Verdiepend lesmateriaal Tandheelkunde Animalis Paraveterinair 3 e jaar.
• Anatomie van gebit en schedel
• Oorzaken en gevolgen van tandplaque en tandsteen
• Behandeling van gebitsproblemen bij hond en kat
• Tandverzorging bij knaagdieren en konijnen
Anatomie van gebit en schedel
De bouw van gebitselementen
Figuur 1 Anatomie van een gebitselement
De tandkroon corona dentis is met glazuur (email) bedekt en steekt bijna helemaal boven het
tandvlees gingiva uit. Bij de tandhals collum dentis gaat de kroon over in de wortel. Dit is de
overgang tussen glazuur en cement. Onder het tandvlees zit de tandwortel radix dentis en zit
vast in het kaakbot omgeven door cement.
Glazuurlaag – Bestaat uit 98% uit anorganische stoffen. Het dient als afweermechanisme,
tandplaque hecht zich vast aan het glazuur. Bij beschadiging kan het lichaam het niet zelf
herstellen. Aan de onderkant van het gebitselement gaat het glazuur in een boog, dat voorkomt
dat er bacteriën recht in het tandvlees gaan. Hierdoor is de kans op infectie in de sulcus
gingivalis (spleet tussen gebitselement en het tandvlees die gevormd wordt op het moment een
tand/kies doorbreekt) veel geringer.
Tandbeen dentine – organisch en zachter dan glazuur. Bij beschadiging kan het nieuwe
dentine produceren om het te herstellen. Dentine is heel gevoelig en kan tandgevoeligheid
veroorzaken, als het bloot komt te liggen verkleurt het door de inwerking van voedingsstoffen.
Tandpulpa pulpa dentis en puplaholte – de tandpulpa is ook wel het tandmerg. Het
bestaat uit botcellen, bloedvaten, lymfevaten en zenuwen. De pulpaholte is het binnenste deel
van een gebitselement. In het kroongedeelte word het de pulpakamer genoemd en in het
wortelgedeelte het pulpakanaal (wortelkanaal).
, Paradontium – is een verzamelnaam voor de steunweefsels rond de gebitselementen,
gingiva, parodontale ligament (wortelvlies, schokbreker voor de tand), wortelcement en het
alveolaire bot. Het cement substantia ossea bestaat uit een soort bot dat het dentine aan de
wortelzijde omhult. In de meeste gevallen kan het zichzelf herstellen bij beschadiging. De gingiva
zit voor het grootste gedeelte vast aan het onderliggende kaakbot. Een klein gedeelte ligt los op
de tand en vormt een kraag rondom de tandhals = vrije gingiva.
Epitheliale aanhechting – begint waar de sulcus gingivalis eindigt. Deze
vormt de bodem van de sulcus gingivalis, waar het tandvlees nog verbonden is
met de tand. Vanaf daar loopt het tot aan de tandhals.
Pocket – tussen een element en het tandvlees. Hoe erger een ontsteking,
hoe dieper de pocket is. Dit kun je meten door het inbrengen van een
pocketsonde.
Vorm van de schedel Figuur 2 Meten van een
Door de positie van de tanden in de bek hebben sommige rassen een pocket
predispositie, een vergrote kans, op bepaalde gebitsproblemen (tandplaque en -
steen).
• Dolichocefaal → lange, smalle snuit (borzoi, teckel, saluki)
• Mesocefaal → gemiddelde lengte en breedte van de snuit (duitse herder, labrador)
• Brachycefaal → korte, brede snuit (pekingees, boxer, shih tzu)
De beet (de manier waarop de kaken en gebitselementen op elkaar staan)
Occlusie – het contact tussen de onder- en bovenkaak is optimaal.
1. De snijtanden zijn scharend, de bovensnijtanden staan rostraal (voor) de
ondersnijtanden
2. De kroon van de onderhoektand past in de ruimte tussen de buitenste bovensnijtand
en bovenhoektand
3. De premolaren van de onderkaak passen met de punt precies tussen de premolaren
van de bovenkaak
4. De 4e premolaar P4 heeft de eerste molaar M1 als antagonist in de onderkaak.
5. De kroonpunten van de 2e premolaar staan in de onder- en bovenkaak op dezelfde
hoogte
6. De beet heeft een horizontaal verloop
Malocclusie – het contact tussen de onder- en bovenkaak is niet optimaal.
Brachygynatische – bovenvoorbijter, ook wel onderbeet/varkensbek. Dolichosefale
schedels.
Prognathisme – Ondervoorbijter, bovenbeet
, Figuur 3 Onder- en bovenbeet
Figuur 4 Normale beet, occlusie
Gebitsformules
Figuur 5 Tijdstip van doorbreken en wisselen van gebitselementen
Dens incisivum i/I – snijtand, voortand.
Dens caninus c/C – Hoektand
Dens premolaris p/P – valse, kleine kies
Dens molaris - / M – Ware, grote kies
In het melkgebit zijn er geen molaren en eerste premolaren aanwezig.
Tandformule Tandformule gebit Tandformule Tandformule kat
melkgebit hond hond melkgebit kat
Totaal elementen is Totaal elementen is Totaal elementen is Totaal elementen is
28 42 26 30
Begrippenlijst:
Alveolair bot = kaakbot
Brachycefaal = boven-voorbijter
Brachygynathisme = boven-voorbijter
Cement = benig weefsel dat om het tandbeen van de wortel van kiezen en tanden ligt
Collum dentis = tandhals, overgang tussen kroon en wortel