische pathologie
o DSM III 1980
➢ Mogelijkheid dat stoornis blijft aanhouden tot in volwassen leven
o DSM IIIR 1987
➢ Uitbreiding van definitie ‘adult hyperactives’ naar ‘ADHD adults’ die geen diagnose hadden
in de kindertijd
➢ Dus ook werkplaats, minder nadruk op schoolleeftijd
o DSM IV 1994
➢ Steeds groter wordende consensus dat volwassenen ook gediagnosticeerd kunnen
worden met ADHD
➢ Op voorwaarde dat ze als kind symptomen hadden voor leeftijd van 7 jaar
➢ Volwassenen worden erkend, maar rilatine is toch niet getest bij deze leeftijd
o DSM V 2013
➢ begin criterium verandert van 7 jaar naar 12 jaar
➢ er zijn 5 symptomen bij volwassenen en 6 bij kinderen
Opmerkelijk: ADHD bij volwasenen erkend in DSM & in medische richtlijnen staat ook dat rilatine
kan worden voorgeschreven. In bijsluiter van rilatine staat dat het niet getest is geweest bij
volwassenen: is het nuttig en/of veilig in deze doelgroep?
Door uitbreiding van definitie is het voor meer mensen aanvaardbaar geworden om medicatie te
gebruiken → studenten die ritaline gebruiken ZONDER diagnose kunnen worden gezien als een
verdere stap in het medicaliseringsproces. Oneigenlijk gebruik van stimulerende medicatie =
biomedical of cognitive enhancement
Biomedical enhancement
▪ Bio-ethiek: therapie vs enhancement
o Therapie herstelt het normale functioneren
o Enhancement verbetert of verlengt de mogelijkheid of capaciteiten van een gezond
individu
o In realiteit: grens heel vaag
o Hangt sterk af van contect + kan wijzigen doorheen de tijd
o Conrad: sommige diagnoses ADH kunnen ook gezien worden als enhancement
▪ 3 types biomedische enhancement – Conrad
o Normalisatie
o Herstel
o Performance edge ‘verbeteren
3
, Onderzoek oneigenlijk gebruik stimulerende medicatie bij studenten
Is oneigenlijk rilatinegebruik problematisch?
▪ Hoge prevalenties, vooral in VS
▪ Veiligheid: is het verantwoord dat gezonde studenten deze medicatie nemen?
▪ Vergelijking met doping in sport – ethiek
Nieuwe aandacht, zowel academisch als publiek
Definities
▪ Stimulerende medicatie
o Methylfenidaat (Bv. Concerta, Rilatine, Medikinet, Equasym XR, Methylfenidaat Retard
Sandoz)
o Modafinil (Bv. Provigil)
o (Dextro)amphetamine (Bv. Adderall)
▪ Gebruik om studieprestaties te bevorderen
o Zonder voorschrift
o Met voorschrift
Onderzoek bij geneeskundestudenten, redenen voor gebruik:
▪ Betere concentratie tijdens het studeren
▪ Verhogen van de alertheid
▪ Langer kunnen studeren
▪ Productiever zijn
Ongeveer 2/3de studenten merkt geen sterk effect, ruime meerderheid: bijwerkingen (verminderde
eetlust, hartkloppingen, slaapproblemen). Gemiddelde leeftijd 1ste pil: 21 jaar. Studenten die bij
zichzelf AD(H)D vermoeden → vaker geneigd om medicatie te gebruiken, maar ook: sensation-
seeking, kennis, uitstelgedrag, faalangst, stress, sociale norm, competitie spelen een rol. Vooral
gebruikt in tijden van verhoogde stress (blok- en examenperiodes). Vooral gebruikt door mannen
en studenten die zelfstandig wonen. De meeste verkrijgen (krijgen of doorverkopen) de medicatie
via vrienden en/of medestudenten.
4 subtypes van studenten die stimulerende medicatie gebruiken om studieprestaties te
vebeteren:
▪ X-as: level of academic need
▪ Y-as: frequentie van gebruik
Normalization subtype = heel sterke
nood aan medicatie, soort zelfmedicatie
Rescue subtype = nood maar niet
systematisch, vooral bij hoge stress
Experimental subtype = geen echt
academische nood, experimenteren
Performance subtype = geen echt
academische nood, handig middel om
efficiënter te werken
4